Het geheim van Rutte II: Vallen? Dat nooit

Het tweede kabinet Rutte is een onderhandelingskabinet. Bewindslieden en coalitiepartners moeten elkaar iets gunnen. Als een crisis dreigt, praten ze, tot ze erbij neervallen.

Illustratie Hajo

Halbe Zijlstra loopt ziedend het Torentje binnen. Het is donderdagmiddag 11 april 2013 en die dag heeft het kabinet een sociaal akkoord gesloten met werkgevers en de vakbeweging. Zeg het maar, roept Zijlstra tegen de andere drie, Mark Rutte, Lodewijk Asscher en Diederik Samsom. „Gaan we naar die school of gaan we naar de koningin?”

Over een paar uur is op het Mondriaan College in Den Haag de presentatie van het sociaal akkoord. De pers is al uitgenodigd. Wekenlang hebben premier Rutte en vicepremier Asscher in het geheim met de sociale partners onderhandeld. Maar Zijlstra, de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, heeft de precieze afspraken dan pas net gelezen. Hij gruwelt ervan: veel te veel concessies aan de PvdA en de vakbeweging.

Halbe Zijlstra weet ook dat Rutte en Asscher niet meer terug kunnen. Uiteindelijk draait hij bij. Net als Diederik Samsom, die ook boos is geworden. Waarom hebben Rutte en Asscher de fractievoorzitter van de VVD zo slecht bijgepraat onderweg? Het akkoord komt er, maar ze spreken wel af: elkaar zo overvallen, dat doen we niet nog eens. En „dan ga je maar naar de koning”, dat wordt een terugkerende grap binnen de coalitietop als ze weer eens bonje hebben.

Het sociaal akkoord is één van de vele keren dat het knettert in het kabinet-Rutte II. Dat is niet verwonderlijk. Twee politieke tegenpolen besluiten midden in een diepe economische crisis – het is dan november 2012 – om te gaan samenwerken. Ze bezuinigen ruim 16 miljard euro en besluiten tot grote hervormingen. De ramp met vlucht MH17 gebeurt. En als de recessie achter de rug lijkt, dient zich een volgende crisis aan: de stijging van het aantal vluchtelingen.

Toch presteert het kabinet iets dat geen regeringsploeg in achttien jaar meer is gelukt. Ze vallen niet. Wat is het geheim van Rutte II? Hoe is het deze coalitie gelukt om toch bij elkaar te blijven? NRC heeft, op zoek naar het antwoord, met vijftien bewindslieden gesproken, plus betrokkenen uit de coalitietop.

Voorman Bernard Wientjes van VNO-NCW, premier Mark Rutte, minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en FNV-voorzitter Ton Heerts voor aanvang van de presentatie van het sociaal akkoord in april 2013. Foto ANP / Martijn Beekman

Bloemen voor Ploumen

Mark Rutte heeft een hamertje, maar hij gebruikt het bijna nooit. Als hij op vrijdag rond tienen de vergadering van zijn kabinet opent in de Trêveszaal, roept hij gewoon zoiets als: we gaan beginnen!

Vanaf zijn vaste plek in het midden van de ovalen vergadertafel kijkt Rutte uit over de Hofvijver. Tegenover hem zit vicepremier Asscher. Achter Rutte hangen grote schilderijen van Willem van Oranje, Maurits en Frederik Hendrik. De witte koffiekopjes hebben een gouden randje, ernaast liggen goudkleurige lepeltjes.

De verhoudingen in het kabinet zijn kameraadschappelijk. Ze hebben begrip voor elkaars standpunten en ze lachen veel. De PvdA’ers in het kabinet hebben dat wel anders meegemaakt, in Balkenende IV. Toen was de spanning vaak om te snijden. Ze vinden het prettig dat Rutte de vergadering neutraal voorzit. Anders dan zijn voorganger Jan Peter Balkenende, zeggen zij, slikt de premier zijn partijpolitieke voorkeur in als het lastig wordt. Het draait er bij hem om een oplossing te vinden.

De vergaderingen in de Trêveszaal zijn formeel. Ze spreken elkaar aan met ‘u’ en ‘minister’. Vragen en interrupties doen ze, net als bij debatten in het parlement, altijd ‘via’ de voorzitter en ze spreken in een microfoon. Dat heeft een functie: zo kunnen ze politieke meningsverschillen en persoonlijke verhoudingen scheiden.

