Band tussen staat en Italiaanse bank is nog niet doorbroken

gevolgen voor europa

De nationalisering van de noodlijdende bank Monte dei Paschi door de Italiaanse staat is vooral een Italiaanse zaak, maar is niet zonder risico’s voor de andere eurolanden.

Foto Reuters /Max Rossi

Is dit een uitzondering op de regels van de nieuwe Europese bankenunie, die sinds begin dit jaar van kracht is? Of wordt de uitzondering nu toch weer de regel? De Italiaanse bank Monte dei Paschi komt in handen van de Italiaanse staat. En dat is een scenario dat precies niet de bedoeling was.

Toen de financiële crisis in 2008 uitbrak, zagen diverse landen in de eurozone zich gedwongen om hun wankelende banken te nationaliseren. De Nederlandse staat lijfde onder meer ABN Amro in, steunde ING en later ook SNS Reaal. Dat bleek dragelijk, maar landen als Ierland en Spanje dreigden zelf te bezwijken onder de financiële last van hun eigen bankreddingen. De financiële crisis werd een schuldencrisis van overheden. En dat leidde tot de eurocrisis.

De lotsverbondenheid tussen staten en banken, de zogenaamde doom loop, moest worden doorbroken. In plaats van een ‘bail out’ door de staat moest er een ‘bail in’ plaatsvinden. Daarbij moesten aandeelhouders en crediteuren van een falende bank bloeden, in plaats van de hele gemeenschap. Dit is de kern van de bankenunie.

Dat is bij Monte dei Paschi niet gelukt: er komt toch weer een nationalisering, door de Italiaanse staat. Die leent nu ook 20 miljard euro extra om de bank, en andere banken, te stutten. Dat mag allemaal, omdat in de Europese bankenunie een uitzondering geldt voor scenario waarbij één bank de hele sector met zich mee omlaag dreigt te trekken.

Kleine spaarders uit de wind

Ook dán moeten ook beleggers meebetalen aan de redding. Maar in het geval van Monte dei Paschi worden ongeveer 40.000 kleine spaarders, die obligatieleningen van de bank hadden gekocht, goeddeels uit de wind gehouden. Zij zouden niet geweten hebben waar ze aan begonnen en krijgen compensatie.

Typisch Italiaanse rekkelijkheid? Persbureau Bloomberg berekende dat deze ‘kleine’ spaarders goed zijn voor een gemiddeld vermogen van een half miljoen euro. Aan de andere kant: beleggers in achtergestelde deposito’s bij de in 2009 omgevallen DSB Bank in Nederland moesten later alsnog worden gecompenseerd, omdat ze niet zouden hebben geweten waar ze aan waren begonnen. Zo typisch Italiaans is het nu ook weer niet.

De Italiaanse staat betaalt

Draaien Europese belastingbetalers nu op voor Italiaanse wankelmoedigheid? Niet direct, want de Italiaanse staat betaalt. Wel koopt de Europese Centrale Bank elke maand voor 60 miljard euro aan staatsleningen op van eurolanden. Omdat Italië daar een zesde van uitmaakt, is die extra 20 miljard die Italië nu leent, eind februari al weer opgekocht door de ECB. Maar het directe risico voor andere eurolanden is beperkt. Nederland en Duitsland hebben in 2015 geregeld dat bij het opkoopbeleid van de ECB elke nationale centrale bank zijn eigen staatsschuld koopt en daar risico over loopt.

Dat neemt niet weg dat de Italiaanse staatsschuld van een al torenhoge 133 procent van het bbp naar 134 procent gaat. Dat is een potentieel risico voor alle landen in de eurozone, ook Nederland. De hoge Italiaanse staatsschuld, bij de veel te lage Italiaanse economische groei, is nu slechts houdbaar omdat de rente op die schuld door het opkoopbeleid van de ECB draaglijk laag wordt gehouden.