De badkamerdeur mocht nooit op slot

Misbruik op de voetbalclub

Sportkoepel NOC*NSF wil een groot onderzoek naar seksueel misbruik in de sportwereld, werd vrijdag bekend. De voetbalclub HFC Haarlem had begin deze eeuw een materiaalman die jeugdspelers misbruikte. Hij moest er weg, maar een zaak werd het pas toen een slachtoffer wraak nam.

NRC

Aanvankelijk zag niemand kwaad in zijn bedoelingen. Niet in het paar voetbalschoenen dat hij cadeau gaf aan een teamgenoot. Niet in het officiële wedstrijdshirt van het eerste elftal dat hij mij op een dag in handen drukte. Nummer 24 stond er achterop het shirt, een exemplaar dat vanwege de krappe selectie van HFC Haarlem ongebruikt in zijn kantoor lag. „Die is voor jou”, zei hij. „Kom je dan ook een keertje bij me slapen?”

Argwaan bestond niet bij de jeugdspelers van HFC Haarlem, in de leeftijd van 12 en 13 jaar. We vonden het vooral leuk wanneer de materiaalman van het eerste elftal ons uitnodigde om te komen logeren. Hij stond bekend als een allemansvriend, wiens aanzien onder de jeugd voortkwam uit vrijgevigheid, zijn omgang met spelers van het eerste team en de logeerpartijtjes bij hem thuis. Zaterdagavond keten, ’s zondags naar Walibi. „We vonden het stoer om naar hem te gaan”, zegt een teamgenoot van toen, die anders dan ik wel mocht van zijn ouders. „Bij hem mochten we alcohol drinken.”

Dit speelt zich af tussen 2001 en 2003. De man bij wie zij de badkamerdeur nooit op slot mochten doen, wordt op 7 maart 2006 aangehouden op verdenking van ontucht met minderjarige jongens. De zaak telt zeventien slachtoffers, van wie de overgrote meerderheid voetbalde in de jeugdopleiding van de toenmalige profclub HFC Haarlem. Hij wordt veroordeeld tot vier jaar celstraf, plus tbs met dwangverpleging vanwege ontucht, misbruik en het bezit van kinderporno.

Signalen, en toch kan hij doorgaan

Achteraf blijkt dat er al jarenlang signalen waren over zijn afwijkende omgang met kinderen. Twee clubs, twee politiekorpsen en meerdere ouders waren op de hoogte. En toch kon hij doorgaan. Net als in de onlangs geopenbaarde misbruikzaak in Engeland. Britse oud-profs verklaarden dat ze als kind stelselmatig waren misbruikt door hun trainer. Soms wisten bestuurders ervan, maar kozen ze ervoor slachtoffers heimelijke schadevergoedingen te betalen. Het signaal aan de buitenwereld: niets aan de hand.

In Haarlem treden in 2003 dezelfde reflexen in werking. Ondanks klachten en pogingen tot aangifte stelt het bestuur van HFC Haarlem het clubbelang voorop. Haarlem moet vooral een onberispelijke eerstedivisieclub blijven, met een jeugdopleiding waarin de beste talenten uit de omgeving worden opgeleid tot prof.

Het signaal aan de buitenwereld: niets aan de hand

Twee jaar later, als de opleiding van Haarlem net met een derde ster is beloond door de certificeringscommissie van de KNVB, komt de zaak toch uit. De pedoseksueel wordt op 30 augustus 2005 neergestoken door een voormalige jeugdspeler van Haarlem, doet aangifte en wordt in maart 2006 zelf opgepakt op basis van het motief van de jonge dader: wraak. In de tussentijd, zo wordt duidelijk, heeft de materiaalman nog zeker twee voormalige jeugdspelers misbruikt. Ook blijkt dat hij halverwege de jaren negentig om dezelfde verdenkingen is weggestuurd bij PEC Zwolle.

Hoe is het mogelijk dat terwijl mensen zien wat er gebeurt, en er melding van maken bij de juiste personen en instanties, een pedoseksueel als deze toch niet wordt gestopt, zodat hij meer slachtoffers kan maken, nog meer schade aanricht? Welke mechanismen zijn hier aan het werk, hoe kunnen die worden doorbroken? Een reconstructie.

Logeerpartijen

Op 19 december 2003 stapt Henny de Regt, het hoofd van de jeugdopleiding van HFC Haarlem, naar de politie. De avond ervoor is hij gealarmeerd door een ouder die van haar zoon heeft opgevangen wat er zoal gebeurt tijdens logeerpartijen bij de materiaalman thuis. Na een verloren voetbalpotje op de PlayStation moeten jongetjes bloot opdrukken of tien seconden naakt op het balkon staan. De Regt noteert het in het dossier dat hij heeft aangelegd.