Een filmpje van de Rijksvoorlichtingsdienst over de geschiedenis van de Trêveszaal. Tekst gaat verder onder de video.

Na de vergadering gaan de ministers weer uit hun formele stand. Tijdens de lunch in de Statenzaal, die ligt naast de Trêveszaal, is het weer gewoon ‘Henk’ en ‘Bert’. De staatssecretarissen schuiven aan. Er zijn broodjes en soms krijgen ze de restjes van de Indische rijsttafel die de VVD-bewindslieden de avond ervoor hebben gegeten bij hun vaste overleg.

De bewindslieden zijn door Rutte en PvdA-leider Samsom uitgezocht op twee eigenschappen. Eén: ze moeten pragmatische bestuurders zijn. Twee: hun ego mag niet te groot wezen. Sommige ministers gniffelen om dat tweede criterium.

Iedereen heeft zo zijn rol in de Trêveszaal. Je hebt het dameshoekje met Lilianne Ploumen, Edith Schippers en Jet Bussemaker, schuin tegenover de premier. Daar maken ze grapjes en ze corrigeren collega’s die langdradig zijn. „Dit verhaal kennen we nu wel”, roepen ze dan.

Ploumen, Asscher en Jeroen Dijsselbloem zijn de moralisten. Als PvdA-voorzitter Hans Spekman op televisie heeft verteld welke bedreigingen hij krijgt via sociale media, vinden zij dat Rutte tijdens zijn persconferentie na afloop stelling moet nemen. Hij wil het eerst niet, maar doet het toch.

Minister van Economische Zaken Henk Kamp, bezig aan zijn vierde ministerschap, heeft altijd alle stukken gelezen, ook die van zijn collega’s. Hij stelt zich op als het rechtse, bestuurlijke geweten van de VVD. Zijn commentaar is hard en hoekig, maar hij maakt het nooit persoonlijk. Kamp is vaak heel attent. En hij kan humoristisch uit de hoek komen. Als de secretaris van de ministerraad jarig is, brengt hij een grote bos bloemen voor haar mee. Alleen: ze is er niet. Dus geeft Kamp de bloemen aan Lilianne Ploumen – de collega met wie hij het vaakst botst.

De macht van ‘maandag’

Premier Rutte kan zijn wekelijkse persconferentie beter op maandag houden dan op vrijdag. Ministers zeggen het tegen elkaar als geintje, maar er gaat serieuze irritatie achter schuil. De échte macht van de coalitie ligt niet in hun ministerraad, op vrijdag, maar bij het viertal dat op maandag coalitieoverleg houdt.

Elke maandagmorgen komen ze bijeen, om half elf: premier Rutte, vicepremier Asscher, en de fractievoorzitters Samsom en Zijlstra. Dat doen ze op de werkkamer van Asscher op het ministerie van Sociale Zaken. Rutte komt altijd binnen met dezelfde gimmick: hij zwaait de deur wild open, net als het personage Kramer uit de comedyserie Seinfeld. De eerste keer gieren de anderen het uit. Vanaf dan doet hij het iedere week. Drie jaar lang.

Premier Rutte en VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra verlaten het ministerie van Sociale Zaken na afloop van het wekelijkse coalitieoverleg. Foto ANP / Bart Maat

Ook als ze denken dat ze eigenlijk niks te bespreken hebben, komen de vier samen. En ook dan zitten ze zo een uur te praten. Als het over geld gaat, in zo’n driekwart van de gevallen, is minister van Financiën Dijsselbloem erbij. Hij speelt vaak scheidsrechter. Andere bewindslieden schuiven aan als hun onderwerp aan de orde komt.

Het maandagoverleg is cruciaal voor het overleven van Rutte II. Samsom en Rutte, de architecten van het kabinet, vertrouwen elkaar volkomen. In al die jaren voelen zij zich niet één keer bedonderd door de ander. Zijlstra en Samsom, de fractievoorzitters, houden ervan alles ongecensureerd tegen elkaar te zeggen. Asscher is de uitzondering van de vier. Die laat bijna nooit emoties zien.

