Cultuur

Interview

Interview

Fred Salomon over huiselijk geweld: „Soms worden de kleinste geschillen aan een rechter voorgelegd.”

Merlijn Doomernik

De rechter met de boodschappentas

Fred Salomon, rechter

Rechter Fred Salomon ging dit jaar met pensioen. Zijn laatste grote zaak was die over de moord op Endstra. „Soms moet je als rechter een signaal geven dat verdergaat dan vrijspraak of veroordeling”, zegt hij.

In gedachten verzonken kijkt Fred Salomon voor zich uit over een leeg plein, in zijn hand een sigaret. Hij heeft zojuist taart uitgedeeld aan het personeel van de rechtbank. Salomon wilde geen groots afscheid met een symposium waar mensen allerlei dingen over hem zouden zeggen. Te veel eer. Om nog maar te zwijgen van het verplicht handen schudden na afloop. Te veel gedoe.

Nee, Fred Salomon vond het belangrijker om alle mensen die zijn werk mogelijk en makkelijker hebben gemaakt te bedanken. En dus was er taart voor de portiers, bodes en beveiligers. Gekleed in een lichtbeige broek en een korenblauwe polo – het is dan een warme zomerdag – neemt hij een laatste trek van zijn sigaret voordat hij zijn toegangspas inlevert en de deuren van de rechtbank achter hem dichtgaan. Later die week volgt nog een etentje met een klein aantal directe collega’s en dat was het dan.

Op zijn 68ste is Salomon met pensioen gegaan. Hij vreest niet voor het zwarte gat, vertelt hij in het voorjaar. Salomon heeft nog zoveel andere dingen te doen. Zo is hij sinds 2013 voorzitter van het bestuur van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam. Een gekozen functie die hij met overtuiging uitvoert.

Fred Salomon werd op 7 januari 1948 geboren, zoon van een Joodse pianist en dirigent uit Nederland die zat ondergedoken in de oorlog, en een Oostenrijkse ballerina die vervolging tijdens de oorlog ontliep omdat haar familie het joodse geloof inruilde voor het christelijke. Hij worstelde lang met het trauma van zijn ouders, die liever niet wilden praten over alles wat ze mee hadden gemaakt. „Ik moest er altijd naar vragen en voelde schuld over de pijn die ik dan te zien kreeg. Ik weet nog dat ik als protestant werd ingeschreven toen ik als kind naar het ziekenhuis moest. Ze drukten hun joodse identiteit weg, en daarmee ook de mijne.”

We hebben Hitler verslagen

Hij had psychotherapie nodig om zijn trauma te verwerken. „Daar ben ik niet uniek in. Het hoorde bij de zoektocht naar mijn identiteit.” In de jaren tachtig meldde Salomon zich aan bij de Joodse gemeente. Zijn vier kinderen deden op hun dertiende de bar/bat mitswa. „Ik vind het fijn dat ook in mijn familie het Jodendom wordt gecontinueerd. Wij hebben Hitler verslagen, zo voelt dat.” Vanwege dat gevoel weigerde Salomon zaken te doen waarbij zijn Joodse afkomst en geloof een rol zouden kunnen spelen. „Dat soort problemen moet je voor zijn.”

Een paar jaar na zijn start bij de rechtbank in 1994 ging Salomon fraudezaken doen als rechter-commissaris. Hij gaf leiding aan de grootste financiële strafzaak uit de recente Nederlandse geschiedenis: operatie Clickfonds over fraude via de Amsterdamse effectenbeurs. In die dagen liep hij, vaak ietwat sloffend, met een grote Albert Heijn-tas vol stukken door de rechtbank. „Kijk daar heb je Fred met de boodschappentas”, grapte een van de advocaten tijdens een van de lange dagen op de rechtbank. Een frase die de krant haalde en hem zijn bijnaam opleverde, al is die tas inmiddels vervangen voor de rolkoffer. „Veel praktischer”, grinnikt Salomon.

De tanige en kalende Fred Salomon is een begrip op de Parnassusweg. Iemand met lak aan status en autoriteit. Enkele collega’s omschrijven hem als de onafhankelijkste van de onafhankelijke rechters. Een man met een hang naar absurdistische humor en een subtiel gevoel voor het theatrale dat ook bij de rechtspraak hoort. Sommige collega’s lopen met hem weg, anderen vinden het net te. Maar wie je ook spreekt over Salomon: ze prijzen hem allemaal voor de manier waarop hij zijn vak beoefende: kritisch en met gevoel voor de menselijke maat.

Enkele collega’s omschrijven hem als de onafhankelijkste van de onafhankelijke rechters

Zijn laatste jaar als rechter begint voor Fred Salomon met een bijzondere zaak. Op 18 januari 2016 spreekt de rechtbank drie mannen vrij die worden vervolgd voor betrokkenheid bij de moord op Wim Endstra, de vastgoedbaron die in 2004 is geliquideerd. Een ongekend lang onderzoek met een bizar verloop; de drie verdachten werden tot twee keer toe aangehouden en weer vrijgelaten en de vermoedelijke schutter overleed in zijn cel nadat hij jarenlang uit handen van justitie wist te blijven.

