Commentaar

Nationale én Europese politici faalden tragisch in dieselschandaal

De kring van verantwoordelijken is in een periode van anderhalf jaar almaar groter geworden. Steeds meer mensen, instituten en landen blijken een kwalijke rol te hebben gespeeld in het ontstaan van ‘dieselgate’. Zij wisten of hadden kunnen weten van de ontoelaatbare trucs om het publiek voor te spiegelen dat hun dieselauto een ‘schone’ diesel was. Bij de ontdekking van het schandaal door de Amerikaanse milieuautoriteiten leek het een lokaal Volkswagen-probleem. Vervolgens werd het een serieuze Volkswagen-affaire, die de reputatie van het concern als Duits kwaliteitsmerk besmeurde. Daarna bleek het gesjoemel een breed probleem van de auto-industrie.

Deze week werd in een onderzoeksrapport van het Europees Parlement duidelijk dat verschillende Europese landen én de Europese Commissie de hand hebben gehad in de praktijken die tot dieselgate hebben geleid.

Het rapport van het Europees Parlement windt er geen doekjes om. Landen met grote autofabrikanten, met name Italië, Frankrijk en Spanje, gingen de fout in. Zij wisten de invoering van een nieuwe test om de uitstoot van dieselauto’s te meten jarenlang te vertragen.

De Europese Commissie op haar beurt handhaafde jarenlang de normen niet. De Commissie was door haar eigen toezichthouders gewaarschuwd voor het feit dat de vervuiling van de dieselauto’s in het laboratorium heel gunstig afstak bij de uitstoot op de weg.

Het beeld dat Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66) maandag in NRC van de uitkomsten schetste, stemt bijzonder treurig. Nationale overheden stelden de belangen van de auto-industrie en de banen bij die bedrijven en hun toeleveranciers boven de gezondheid van hun burgers. In zogeheten technische werkgroepen kon de industrie achter gesloten deuren soebatten en traineren. En industriepolitiek bedrijven. De Europese Commissie en nationale toezichthouders lieten het gebeuren.

Het lakse toezicht op Europese schaal roept herinneringen op aan de soepele houding ten opzichte van Europese banken tot 2008. Toen brak de kredietcrisis uit, kwamen de banken in een financiële maalstroom terecht en moesten op kosten van de belastingbetalers van de ondergang worden gered.

Openheid over wat in de technische werkgroepen wordt besproken, kan een begin zijn van hervormingen. Net als versterking van het belang van de volksgezondheid binnen de Europese Commissie.

Jaarlijks sterven 75.000 Europeanen voortijdig door stikstofoxiden, voor het grootste deel afkomstig van dieselauto’s. Burgers hebben goede redenen boos te zijn over de minachting van hun gezondheidsbelangen.