Het begon met een waarschuwing van een bezorgde moeder in augustus. Of hij wist dat jongetjes van de D-jeugd haast elk weekeinde logeren bij de materiaalverzorger? De Regt kijkt verbaasd naar 13-jarige jongetjes die op het veld staan te kotsen omdat ze de nacht ervoor alcohol hebben gedronken bij de man thuis. Hij hoort dat hij ze meeneemt naar pretparken, naar vakantiehuisjes en wedstrijden van PSV. De jongens zelf voelen zich er lang goed bij. Pas later krijgen ze argwaan en willen ze niet douchen als de man in de kleedkamer zit. En daar zit hij vaak.

Waren de ouders te naïef?

Vanwege de signalen die hij opvangt, vraagt De Regt de spelertjes voorzichtig wat de logeerpartijen behelzen. Ze laten flarden los, maar benadrukken dat hij niks tegen hun ouders mag zeggen. Thuis zijn seksfilms en alcohol verboden. Hun ouders nodigt hij uit voor een gesprek. Hoe staan zij tegenover de slaapfeestjes? Eén van de ouders wordt kwaad op hem. Waar bemoeit hij zich mee?

In diezelfde periode hoort hij van een andere trainer dat de materiaalman al een waarschuwingsbrief heeft gehad. Waarom weet hij daar niks van? In overleg met het bestuur wordt er weer een brief naar de materiaalman gestuurd waarin hij wordt gesommeerd geen kinderen meer uit te nodigen.

Waren ouders naïef? Achteraf wel, zeggen ze

Bas Parinussa, een begin twintiger die dan de C2 traint, heeft een seizoen eerder al melding gemaakt van de logeerpartijen. Hij voelde onbehagen. Maar de betreffende ouders vonden het goed.

Waren zij en andere ouders naïef? Achteraf wel, zeggen ze. Een van de moeders, vertelt haar zoon, verwijt zich dat ze hem erheen liet gaan. In haar achterhoofd sluimert altijd de vraag of ook hem niet wat is overkomen. Hij zegt van niet en zij gelooft hem. „Ze zegt dat ik altijd thuiskwam met een lach.”

Op zondag naar het pretpark

Onderling weten de jongetjes het van elkaar. Dat er bij de man thuis dingen gebeuren die je alleen deelt met teamgenoten die er ook hebben gelogeerd. Thuis verzwijgen ze dat een van hen steevast bij de man in bed slaapt omdat er altijd één bed te weinig is. Liever vertellen ze over de pretparken waar hij ze mee naar toe neemt. „En dat waren ook echt leuke dagen”, benadrukt een van hen.

Ondanks alarmerende berichten moedigt het bestuur De Regt niet aan om naar de politie te stappen. Het hoofd jeugdopleidingen gaat toch. Hij wil zijn verhaal doen omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor de honderd jongetjes die deel uitmaken van de academie. Genoeg voor een aangifte is het niet. Eén ding kunnen de rechercheurs hem in december 2003 wel beloven: de man zal na de winterstop niet meer bij Haarlem werken.

Al op zijn zeventiende doet de materiaalman seksuele ervaring op met een jongen van dertien

Dit had het moment kunnen zijn dat er een einde kwam aan zijn praktijken. Al op zijn zeventiende doet de materiaalman, nu 50 jaar, seksuele ervaring op met een jongen van dertien. Hij beseft dan niet dat die handelingen een voorbode zijn van de zedendelicten waar hij in 2007 voor wordt veroordeeld.

Tussen 1 februari 2001 en 31 december 2003 maakt hij zich schuldig aan ontucht met zeker 15 minderjarige jeugdspelers, zo blijkt uit de rechtszaak. Hij laat zich onder meer aftrekken door jongens, verleidt hen tot het betasten van elkaars genitaliën en laat hen strippen. Tussen 2004 en 2005, als hij al bij Haarlem is weggestuurd, komen er nog twee slachtoffers bij. Eén van hen betast hij, met de ander heeft hij seks. Op de zitting blijkt ook dat zijn computer vol zat met kinderporno – 48.000 bestanden – en dat de politie die in 2004 al in beslag nam. Hoewel hij daarna de psychiatrische instelling De Waag moest bezoeken, onderhield hij ondertussen een relatie met de 14-jarige jeugdspeler met wie hij later seks had.

Libidoremmers

Volwassenen binnen de club vonden hem een „rare kwibus”, 12- en 13-jarige jeugdspelers liepen met hem weg. „Ik had aanzien”, zegt hij nu. „Door die jongens om me heen werd mijn verslaving gecreëerd en gevoed. Ik wist dat ik fout bezig was, heb thuis uren zitten janken. Elke pedofiel weet dat. Die BBC-presentator, die Engelse trainers die nu in opspraak komen. Ze weten het.”

