Wilders beschuldigt collega’s nu altijd na een aanslag

Ophef over Merkel-tweet

Sinds ‘Charlie Hebdo’ beschuldigt Geert Wilders collega-politici altijd na een aanslag. Nieuw was zijn Merkel-tweet dus niet.

Wilders reageerde deze week in de Tweede Kamer uitgebreid op de aanslag in Berlijn. Foto ANP / Bart Maat

PVV-leider Geert Wilders wist ook wel dat de bewerkte foto van Angela Merkel met bloed aan haar handen schokkend was. Spijt had hij niet, dat hij juist die foto twitterde na de aanslag in Berlijn waarbij deze week zeker twaalf doden vielen. Ook al was de aanslag op het moment van de tweet nog niet opgeëist. Wilders: „Natuurlijk zijn de daders de daders, maar ik vind dat je politici verantwoordelijk moet maken.”

Leiders van andere politieke partijen reageerden geschokt. Ze hadden het idee, zoals vaker, dat „een nieuwe grens was overschreden”.

Dus noemde CDA-leider Sybrand Buma de tweet „weerzinwekkend” en sprak D66-leider Alexander Pechtold van een „ranzige poging politiek gewin te halen over de rug van slachtoffers van een laffe terreurdaad”.

Grens overschreden

Overschreed Wilders inderdaad een nieuwe grens? Feitelijk niet. Kijk naar de reacties van de PVV op aanslagen: de Merkeltweet was niet nieuw, de beschuldiging aan het adres van collega-politici ook niet. Wel opvallend: Wilders is collega-politici pas voortdurend gaan beschuldigen van medeplichtigheid aan terreur sinds de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in januari 2015. Dat blijkt uit een analyse van Wilders’ reacties op grote aanslagen vanaf de oprichting van de PVV in 2006.

Wat is er veranderd? De eerste acht jaar dat de PVV bestond zei Wilders nooit dat politici medeschuldig zijn aan terreuraanslagen. Zijn lijn na een aanslag was: medeleven betuigen met de slachtoffers en hun familie en duidelijk maken dat de islam gevaarlijk is. „Al het gepraat over welke organisatie verantwoordelijk is, mist het grotere punt: de ideologie”, schreef Wilders in Trouw na aanslagen in Mumbai (2008, 166 doden). Zijn reacties leverden, zo vlak na een terreurdaad, ook nooit felle ruzies op met andere Kamerleden.

Begin 2015 is zijn optreden ineens heel anders. Na de aanslag op Charlie Hebdo, 12 doden, publiceert de PVV-leider een videoboodschap. Daarin zet hij zijn beschuldigingen tegen collega-politici voor het eerst uiteen. Dat doet hij ook in het debat na die aanslag. Tegen premier Rutte: „U zult nooit kunnen wegkomen met de woorden ‘Wir haben es nicht gewusst’. U wist het wel.”

Na iedere volgende terroristische aanslag in Europa komt die lezing terug. „Het kabinet, dit kabinet, ons kabinet verzuimt op schandelijke wijze zijn plicht. […] De premier staat erbij en kijkt ernaar”, zei Wilders tegen Rutte na de aanslagen in Parijs vorig jaar, waarbij 130 doden vielen, onder meer in concertzaal Bataclan.

En de Merkel-foto? Ook al eerder gebruikt, in de zomer, nadat een 27-jarige vluchteling zichzelf opblies in Ansbach en een Syrische asielzoeker in het Zuid-Duitse Reutlingen een vrouw vermoordde met een machete.

Wilders zet de toon

De beschuldigende toon van Wilders veroorzaakt ongemak bij andere politieke partijen. Zij wilden deze week eigenlijk alleen hun medeleven uiten, maar voelden zich gedwongen op Wilders’ tweet te reageren. Zo legde de nasleep van de aanslag in Berlijn deze week ook bloot hoezeer Wilders in Den Haag zijn wil kan opleggen als het aankomt op aandacht voor zijn eigen standpunten.

Wilders ziet het allemaal tevreden gebeuren. In de wandelgangen van de Tweede Kamer renden journalisten weg bij Alexander Pechtold toen hijzelf zijn fractiekamer uit kwam, vertelde de PVV-leider. Wilders: „Als je zo ijdel bent als Pechtold, is het sneu als journalisten bij je wegrennen om mij een vraag te stellen. Je bent ineens niet meer interessant.” Om vervolgens op te sommen waarom Merkel, Rutte en andere Europese regeringsleiders in zijn ogen medeverantwoordelijk zijn voor aanslagen in Europa. Ze hadden, zei Wilders, grenzen moeten sluiten voor vluchtelingen, mensen die terugkeren na een jihadreis preventief moeten opsluiten en immigratie uit ‘moslimlanden’ moeten stoppen. Hóé hij dat dan wil bereiken? Dat bleef onduidelijk.