Eén van de basisafspraken van het maandagoverleg is begrip voor elkaars problemen opbrengen. Elkaar iets gunnen, zoals Rutte en Samsom in de formatie hebben afgesproken. Dus als de VVD het intern lastig heeft met het derde steunpakket voor Griekenland, houden de PvdA’ers zich stil. En vraagt Samsom of de strafbaarstelling van illegaliteit uit het regeerakkoord kan, dan heeft de VVD daar tenslotte begrip voor. Als ze er maar iets voor terugkrijgen.

Eerdere kabinetten hadden ook zo’n coalitieoverleg. Nooit waren die zo machtig als nu. De fractievoorzitters Zijlstra en Samsom doen veel van het lobbywerk bij de oppositiepartijen, om een meerderheid in de senaat voor hun plannen te krijgen. Ze zijn zo nauw betrokken, dat Ruttes secretariaat de twee in het eerste jaar zelfs uitnodigt voor het kerstdiner van het kabinet. Ze gaan maar niet.

Boven alles is Rutte II een onderhandelkabinet. De coalitie zoekt ook in de polder, bij het bedrijfsleven en brancheorganisaties steun. Uiteindelijk sluiten ze een woonakkoord, een sociaal akkoord, een onderwijsakkoord, een herfstakkoord, een energieakkoord en een zorgakkoord.

Het lukt minister Stef Blok (Wonen, VVD) in februari 2013 als eerste om zijn hervormingen in een woonakkoord vast te leggen. Hij weet hoe gevoelig zijn plannen liggen en wil haast maken. Hij krijgt steun van oppositiepartijen D66, de ChristenUnie en de SGP. Dat blijkt later een structureel handige combinatie. In politiek Den Haag gaan ze de C3 heten, de constructieve drie.

In al die onderhandelingen met de oppositie stellen VVD en PvdA zich als één op. Het viertal in de top heeft daar bewegingsruimte voor nodig. Ze kunnen zomaar besluiten dat een bewindspersoon geld moet inleveren of aan iets anders moet uitgeven. Voldongen feit!

Zo krijgt staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) van Rutte een belletje na onderhandelingen met de oppositie in het voorjaar van 2014. Er gaan tientallen miljoenen euro’s naar kleine scholen, met geld waar Dekker al andere plannen voor had. Het moet, ChristenUnie en SGP willen het echt heel graag. Als Dekker details wil weten, moet hij maar even met Zijlstra bellen, zegt Rutte.

De macht van de maandag leidt wel eens tot irritatie in het kabinet. Hebben wij ook nog wat te zeggen, vragen ministers als Edith Schippers en Lilianne Ploumen zich hardop af in de Trêveszaal. Als er iemand moppert, verdedigt Rutte de coalitietop. Half grappend, half serieus: „Als we dat maandagberaad niet zouden hebben, had jij hier niet meer gezeten.”

Toch doet de premier niet moeilijk als één van zijn collega’s graag ergens over wil meepraten. In september 2013 besluit het kabinet tot de aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF). Na vijftien jaar gesteggel heeft een speciale ministeriële commissie de knoop doorgehakt: Nederland koopt 37 gevechtsvliegtuigen. In de ministerraad komt dat besluit wel erg summier voorbij. Het staat in één regeltje in de stukken. Plasterk en Bussemaker protesteren: kunnen we hier niet wat langer over praten? Prima, zegt Rutte, de JSF gaat op de agenda voor de week erop.

Tjonge! Succes

Bijna alle bewindspersonen zeggen het. Het geheim van dit kabinet zit hem voor een groot deel in premier Mark Rutte. Een man die zijn ego opzij kan zetten, hypergevoelig voor sfeer. Hij ruikt ongemak of oplopende ergernis. Als collega’s een conflict hebben met elkaar, weet hij ze altijd weer in gesprek te krijgen.

Maar Rutte kan ook boos worden. Heel boos. Bijna iedereen uit de kabinetsploeg heeft een persoonlijke oh-toen-was-Mark-kwaad-op-míj-herinnering. Jeroen Dijsselbloem krijgt al snel na zijn aantreden, november 2012, de wind van voren. De achterban van de VVD wil dan van de inkomensafhankelijke zorgpremie af. Rutte en Dijsselbloem hebben een misverstand over de cijfers, Rutte belt hem nijdig op en begint te tieren. Dijsselbloem vertelt de premier dat hij zó niet wil samenwerken en hangt op.