In zijn nieuwe leefomgeving wil hij zijn verhaal doen. Ook hij wil dat soortgelijke misdrijven in de toekomst voorkomen worden. Als hij leest over de verzwegen delicten in Engeland, ziet hij gelijkenissen met zijn eigen zaak. „Ook Haarlem wilde de zaak onder de pet houden.”

Tbs heeft hij nog steeds. Maar na twee jaar interne dwangverpleging mocht hij de kliniek in 2010 verlaten, nadat hij zich bereid had getoond om zware medicatie te nemen. Het zijn libidoremmers, toegediend per injectie. Tijdens het gesprek toont hij het litteken van de wond die de oud-jeugdspeler hem toebracht in 2005. Een navelvormige inkeping boven zijn rechternier, veroorzaakt door een mes waarvan enkel de bovenste vijf centimeter naar binnen drong. Hij lag twee weken in het ziekenhuis. En doordat hij aangifte deed, creëerde hij zijn eigen val. De dader vertelde de politie dat zijn slachtoffer hem seksueel had misbruikt.

Maar als ik van die steekpartij geen aangifte had gedaan, was ik waarschijnlijk nog steeds niet gepakt

„Vat dit niet verkeerd op”, zegt hij, „Maar als ik van die steekpartij geen aangifte had gedaan, was ik waarschijnlijk nog steeds niet gepakt. Dat is toch vaag?”

In plaats van in 2005 had hij al in 2003 opgepakt kunnen worden. Maar er kwam een uitweg. Nota bene dankzij de club. „Het bestuur gaf me de keuze. Of ik zou meteen vakantie opnemen en per 1 januari ontslag nemen of ze gingen naar de politie. Voor iemand die in het nauw zit, is de keuze simpel: je neemt ontslag.”

Bij PEC Zwolle kregen ze ook signalen

De mannen die hem met vakantie sturen, weten niet dat hij midden jaren negentig ook bij PEC Zwolle is weggestuurd. Ook daar krijgen mensen signalen. Ouders, clubmedewerkers en de politie. Hij is teamleider van de C1 en nodigt jongens uit dat team uit bij hem thuis. Na meerdere bezoeken trekt een vader aan de bel. Ook bij de club bestaat een onbestemd gevoel. Medewerkers stappen naar de politie. „Maar zoals de feiten er lagen, kon de politie niks doen”, herinnert toenmalig voorzitter Gaston Sporre zich.

Hij moet wel weg. En zo verdwijnt hij daar uit beeld, net als later in Haarlem. Nadat hij daar in december 2003 is weggestuurd, gaat hij in januari aan de slag bij een club in Amstelveen. Tot iemand van Haarlem er lucht van krijgt en de club inlicht. Dan neemt hij weer de benen.

Wat dan volgt, laat zien wat er gebeurt als waarschuwingen en meldingen niet leiden tot een aanhouding. Want hoewel de man zijn oude baan als conducteur weer oppakt, heeft hij nog steeds chatcontact met jeugdspelers van Haarlem. Met zeker één van hen leidt dat tot penetratie, blijkt tijdens de rechtszaak. Hij verleidde zijn slachtoffers met aandacht en cadeaus als telefoons.

Ploeteren in de onderste regionen

Hoe kon dit zo doorgaan als zijn voorliefde voor jongens allang is vastgesteld? Aan de ouders van slachtoffers tussen 2001 en 2003 ligt het niet. Zeker twee van hen willen aangifte doen als eind 2003 de politie is geïnformeerd over de gebeurtenissen tijdens de logeerpartijtjes.

„We kregen alleen geen poot aan de grond”, zegt een van hen. Ze heeft nooit het idee gehad dat de politie haar zorgen serieus nam. „‘U maakte toch ook wel eens foto’s toen uw zoon als kleuter naakt over het strand liep’, zeiden ze. En: ‘U geeft uw kind met Kerst toch ook weleens wat te drinken?’ Nadat we twee keer op het politiebureau zijn geweest, hebben we het maar afgesloten. Tijdens een ouderbijeenkomst op de club kregen we te horen dat het wel meeviel. Ik kreeg het idee dat de zaak in de doofpot werd gestopt.”

U maakte toch ook wel eens foto’s toen uw zoon als kleuter naakt over het strand liep

Roy Wesseling was indertijd de hoofdtrainer. „Toen het bestuur mij informeerde, wist ik dat de man een pedofiel was. Maar toen hij was weggestuurd, was het voor mij klaar.”

