Sla ze dood, hang ze op, jaag ze weg

Etnische zuivering

In het Amerikaanse stadje Forsyth vond in 1912 een etnische zuivering plaats. Journalist Patrick Phillips reconstrueert de gruwelen in een gedetailleerd boek.

Activisten voor white supremacy demonstreren tijdens de Forsyth County vrijheidsmars op 17 januari 1987. Foto Steve Deal/Atlanta Journal-Constitution/AP

In de herfst van 1915 organiseerde de Kamer van Koophandel van Georgia een ‘sightseeing tour’ per automobiel door de staat, bedoeld om rijke ondernemers uit het noorden te laten kennismaken met de investeringsmogelijkheden op het arme platteland. Charlie Harris, de ambitieuze burgemeester van het stadje Cumming in het district Forsyth, rook zijn kans. Het eerbiedwaardige gezelschap wilde eerst nog omkeren in het nabijgelegen Gainesville, maar op het laatste moment wist een boodschapper van Harris ze te bewegen de omweg naar Cumming te maken.

En zo tufte de sliert T-Fords de districtsgrens van Forsyth over. Aangekomen in Cumming wachtte een woedende, agressieve menigte de auto’s op, die meteen aanstalten maakte een van de chauffeurs te lynchen. Aan het eind van de middag raceten de auto’s het district weer uit, soms met een ander aan het stuur en de chauffeur onder een deken op de achterbank verborgen.

De reden? De chauffeurs van het eerbiedwaardige gezelschap zakenlieden waren zwart. En het in alle verdere opzichten onopmerkelijke Forsyth was sinds 1912 en tot eind vorige eeuw een openlijk racistische witte enclave, waar Afro-Amerikanen hun leven niet zeker waren.

Nu is het een welvarende, rustige voorstad van Atlanta. Maar in 1912 was Forsyth het toneel van een onvervalste etnische zuivering, waar Patrick Phillips (1970) in maar al te beeldende taal verslag van doet in Blood at the Root. A Racial Cleansing in America. De titel verwijst naar Billie Holiday’s lied over de bomen in het zuiden, waar zulk ‘strange fruit’ aan hangt; ‘blood on the leaves, and blood at the root’. Aan lynchpartijen dan ook geen gebrek in dit boek.

Het begint in september 1912 met twee aanvallen op witte meisjes. Eerst wordt een zwarte man aangetroffen in het bed van Ellen Grice. Of zij hem daar had genodigd wordt nooit duidelijk, het feit dat hij daar was zorgt al voor een gewapende opstand die alleen met inzet van soldaten uit het nabijgelegen Atlanta de kop ingedrukt kan worden. Pal daarna wordt de achttienjarige Mae Crow bloedend gevonden in de bossen; ze is verkracht en haar keel is doorgesneden.

Knokploegen

Drie jonge daders worden gepakt. De bewijsvoering doet nauwelijks ter zake. Een jonge man wordt gelyncht, twee tieners worden tot de strop veroordeeld en opgehangen. En binnen een maand worden de iets meer dan duizend zwarte inwoners van het district verjaagd door nachtelijke knokploegen: ‘Van alle methodes werkten fakkels en kerosine het beste, omdat een vuur een onmiskenbaar teken was voor de hele omgeving – en omdat de slachtoffers geen plek meer hadden om ooit nog naar terug te keren,’ schrijft Phillips. Bijna een eeuw blijft Forsyth blank, en nog in de jaren vijftig wordt een zwart stel dat er onwetend voet zet, bedreigd en beschoten.

Phillips schreef een levendig en gedetailleerd boek – het type sterk verhalende non-fictie dat hier door Frank Westerman wordt bedreven. Die levendigheid is belangrijk, want zo wekt hij een Amerika tot leven dat geen Amerikaan zich wil herinneren, maar waarvan de sporen een eeuw later nog steeds helder zichtbaar zijn.

De rednecks uit het Forsyth van 1912 stamden af van pioniers die een eeuw eerder Cherokee-indianen van dit land hadden verjaagd. De vaders van de mannen die hun oogst op het veld lieten wachten om een van de aanvallers van Mae Crow te lynchen, beschikten vóór het afschaffen van de slavernij in Georgia (1865) nog lukraak kunnen over de levens van zwarten. De mannen van Forsyth zagen het, kortom, als hun recht om het recht in eigen hand te nemen.

Daarbij vonden ze begin vorige eeuw steeds vaker rijke blanken tegenover zich: plantagehouders en industriëlen. De bezittende klasse kon niet buiten de goedkope zwarte arbeidskrachten. Zo voelden arme blanken zich ook in de moderne wereld van 1912 van twee kanten slachtoffer: door de rijke elite én door de concurrentie van de rechtelozen met een andere huidskleur.

Sommige details kent Phillips, die wit is, en wiens progressieve ouders in de jaren zeventig naar Cumming verhuisden, omdat hij er zelf bij was. Zo liep hij mee in de eerste mars van zwarte burgerrechtenactivisten door Cumming in 1987. Die mars haalt de nationale televisie als hij bijna verandert in een vlucht door de confrontatie met een menigte van met Confederatie-vlaggen zwaaiende, ‘White Power’ en ‘Nigger go Home’ scanderende Forsythers.

Als jongetje had Phillips in de schoolbus kennisgemaakt met het verhaal over Mae Crow en ‘het verjagen van de negers’. Iedere local kent het, de beerput broeit vlak onder de oppervlakte. Verder is nergens in Forsyth een getuigenis te vinden; de sporen van zwarte kerken zijn verdwenen, een monument voor de gruwel uit het verleden is er al helemaal niet. Alleen blanke documentatie is gearchiveerd in Cumming, papieren sporen van de zwarten van Cumming vond Phillips alleen in Atlanta.

Dat twee van de drie gearresteerden een officiële executie krijgen, na ‘berechting’ door een geheel blanke jury, kwam doordat ze snel waren afgevoerd naar de gevangenis in Atlanta. De derde, de 26-jarige Rob Edwards, werd door een menigte witte bloedhonden uit de plaatselijke gevangenis naar buiten gesleurd, half doodgeslagen, aan een strop over straat getrokken en aan een telegraafpaal opgehangen. En nog was de bloeddorst niet gelest: mannen schieten hun geweren en pistolen leeg op het lichaam.

Sheriff

Hoewel iedereen precies weet wie erbij waren, wordt de dood van Edwards door het kantoor van de sheriff toegeschreven aan ‘onbekende daders’. De Gainesville Times schrijft dat Forsyth ‘opmerkelijke zelfbeheersing’ heeft getoond, na een week waarin twee witte meisjes waren aangevallen. Een maand later wordt een blanke man met doorgesneden keel gevonden vlakbij de plek waar Mae Crow werd aangetroffen.

Waarom dit verhaal van lokale rassenhaat en raciale zuivering nu nog vertellen? Omdat het was vergeten, schrijft Phillips. Drie procent van de 200.000 inwoners van het huidige Forsyth is in 2016 zwart, tien procent is Latino. Economische en culturele vooruitgang hebben rassenhaat in het taboe gedrongen, en de rechtsstaat heeft vorderingen gemaakt. Maar Phillips maakt goed duidelijk dat een verleden als dit niet zonder slag of stoot verdwijnt.

    • Maartje Somers