Bij algebra werd hij verliefd op getallen

Wiskundeleraar Ed de Moor (1933-2016) vond dat het Nederlandse rekenonderwijs grondig moest worden hervormd.

Ed de Moor (links) met studievriend Jan van Mierlo op vakantie; rechts fietsend op latere leeftijd.

Hoe vat je een mensenleven van ruim 83 jaar in 700 woorden? Ed de Moor had er wel raad mee geweten. Als voormalig wiskundeleraar, hervormer van het rekenonderwijs en schrijver van populair-wetenschappelijke boeken was hij een meester in het uitleggen van ingewikkelde materie.

Bij het Freudenthal Instituut, dat toen hij er in de jaren zeventig kwam werken nog IOWO heette, Instituut voor de Ontwikkeling van het Wiskunde Onderwijs, viel hij op door zijn gedrevenheid. „Hij was vastbesloten het rekenkundig onderwijs voor de lagere school ingrijpend te herzien”, zegt oud-directeur Edu Wijdeveld. „Realistisch rekenen was daarbij het ideaal: weg van het puur cijferend rekenen, naar een meer op de werkelijkheid en de belangstellingswereld van de kinderen gerichte methode.”

Zelf had hij op de basisschool nooit zoveel op gehad met rekenen. Zijn vader – zelf schoolmeester – had hem zelfs aangeraden dan maar voor een ‘cijferarme’ studie te kiezen. Maar in het voortgezet onderwijs ontdekte De Moor tijdens algebra alsnog zijn fascinatie voor getallen, en dus ging hij begin jaren vijftig wiskunde studeren in Amsterdam – de stad waar hij was opgegroeid, in een gezin van vier kinderen, en waar hij altijd zou blijven wonen.

Tentamens leerde hij met zijn studievriend Jan van Mierlo; tijdens het studeren aten ze de broodjes makreel met mayonaise van moeder De Moor. Naast zijn studie deed Ed aan basketballen en schaken. Met Jan ging hij ook regelmatig liften door Europa of zeilen op de Waddenzee en het IJsselmeer. Van Mierlo: „Dan praatten we over het leven, over vrouwen en over de korte, stevige namen die we onze kinderen later zouden geven.” Ed en zijn eerste vrouw Nelleke kregen twee zoons: Daan en Bart. Vijftien jaar gaf hij wiskunde op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium.

In 2010 vertelt De Moor in een interview aan mede-wiskundige en vriendin Ionica Smeets trots over een jarenlange rechtszaak die hij had gevoerd (en gewonnen): „Er werd vlakbij waar ik woonde een nieuw huis gebouwd op de plek waar eerst een huis van 5,9 meter stond. De afmeting voor het nieuwe huis mocht worden afgerond op gehele meters en daar maakten ze toen zeven meter van. Het heeft tien jaar en vijf rechtszaken gekost om aan de rechter uit te leggen dat je zo niet afrondt.”

Met goede vriendin Marjolein Kool schreef hij twee boeken: Rekenen is leuker dan/als je denkt en Alledaags rekenen. „Hij maakte zelf ook de foto’s voor Alledaags rekenen. Dan reisde hij speciaal naar Utrecht om een fraai portret te maken van een in toga gehulde wiskundeprofessor die in het Akademiegebouw een taart aansnijdt, voor bij het hoofdstuk over ‘taartdelingen’.”

Op maandag 23 november 2015 schreef Marjolein Kool een e-mail aan vrienden en familie van De Moor. „Ed heeft in de nacht van vrijdag op zaterdag j.l. een herseninfarct gehad. (…) Hij zit rechtop in bed, spreekt vol vuur en enthousiasme, kijkt je doordringend aan, maar wat hij zegt is absoluut onnavolgbaar.”

De Moor, met taal net zo sterk als met getallen, moest zichzelf opnieuw Nederlands leren praten – een worsteling. Kort na zijn infarct is zijn aanstekelijke lach nog te horen in het radioprogramma ‘Het leven een gebruiksaanwijzing’ – nadat hij tot zijn eigen verbazing heeft gezegd dat „vijf plus drie zeventien is”. Kool doet bijna wekelijks per mail verslag van zijn vooruitgang. „Ik vind dat zijn spreken steeds beter gaat. Tegelijkertijd is hij een meester in het spelletje Hints geworden. Toen echtgenote Ruscha de deur uitging zei hij: ‘Vergeet niet je ... je ... je ding mee te nemen.’ Hij schakelde meteen over op: draaien aan een denkbeeldige draaischijf, bracht zijn hand naar zijn oor en riep: ‘tring-tring...’”

Maar ook: „Het is zo frustrerend voor hem. Hij zei: ‘Dit wil ik niet. Als dit niet verandert, als dit niet beter wordt, dan... dan... dan wil ik ... dan ga ik de deur uit’.”

Ed de Moor was een doorzetter – in zijn werk en in zijn revalidatieproces. Met hulp van een logopediste, Ruscha en familie en vrienden boekte hij vooruitgang. Maar niet genoeg, naar zijn zin. Al kort na het infarct zei hij: „Ik geef mezelf een jaar.” En toen na een jaar de oude Ed niet terug bleek te zijn, ging hij op 6 december 2016 inderdaad „de deur uit”.