Ook tegen Frans Timmermans, dan minister van Buitenlandse Zaken, ontploft Rutte. Timmermans heeft lullig gedaan over de weinig constructieve houding van het CDA. Het is oktober 2013, de regering moet steun zien te vinden bij de oppositie voor de eerste begroting. „Het kabinet steekt een hand uit en krijgt van het CDA een middelvinger terug”, zegt hij voor de camera’s. Eenmaal binnen op Algemene Zaken krijgt hij van Rutte de volle laag: hoe kun je zoiets zeggen als het kabinet het CDA misschien nog nodig heeft?

Bekijk hieronder een item van Powned, met in het begin het bewuste fragment. Tekst gaat verder onder de video.

Iedereen zegt erbij: die driftbuien duren maar kort. Hooguit twee uur later belt Rutte terug en zegt hij sorry. Of, als iemand hém een keertje pissig heeft opgehangen: „Hee, dat is mijn rol!”

Het leidende principe van Rutte: je verrast elkaar niet en spreekt alles onderling uit. Hij kan er slecht tegen als iemand geen steun voor zijn voorstellen heeft georganiseerd in het parlement. ‘Landingsrechten regelen’, noemen ze dat. Vaste regel is dat álles wat ministers naar de Tweede Kamer sturen, is afgekaart met beide coalitiefracties. Doe je dat niet, dan kan dat de onderlinge verhoudingen verpesten. In de stukken voor de ministerraad staat bij veel onderwerpen een nootje. Afgestemd met de Kamerfracties: ja/nee/onbekend.

Rutte werkt pragmatisch. Zijn eigen opvattingen staan in dienst van het haalbare. Dan is het extra verrassend als hij wél principieel en fel is. Hij is bijvoorbeeld allergisch voor discussies over de hoogte van hun salaris. Als een bewindspersoon een keertje zegt dat ze wel wat weinig krijgen, kapt Rutte hem af: „We verdienen genoeg.”

Zodra het over het dagelijkse werk van anderen uit het kabinet gaat, is de premier afhoudend. Hij kan er slecht tegen als ministers hun problemen ‘omhoog delegeren’. Als Ronald Plasterk hem een sms’je stuurt om iets lastigs te overleggen, krijgt hij binnen een minuut antwoord: „Tjonge! Succes.” Plasterk vindt dat eigenlijk wel slim. Hij neemt zich voor het zelf ook zo te gaan doen.

Rutte afgelopen september in het Torentje tijdens het voorbereiden van de Algemene Politieke Beschouwingen. Foto ANP / Bart Maat

Rutte past ervoor op dat hij als minister van Algemene Zaken ook minister van Alle Zaken wordt, zoals hij zelf wel eens zegt. Voor de ervaren bewindspersonen werkt dat prima. Maar wie minder Haagse ervaring heeft, mist vooral in de beginperiode wel eens hulp en iemand die meedenkt. Alleen in het eerste jaar maakt de premier een rondje langs alle ministeries voor functioneringsgesprekken.

Door onbelangrijke dingen op afstand te houden, houdt de premier tijd over voor de echte problemen. Want vergis je niet, zeggen zijn collega’s, Rutte is een control freak. Áls hij iets van je overneemt, kom je niet meer van hem af. Dan blijft hij bellen en stuurt elke drie minuten een sms’je, tot je er krankjorum van wordt.

Dear colleagues…

In het vliegtuig op weg naar Washington pakt Jeroen Dijsselbloem zijn iPad. Hij opent zijn schrijfprogramma en begint te tikken. Dear colleagues, as you may have heard… De brief is aan zijn Europese collega-ministers van Financiën, om te vertellen dat het Nederlandse kabinet is gevallen.

Op 16 april 2015 is het einde van Rutte II dichtbij. Terwijl Dijsselbloem boven de Atlantische Oceaan vliegt, op weg naar de voorjaarsvergadering van het IMF, speelt voor het eerst de vraag of de VVD en PvdA elkaar nog wel vertrouwen. Ze hebben ruzie over ‘bed, bad, brood’. De vraag is of de overheid uitgeprocedeerde asielzoekers wel of geen opvang moet bieden.

Het is volgens bijna alle betrokkenen de ernstigste crisis die de coalitie meemaakt. Niet over geld, daar kun je altijd wat mee schuiven, maar om principes. De twee partijen verschillen fundamenteel van mening: de PvdA wil illegalen een dak boven hun hoofd bieden, de VVD niet.