Publicitair komt Haarlem dat niet slecht uit. De club heeft een rijke historie en een goede naam, al leidt geldgebrek ertoe dat Haarlem al jaren kansarm in de onderste regionen van de eerste divisie ploetert. Maar o wee wie een kwaad woord over Haarlem spreekt. Die krijgt toenmalig voorzitter Aad Goedhart op zijn dak.

Geen officiële politiezaak

Over de weggestuurde materiaalman verschijnt in 2004 geen woord in de pers. Dat komt vooral doordat het geen officiële politiezaak wordt. Zeker vijf meldingen komen er binnen in december 2003, maar na driekwart jaar stopt de Haarlemse recherche het onderzoek. Er kwam volgens de politie „geen eenduidig beeld” naar voren en geen van de betrokkenen deed daadwerkelijk aangifte. Verder zijn alle procedures gevolgd, zegt de politie desgevraagd.

Ouders herinneren zich dat hun op het hart werd gedrukt een aangifte veel impact zou hebben. Binnen de politie is dat een gangbare waarschuwing. Wat er na een aangifte gebeurt, kan heftig zijn. Soms heiligt het doel de middelen, maar slachtoffers moeten niet onderschatten hoe het is als ze in politieverhoren en in de rechtszaal hun intimiteit en privacy moeten opgeven. Willen ze dat wel?

Toen er in Haarlem melding werd gemaakt van mogelijke ontucht, werd er volgens de politie meer rigide gewerkt dan nu. Frits Izaksson, hoofd van de Noord-Hollandse zedenpolitie, benadrukt dat de werkwijze nu totaal anders is. De politie wordt kritischer gevolgd. Grootste verschil is dat de politie meer initiatief neemt. De recherche opent in overleg met het OM vaker zelf een zaak als de veiligheid van mensen in gevaar is. Zou de zaak van materiaalman nu anders worden aangepakt? Ja, stelt de politie.

De droom om prof te worden

In 2004 volgt vastgoedconsulent Frans Sodekamp Goedhart op als voorzitter en Goedhart gaat zich bezighouden met spelersbeleid. Omwille van goed bestuur vraagt Sodekamp aan Goedhart of er nog zogenoemde lijken in de kast zitten. Nee. „Al was er iets met een materiaalman”, hoort hij Goedhart zeggen. „Maar dat is afgehandeld.”

Wat een gedane zaak lijkt, komt in 2006 alsnog tot uitbarsting. Sodekamp krijgt dan een telefoontje van de Amsterdamse zedenrecherche. Een jongen heeft een man in Amsterdam neergestoken, omdat de man hem bij Haarlem zou hebben misbruikt. „Die rechercheur vermoedde dat het om een veel groter schandaal ging”, herinnert Sodekamp zich.

Je moet je voorstellen dat al deze jongetjes de droom hadden om prof te worden. Dat viel voor sommigen in duigen

Sodekamp vindt dat hij namens de club zijn verantwoordelijkheid moet nemen en informeerde en ondersteunde de spelers en ouders die twee jaar eerder geen gehoor hadden gekregen. Andere bestuursleden vinden die aanpak overdreven. „Ik merkte dat zij vreesden voor het mooie imago van Haarlem. Kon ik de zaak niet laten rusten? Laat ik het maar gewoon zeggen: het had de geur van de doofpot.”

Oud-voorzitter heeft een zuiver geweten

Door zijn aanpak voelen ouders zich gezien. Nu wel. Hadden ze dus toch gelijk, twee jaar eerder. Zelf is hij weken van slag. „Ik wil het niet dramatiseren, maar ik heb er een trauma aan overgehouden. Je moet je voorstellen dat al deze jongetjes de droom hadden om prof te worden, en dat ze die bij Haarlem hoopten te verwezenlijken. Dat viel voor sommigen in duigen.” Enkele jongens zijn direct met voetbal gestopt.

Hoewel meerdere mensen hem betichten van wegkijken, is voormalig voorzitter Aad Goedhart zich van geen kwaad bewust. Hij noemt het desgevraagd „jammer” wat er is gebeurd. „Maar de club heeft hier altijd buiten gestaan. Dit was een zaak tussen die man en de ouders, die hun kind er niet van weerhielden om met deze man om te gaan. En als de hoogste macht besluit om de man niet te vervolgen, heb ik een zuiver geweten.”

De auteur van dit verhaal speelde in zijn jeugd zelf bij Haarlem. Voor het artikel is onder anderen gesproken met de dader, meerdere slachtoffers en een ouder. Zij wilden meewerken op voorwaarde van anonimiteit. Hun namen zijn bij de redactie bekend.