Vertrouwen

Soms staat hij er niet en onmiddellijk trekt er dan een vlaag van angst door me heen: hij zal toch niet vertrokken zijn? Fietsend langs de supermarkt heb ik dan het gevoel dat je krijgt als de hond niet op zijn matje ligt te kwispelen. Die leegte, dat onbehaaglijke wekt de afwezigheid van Benny in mij op. Maar gelukkig staat de verkoper van de daklozenkrant er meestal wél, zodat ik hem in het voorbijgaan kan groeten, of, na een boodschapje, hem wat munten kan toestoppen.

Vaak mag hij zijn krantje houden; kan hij de centen in een apart laatje stoppen, of er op zijn kamer ergens in Zuidoost een formidabele joint van rollen, wat maakt mij dat uit. Veel andere buurtbewoners denken er zo over.

We krijgen er veel voor terug. Benny is de dorpspomp, hij lacht zijn ongecorrigeerde tanden bloot als hij het laatste nieuws vertelt. Hij hoort er bij en daar moest ik aan denken toen ik gisteren las over een experiment met de pinjas. U leest het goed, met een j. De pinjas heeft een ingenaaid vakje met daarin een beveiligde paslezer en een bijbehorend mobieltje.

Met zo’n hypermoderne jas om de schouders van de dakloze weet de gever tenminste zeker dat zijn centjes goed terechtkomen. De pinjas is een vondst van Carsten van Berkel en Stefan Leendertse. Namens reclamebureau N=5 en met de steun van ABN-Amro hebben zij iets bedacht wat zijzelf waarschijnlijk supertof vinden, maar wat mij toch, wat zal ik zeggen, de kriebels geeft.

‘Als je een losse euro bij je hebt en je geeft die aan een dakloze, dan weet je niet wat ermee gebeurt”, aldus de reclamehipsters in Het Parool. Idee: zodra je je omdraait holt de dakloze naar Gall & Gall. Op de Elandsgracht schijnt het experiment als een dolle te lopen. Dus ik snel naar de supermarkt om te zien of Benny er nog stond.

Hij zwaaide me vanaf zijn plekje bij de schuifdeur vrolijk toe, en zonder pinjas. „Alles goed?”

Ja, nu wel. Helemaal goed.

Natuurlijk is de daklozenkrantverkoper niet zomaar een dakloze. Hij staat geregistreerd. Maar alles wordt digitaler en iets zegt mij dat de pinjas ook Benny zal inkapselen. En van het wantrouwen dat schuilgaat achter zo’n ingenaaide mobiel met beveiligde paslezer kan ik behoorlijk chagrijnig worden. Als dit zo doorgaat zal ik straks de hand van Benny niet meer voelen als ik er een muntje in stop; of meerdere muntjes zonder een krantje te willen. Clean en onzichtbaar zal mijn geld via mijn bankpasje en zijn mobieltje naar zijn bankrekening gaan, die door anderen wordt gecontroleerd.

Noem mij ouderwets, maar ik wil geen betaalspecificatie in mijn rekeningoverzicht, geen digitaal bedankje van Benny. Fuck op met je pinjas. Een opgestoken hand is wat ik wil. „Thank you, my friend.” Zolang er munten zijn, en wij Benny zwart kunnen sponsoren, gaan we ermee door.

Ik vertrouw Benny, hij is mijn touwtje uit de brievenbus.

Auke Kok is schrijver en journalist.