Bescherm lage IQ’s tegen de slimmeriken

Ieder kind moet zich in Nederland ten volle kunnen ontplooien, ongeacht zijn achtergrond. Daar streeft de overheid al jaren naar, het ministerie van onderwijs heeft zelfs een website die Gelijke Kansen heet. Toch nemen de verschillen tussen de sociale klassen toe, met name in gezondheid. Dat is mede een gevolg van het gelijke-kansenbeleid. Hoe kan dat?

Dat kan doordat verschillen in opleidingsniveau, inkomen en gezondheid voor een flink deel verklaarbaar zijn uit verschillen in Intelligentie Quotiënt (IQ).

Een IQ-test meet snelheid van denken, vermogen tot abstractie, woordenschat et cetera. Een stimulerende omgeving verhoogt het IQ, maar meer dan 50 procent van de verschillen in IQ zijn erfelijk en liggen al vast bij de geboorte; dat blijkt uit onderzoek aan tienduizenden tweelingen en geadopteerde kinderen overal ter wereld.

Lang geleden maakte IQ voor je sociale positie minder uit. Wie voor een dubbeltje geboren was werd nooit een kwartje, ongeacht zijn intelligentie, en voor een minder slim rijkeluiskind werd altijd wel een aardig baantje gevonden. Maar dat is drastisch veranderd. Dat komt doordat zoveel banen tegenwoordig abstract denken vereisen. Vroeger werkten de meeste mensen op het land of in de fabriek; nu zijn landbouw, fabriekswerk en simpel kantoorwerk grotendeels overgenomen door machines en veel banen vereisen overzicht, taalvaardigheid en inzicht in ICT.

Daarom gaat de helft van de scholieren nu door naar HBO of universiteit. De Nobelprijswinnaar Van der Waals mocht in 1850 als timmermanszoontje niet naar het VWO en moest zich via avondstudies naar de universiteit worstelen. Nu zijn de kansen voor zo iemand enorm verbeterd, maar dat heeft onverwachte consequenties. Dankzij onze inspanningen voor gelijke kansen kan een stratenmakersdochter met een hoge CITO-score architecte worden. Omgekeerd kan een minder intelligent burgemeesterskind ondanks alle inspanningen eindigen als magazijnmedewerker.

Mensen trouwen meestal binnen hun eigen sociale klasse, dus de architecte trouwt met een advocaat en krijgt kinderen die veel intelligenter zijn dan opa stratenmaker, en de magazijnmedewerker trouwt met een caissière en krijgt kinderen die niet goed kunnen leren.

Zo wordt sociale klasse een erfelijke verworvenheid. De kinderen van de hoog opgeleiden hebben het DNA dat leidt tot hoge CITO scores, een HBO/WO opleiding en een goede baan, en de kinderen van laag opgeleiden krijgen het VMBO-advies dat past bij hun aanleg. Die stratificatie wordt van generatie tot generatie sterker, want soort trouwt met soort en dus erven de kinderen in de onderklasse van beide ouders een laag IQ. Als ze pech hebben worden hun hersenen ook nog eens in de baarmoeder beschadigd door alcohol, drugs of sigaretten, en ze groeien op in een minder stimulerende omgeving, wat weer een paar IQ-punten scheelt. Aan die omgevingsfactoren is misschien iets te doen, maar IQ is vooral een kwestie van DNA. Daardoor raakt het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden steeds meer in beton gegoten.

Schrijnend is vooral het verschil in gezonde levensjaren. Laag opgeleide, arme mensen leven zes jaar korter dan hoog opgeleide en krijgen tien jaar eerder een chronische ziekte. Dat komt mede doordat hoog opgeleiden minder roken, slanker zijn, meer bewegen en hun medicijnkuren beter afmaken. Ook hier speelt IQ in mee: je moet juiste gezondheidsinformatie kunnen scheiden van onzin, risico’s kunnen schatten en de weg vinden in de medische zorg. Daarom voorspelt een laag IQ een slechte gezondheid.

Goed onderwijs verhoogt het IQ maar maakt de verschillen tussen de klassen niet kleiner. De enige oplossing daarvoor is de minder bevoorrechten te beschermen, door de slimmeriken aan banden te leggen. Ik pleit ervoor om de slimsten onder ons minder kans te geven om arme mensen sigaretten, snoep, chips en frisdrank te verkopen en om parken, speelplaatsen en schone lucht te verkwanselen voor kantoren en asfalt. Dat betekent rookverboden, minder zout in het eten, minder snoep op scholen, meer belasting op frisdrank en benzine en betere ruimtelijke ordening. Geef arm en rijk niet dezelfde kansen, want hoe gelijker de kansen, hoe groter de ongelijkheid.