Als een crisis dreigt, kent de coalitietop maar één aanpak: actie. Hulptroepen verzamelen, agenda’s schoonvegen en praten tot ze erbij neervallen. Fysieke aanwezigheid vinden ze belangrijk.

Dat blijkt bijvoorbeeld eind 2014, wanneer het mis gaat in de Eerste Kamer.

Het is de laatste dinsdag voor kerst. Senator Adri Duivesteijn en twee andere PvdA’ers stemmen tegen een wet van minister Schippers, die grenzen stelt aan de vrije artsenkeuze van patiënten. Die ochtend heeft Asscher al zitten wachten in het Torentje, zodat hij op verzoek van de PvdA-fractievoorzitter snel in de senaat kan zijn. Ze roepen hem inderdaad, hij probeert zijn partijgenoten nog eens te overtuigen om vóór de wet te stemmen. Dat mislukt.

In de crisisdagen die volgen, gaat Asscher thuis langs bij Adri Duivesteijn in Den Haag. Buiten wacht Diederik Samsom in de dienstauto, klaar om óók naar binnen te gaan als Asscher een seintje geeft. Het is voor niks. Later die week vindt de coalitie een oplossing waar ze de drie opstandige PvdA-senatoren niet voor nodig hebben.

De top zit er ook bovenop als minister Ronald Plasterk in de problemen komt. Het is oktober 2013. In televisieprogramma Nieuwsuur heeft hij gezegd dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA de belgegevens van 1,8 miljoen Nederlanders heeft afgetapt. Bij nader inzien blijken het toch de Nederlandse diensten te zijn geweest. Rutte is boos en roept Plasterk en Hennis bij zich, zij gaan samen over de inlichtingendiensten. Zijn boodschap: als één van jullie moet opstappen, gaat de ander ook.

Plasterk staat de pers te woord nadat hij de motie van wantrouwen in het debat over het aftappen van belgegevens voor de NSA heeft overleefd. Foto ANP / Valerie Kuypers

In het weekend vóór het debat in de Tweede Kamer houden ze twee lange oefensessies. ’s Zaterdags bij Plasterk op het ministerie van Binnenlandse Zaken, ’s zondags bij Hennis op Defensie. Samen met Rutte, Asscher en een clubje topambtenaren lopen Plasterk en Hennis alle vragen door die ze in het debat kunnen krijgen. Hun antwoorden stemmen ze nauwkeurig af. Na het debat sms’t Rutte aan Plasterk: „Voortreffelijk gedaan.”

Jeroen Dijsselbloem hoeft de brief aan zijn Europese collega’s nooit te versturen. Na twee lange avonden en een weekend praten vinden VVD en PvdA ook in de bed, bad, brood-kwestie een compromis. Voor het eerst heeft de coalitietop een goedmaaketentje nodig. In Bistrot de la Place, een restaurantje tegenover het Binnenhof, nemen ze hun laatste misverstanden weg. Zelfs Rutte, die bijna nooit drinkt, neemt een glas rode wijn.

Peddelen in een zodiac

Puffen, zweten en peddelen tot ze erbij neervallen. Het is zomer 2015 en op het strand van Texel houden de kabinetsploeg, hun partners en kinderen een zware trainingsoefening van de marine. De teams moeten een stuk in een zodiac afleggen om een boei te ronden, terug naar het strand peddelen, daar de rubberboot op hun schouders op het droge zien te krijgen en dan nog een stuk door de duinen rennen.

Iedereen is bloedfanatiek. Zelfs de steile minister van Justitie Ard van der Steur doet mee, dit keer zonder pak en das. Grote winnaar is team-Dijsselbloem: de minister van Financiën met zijn vrouw, hun twee kinderen, en Sharon Dijksma en haar man. De bewindslieden doen twee keer per jaar iets leuks met elkaar. Eén keer met en één keer zonder kinderen.

Een deel van de bewindslieden van Rutte II tijdens de jaarlijkse heidag van het kabinet in het centrum van Delft. Foto ANP / Jerry Lampen

Natuurlijk bezweer je met zulke uitjes geen kabinetscrisis, zeggen ze allemaal. Gezellig is het wel. De meeste bewindspersonen vinden hun werk best eenzaam. Op hun ministerie zijn ze de baas, iedereen kijkt naar hén als er een besluit moet vallen. Ze vinden het prettig om even onder gelijken te zijn. Het relativeert. En de kinderen zien ook nog eens met wie hun vader of moeder eigenlijk het land bestuurt.