Ondanks de vrijspraak snapte de rechtbank wel dat de mannen zijn vervolgd, zo blijkt. Het vonnis bevat een opmerkelijk zinnetje, zo een dat Salomon typeert: „Het dossier verspreidt een onaangename geur richting verdachten.” Maanden later reageert hij terughoudend op de vraag wat hij en zijn collega-rechters hiermee bedoelden: „Soms moet je een signaal durven geven dat verdergaat dan vrijspraak of veroordeling.” Meer wil hij er niet over kwijt. Er is hoger beroep aangetekend en de feiten spelen ook een rol in de strafzaak tegen Willem Holleeder die eveneens bij de Amsterdamse rechtbank loopt.

Grote strafzaken zoals de Endstra-zaak, de zogeheten Mega’s, krijgen veel aandacht in de media. Maar ze beslaan slechts een klein deel van het werk dat Fred Salomon heeft gedaan. Op een gewone werkdag in maart behandelt hij samen met twee andere rechters en een griffier vijf zaken. Het leven komt hier in al zijn facetten voorbij: het gaat om geld, drugshandel en straatroof, kapotte relaties en psychiatrische problemen. Er wordt die dag gelachen, maar ook heel serieus gesproken over de problemen waarover moet worden beslist. Salomon luistert ontspannen maar gespitst naar de verhalen van verdachten en slachtoffers die voorbij trekken. Hij speelt soms met de mouwen van zijn toga. Dan weer zit hij met de armen strak over elkaar of leunt hij voorover: ellenbogen op de tafel, kin in de handen.

Nederland, Amsterdam, 25 oktober 2016
Fred Salomon

Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved
foto: Merlijn Doomernik

Fred Salomon over huiselijk geweld: „Soms worden de kleinste geschillen aan een rechter voorgelegd.”

Foto Merlijn Doomernik

Begrip voor verdachten

Tijdens de behandeling van de zaak van een jongeman met psychische problemen die een overval op een boekhandel pleegde om aandacht te krijgen, wordt de pragmaticus Salomon zichtbaar. In overleg met een aantal hulpverleners die als getuigen en deskundigen zijn verschenen, organiseert hij ter plekke huisvesting voor de verdachte. Dan is hij van de straat, komt er toezicht op zijn medicijngebruik en is er een begin voor een hulptraject. Het gaat in de rechtspraak niet altijd om het opleggen van straf, zegt Salomon later. „De maatschappij is soms gediend met andere maatregelen.”

In de twee decennia dat Salomon werkte als rechter, is de toegenomen aandacht voor het slachtoffer een van de belangrijkste veranderingen geweest in het strafrecht. „Ik ben te lang te soft geweest”, vertelt hij. „Toen ik begon als rechter, stond de persoon van de verdachte centraal. Dat is veranderd. Het slachtoffer krijgt nu de aandacht die hij of zij verdient. Dat is een belangrijke verbetering. Soms moet je begrip hebben voor verdachten en hun omstandigheden, maar je moet het belang van het slachtoffer en de maatschappij altijd meewegen. Dat kan er ook toe leiden dat een verdachte een relatief lage straf krijgt opgelegd met tbs.” Behandeling is soms beter dan straf, wil Salomon maar zeggen. De zaak van de jongeman met die psychische problemen is een voorbeeld.

Ik ben te lang te soft geweest

Ondanks de terechte aandacht voor slachtoffers, zegt Salomon, moet je bij twijfel altijd ten gunste van de verdachte beslissen. De uitspraak in de zaak van de verdachten in de Endstra-zaak is daarvan een voorbeeld. „Een rechter moet zich niet laten meetrekken door het Openbaar Ministerie, maar ook gevoelig zijn voor alternatieve scenario’s, en waarschuwingen van advocaten over een zaak serieus nemen”, vindt Salomon.

De vaak gehoorde kritiek dat strakke productienormen en nieuwe zakelijkheid binnen de rechtspraak voor fouten zorgen, vindt hij dan ook maar deels terecht. „Om te beginnen is de snelheid waarmee zaken worden afgedaan en recht wordt gesproken ook een kwaliteit waar de samenleving belang bij heeft”, stelt Salomon. „Maar als het nodig is, moet een rechter zijn tijd durven nemen en de productiedwang terzijde schuiven die soms wel degelijk wordt gevoeld. Rechters hebben een eigen verantwoordelijkheid, dat maakt dit vak zo bijzonder, interessant en moeilijk. Als een zaak niet binnen de geplande tijd kan worden afgedaan, moet je als rechter tegen de leiding van de rechtbank zeggen dat er meer tijd nodig is.”

