Recht & Onrecht

Rechters en politici moeten meer van elkaar gaan houden

Rechters en politiek hebben elkaar meer nodig dan ze misschien denken. Erik Boerma legt in de Togacolumn de commotie rond de Wilders-zaak naast het initiatiefwetsvoorstel Halsema, dat voor een rechterlijke toetsing van wetsvoorstellen aan de grondwet pleitte.

Rechtspraak en politiek is momenteel, zo lijkt het, een wat minder gezellig huwelijk. In Turkije worden rechters vervolgd, in Polen wordt gezaagd aan de poten van het Constitutionele Hof en in Nederland leken in de Wilderszaak individuele rechters de gebeten hond. Ik maak mij alleen over dat laatste geen zorgen.

Gekrakeel is inherent

Gekrakeel over een uitspraak is namelijk inherent aan het vak van rechter. Beslissen betekent keuzes maken, en die keuzes betekenen bijna altijd dat iemand niet blij gaat worden. Je hebt dan als rechter maar je rug recht te houden. Tot het vaste repertoire van een rechter –die bijvoorbeeld een schikking wil bereiken- horen zinnen als “Ik kan niet iedereen gelijk geven” waarna meestal de zin volgt, “maar jullie kunnen het wel samen oplossen”.

Een beetje schuldig in een strafzaak, dat kan eigenlijk niet en een vonnis is bij sommige conflicten ook van betrekkelijk waarde. Ik heb partijen wel eens voorgehouden dat een beslissing vragen vrij zinloos is, want het onderliggende conflict zou niet gesust worden maar eerder verharden. Leuk voor boven je bed, dat stukje papier maar meer ook niet. Strafrecht kan normbevestigend werken, maar als er onenigheid is over die norm dan houdt dat ook vrij snel op. Dat lijkt in de Wilders strafzaak vooral het geval te zijn.

Weinig geliefde rechters

Nou werd er door Wilders  aan het bekende repertoire van oneensheid nog wel iets toegevoegd toen hij tweette dat deze hem ongevallige beslissing afkomstig was van pvv-hatende rechters. Haat is overdreven maar weinig liefde zou kunnen. Dat geldt denk ik alleen wel voor alle partijen. Een rechter is vooral gecharmeerd van argumenten.

Voor of tegen, dat maakt nog niet uit want veel is verdedigbaar of heeft 2 kanten, maar geen enkele argumentatie of om het probleem heen praten, daar score je in de gemiddelde zittingszaal niet mee. Rechters waarderen het politieke proces misschien ook niet echt zolang het niet om argumenten draait. Wilders gaf tijdens zijn strafzaak ook aan dat hij dingen zegt voor de bühne, voor het effect, dat het zijn tools of the trade zijn.

Dat is vrij eerlijk van hem en het is net zo eerlijk als een rechter aangeeft dat hij dat niet een echt lekkere stijl vindt. Of het innemen van een standpunt zetels kost, of het “de partij” schaadt, of iets politiek gezien  “gevaarlijk” is voor een minister, zal denk ik bij de meeste rechters leiden tot wegdraaiende ogen. Als je er zo naar kijkt houden we van geen enkele politieke partij of politicus.

Een botsing over stijl en toon is alleen wel iets wat je als rechter maar gewoon moet handelen. Uitspreken dat je je tijdens een zitting ergert aan de toon of gedrag van een persoon of advocaat helpt die ander, inclusief dat die ander hetzelfde tegen mij mag zeggen. Meestal zakt de irritatie over en weer dan weg en dan kun je weer verder naar waar het echt om ging.

Ik denk dat rechtspraak en politiek wat dat betreft misschien gewoon wat meer van elkaar moeten gaan houden en uitspreken dat we elkaar nodig hebben. Als het gaat om de grondrechten die in de zaak Wilders botsten is dat zeker nodig. In Nederland loopt al jarenlang een discussie of de rechter wetten mag toetsen aan die Grondwet (nee, volgens artikel 120 van de Grondwet). Of moet er net als in Duitsland, België of Polen een constitutioneel hof komen waar de rechter expliciet de opdracht krijgt wetten langs de lat van grondwet te leggen?

Rechters en politici hebben veel gemeen

Een voorstel daartoe, een tiental jaren geleden al ingediend door Femke Halsema en in 2015 weer uit de la gehaald, is deze zomer vermoedelijk een definitieve dood gestorven. In en om dit wetsvoorstel was er veel getouwtrek of die toetsing nu aan rechters of juist aan de politiek zou zijn. In een deze zomer hierover gehouden debat leek er een voorkeur te ontstaan deze toetsing via een vaste speciale kamercommissie uit te voeren. Wel was er eensgezindheid over het feit dat zowel rechters als de volksvertegenwoordig hierin een belangrijke rol hebben en dat grondrechten te belangrijk zijn om maar aan een van hen over te laten. In dat licht bezien hebben rechters en politici veel meer gemeen dan afgelopen weken op het oog het geval leek. Het zou mooi zijn als juist na alle ophef over een strafzaak het borgen van grondrechten en toetsen van wetgeving daar aan alsnog meer duidelijke vorm zou krijgen.

 

PS Gisteren heb ik net als Geert Wilders in het kader van Serious Request 2016 mijn nagels gelakt om zo geld in te zamelen voor het goede doel. Kijk op Kom in Actie en doe mee.

De Togacolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door een rechter, advocaat of officier van Justitie.

Blogger

Erik Boerma

Erik Boerma studeerde rechten in Amsterdam. Hij werd rechter in 2000 bij de rechtbank Oost-Brabant. Hij behandelt sinds 2003 als insolventierechter vooral schuldsaneringen en faillissementen. Daarnaast is hij als projectleider Toezicht betrokken bij het digitale innovatieprogramma KEI van de rechtspraak.