Het sportclubje van het kabinet heeft dezelfde functie: even met elkaar ontspannen en met iets anders bezig zijn dan politiek. Uit het hoofd, in het lijf. Dinsdag bij Buitenlandse Zaken, van half acht tot half negen, vrijdag op Economische Zaken. Sander Dekker, Lilianne Ploumen, Mark Rutte, Ard van der Steur en Ronald Plasterk zijn er meestal bij. Onder leiding van persoonlijk trainer Gabriëla trainen ze eerst een half uurtje alleen, daarna een half uur samen. Ze fietsen, doen een rondje circuittraining of buikspieren.

Officieel is het géén competitie. Alhoewel. Ard van der Steur kan halverwege meestal niets meer uitbrengen. Lilianne Ploumen doet als enige vrouw mee en sjort meestal hetzelfde aantal kilo’s omhoog als de mannen. En Fred Teeven kijkt natuurlijk wel even mee hoe zwaar de fiets van een ander staat afgesteld.

De grote herschikking

Het idee komt tijdens de formatie al eens op: waarom zouden ze geen midterm review houden, voor alle ministers en staatssecretarissen? Wie halverwege de rit niet blijkt te functioneren, krijgt vervanging. Of mensen kunnen doorschuiven naar een ander departement. Er gebeurt niets mee, ook omdat Diederik Samsom en invloedrijke VVD’ers als Edith Schippers het onzin vinden.

In het voorjaar van 2014 wordt het ineens weer actueel. In de VVD zien ze dat de zeventigjarige Ivo Opstelten, minister van Veiligheid en Justitie, het allemaal niet meer kan bijbenen. Ze spreken over Ronald Plasterk, die het moeilijk blijft houden. En er staat ook nog een afspraak dat er die herfst een PvdA’er uit het kabinet naar de nieuwe Europese Commissie mag. Als ze daar nu één grote herschikking van maken? Uiteindelijk doen ze het niet. Te veel gedoe. En de media zouden zo’n reshuffle toch alleen maar uitleggen als teken van crisis.

Ivo Opstelten moet negen maanden later alsnog opstappen. Het beruchte bonnetje in de zaak met drugscrimineel Cees H. was kwijt, maar blijkt toch gevonden. Zijn staatssecretaris Teeven gaat ook. Ze zijn niet de enigen: in totaal ziet het kabinet zes bewindspersonen vertrekken. Het ene vertrek is het andere niet, maar voor bijna allemaal geldt: Rutte en Samsom houden lang vast aan hun mensen. Soms té lang.

Frans Weekers krijgt veel kansen in zijn tijd als staatssecretaris van Financiën, ook al is het een bende bij de Belastingdienst. Henk Kamp geeft hem zelfs debattraining. Uiteindelijk stapt hij toch op. Ook PvdA’er Wilma Mansveld, die op Infrastructuur en Milieu al vrij snel in de problemen komt met Prorail en de Fyra, krijgt nog lang het voordeel van de twijfel.

Wie weggaat, wordt niet meteen vergeten. Teeven, Opstelten en Weekers zijn gewoon uitgenodigd voor de jaarlijkse zomerse barbecue op het Catshuis, in het jaar van hun vertrek.

Wat wel opvalt: VVD’ers kijken beter om naar hun voormalige collega’s dan PvdA’ers. Melanie Schultz van Haegen belt na een paar maanden Co Verdaas eens op om te vragen hoe het eigenlijk met hem gaat. De staatssecretaris van Economische Zaken is de eerste die opstapt, het kabinet zit dan er dan pas een maand. Verdaas vertelt dat hij door allerlei VVD’ers is gebeld, maar van zijn eigen partijgenoten weinig heeft gehoord.

Als Diederik Samsom twee weken geleden opstapt, zijn de meeste PvdA’ers wél attent. Jeroen Dijsselbloem en Ronald Plasterk gaan na zijn vertrek meteen bij hem thuis langs, in Leiden. Voor VVD’ers spreekt zoiets voor zich. Mark Rutte komt speciaal voor Samsoms afscheid naar het parlement. En één van de eersten die zich bij hem meldt voor een avond wijn drinken: Halbe Zijlstra.