Falend beleid

Nee, tijdgebrek heeft Salomon nooit als een groot probleem ervaren. Beleid en prioriteiten van politici wel. Huiselijk geweld is daar een voorbeeld van. Zo’n speerpunt dat ertoe leidt dat soms de kleinste geschillen aan een rechter worden voorgelegd. „Dan zit je dus met een stel in de rechtszaal waarvan de man de vrouw een klap heeft gegeven tijdens een uit de hand gelopen ruzie. Dat is niet goed te praten. Maar wat moet je daarmee als zo’n stel hun conflict heeft bijgelegd en het maanden daarna nog eens voor de rechter wordt gebracht? Moet je dan straf opleggen aan een man terwijl die vrouw vraagt om het niet te doen? Dat heeft geen zin. Het strafrecht is niet geschikt om alle maatschappelijke problemen aan te pakken, maar politici hebben wel de neiging om zo te denken. Als ik dan tegelijkertijd zie dat er veel zaken niet goed worden uitgerechercheerd omdat er te weinig tijd en capaciteit is bij de politie, vraag ik me af wat zo’n speerpunt voor nut heeft.”

Tegelijkertijd komen allerlei grote maatschappelijke problemen bij rechters terecht omdat het beleid faalt. De psychiatrische zorg is er één van, jeugdzorg een ander. Het leidde tot een van de meest dramatische beslissingen die Salomon nam in zijn periode als rechter. Hij legde in 2010 zijn werk als jeugdrechter neer. Aan zijn beslissingen werd structureel geen gevolg gegeven omdat jeugdzorg niet goed functioneerde.

Het greep Salomon, die indertijd samen met een aantal andere kinderrechters gevolgd werd door documentairemakers Maria Mok en Meral Uslu, heel erg aan. „Ik herinner me een jongetje dat tekeningen maakte die helemaal zwart waren en zei: ‘Het gaat niet goed, ik moet naar een inrichting.’ Het probleem was dat er in die tijd te weinig plaats was in jeugdinrichtingen en dit soort kinderen vaak in de gevangenis werd opgesloten zonder behandeling. Ik kon dat niet voor mijn rekening nemen. Stel je deze keuze voor: een meisje van 15 jaar heeft behandeling nodig maar er is geen plaats. Laat je haar opsluiten in de cel, zonder behandeling, of laat je haar vrij met het risico dat ze in handen valt van een loverboy? Dat is voor een rechter een onmogelijke beslissing.”

Met een keppeltje over straat

Fred Salomons wens om na zijn pensionering door te gaan alsof er niks is veranderd, wordt in november keihard doorkruist. Na een hartaanval belandt hij in het ziekenhuis, vertelt hij een maand later, grote pleisters nog zichtbaar op zijn pols. „Ik was het er niet mee eens”, zegt hij enigszins onderkoeld, „maar ik prijs me ook gelukkig dat het niet gebeurde toen ik de week daarvoor samen met mijn vrouw de concentratiekampen in Auschwitz en Sobibor bezocht. Daar was het misschien anders afgelopen.”

Tijdens zijn ziekbed heeft Salomon zich geërgerd aan de manier waarop Geert Wilders reageerde op zijn veroordeling voor discriminatie. „Misschien wordt het eens tijd dat we in Nederland contempt of court strafbaar gaan stellen”, zegt hij. „Wilders hoeft het niet eens te zijn met de uitspraak. Hij kan in hoger beroep, naar de Hoge Raad en naar het Europees Hof om zijn recht te zoeken. Dat is van groot belang. Maar met zijn uitlatingen tast hij het gezag van de rechtspraak aan. Dat is gevaarlijk. Het Joodse volk weet als geen ander wat het betekent als er geen onafhankelijke rechtspraak is.”

Binnen de Joodse gemeenschap zorgt de aanpak van Wilders voor spanningen. „Er wordt verschillend over de politicus gedacht”, zegt Salomon. „Zijn aanpak leidt tot tweespalt en verscheurt gezinnen. Ik zeg niet dat de problemen die er zijn in Nederland niet moeten worden benoemd. Integendeel. Het is heel erg dat je als Joodse man met je keppeltje in Amsterdam-West niet meer veilig over straat kunt. Dat moet aangepakt worden.”

Problemen benoemen is iets anders dan een wig drijven in de samenleving

Maar problemen benoemen is iets anders dan een wig drijven in de samenleving, vindt Salomon. „We moeten met elkaar verder en leren samenleven met de mensen om ons heen. Dat geldt ook voor Joden en moslims. Dat kan alleen door het gesprek aan te gaan. We moeten vooroordelen bij elkaar wegnemen en stoppen met generaliseren.”

Ondanks zijn fragiele gezondheid draagt hij de agenda van de Joods Liberale Gemeente met hartstocht uit. Na zijn hartrevalidatie pakt hij in 2017 die draad weer gewoon weer op. Althans, dat is het plan. „Ik zal ook wel moeten stoppen met roken”, zegt Salomon op die voor hem zo typerende licht ironische toon. Precies de toon die ze op de Amsterdamse rechtbank zo zullen missen.