Kunstschatten uit Irak en Syrië blijven heel in Berlijn

Cultureel erfgoed

Cultureel erfgoed uit Irak en Syrië belandde in koloniale tijden in het Westen. Daar is het nu veiliger, al blijft de toekomst ongewis.

De Isjtarpoort uit circa 575 voor Christus, onderdeel van de muren van Babylon – ingescheept en heropgebouwd in Berlijn. Foto Pergamonmuseum, Berlijn

Een bezoek aan het Pergamonmuseum in Berlijn is in deze dagen een verwarrende ervaring. Zo staat de prachtige, blauwe Babylonische Isjtarpoort er, uit 575 voor Christus, net als de Aleppokamer, de oudste op hout geschilderde ruimte uit het Ottomaanse Rijk (rond 1600). Beide kunstschatten zouden niet meer hebben bestaan als Duitsers ze hadden laten staan op de plek waar ze waren gebouwd, in het huidige Irak en Syrië. Van de Aleppokamer weet iedere bezoeker het zelfs zeker: sinds enige tijd heeft het museum een foto erbij opgehangen van Aleppo nu. De plaats van de kamer? Compleet kapotgebombardeerd.

Robert Fisk, de roemruchte Midden-Oostencorrespondent die inmiddels 70 jaar oud is, gaf nog een extra dimensie aan de verwarring toen hij in het museum een Syrische zaalwachter tegenkwam. Die bewaakte de kunstschatten die in zijn eigen land werden vernietigd door de troepen die hij was ontvlucht. Fisk schreef erover in een artikel met de kop: ‘Does Aleppo prove that westerners should keep the world’s antiquities?’

Die kop schoot de archeoloog Donna Yates in het verkeerde keelgat. Zij, een kenner in kunstsmokkel, twitterde: „Ik word alleen al ziek als ik zo’n krantenkop zie.”

Ze is niet de enige archeoloog die niet aan de ongemakkelijke gedachte wil dat talloze fysieke overblijfselen uit de bakermat van onze beschaving nog onder ons zijn – en dus te bezichtigen en te bestuderen – doordat onze voorouders die in koloniale tijden jatten, aftroggelden of na opgraving inscheepten. Veel archeologen volgen liever de landen van herkomst, die vragen om teruggave van de verloren kunstschatten. Zo vroeg Irak in 2002 officieel aan Duitsland om de Isjtarpoort terug te geven.

De zaak is lastig, te ingewikkeld in ieder geval voor walging en zelfvoldane gelijkhebberigheid. Want niet alleen Yates, ook haar tegenstanders kunnen niet om enkele ongemakkelijke feiten heen. Neem het historische gegeven dat de Britten in 1945 het Pergamonmuseum in Berlijn flink hebben gebombardeerd. Talloze tempels, poorten en façades moesten helemaal opnieuw worden gereconstrueerd. Ook in het ‘Westen’ zijn de kunstschatten dus niet altijd veilig.

Tegelijkertijd is inmiddels bekend dat de reconstructie van de Isjtarpoort die Saddam Hoessein bij de vindplaats had laten bouwen, in afwachting van de terugkomst van de echte, ook is vernietigd. Niet door IS of andere islamitische beeldenstormers, maar door bombardementen van Engelsen en Amerikanen tijdens hun invasie van Irak.

Voor cultureel erfgoed komt het gevaar van zoveel kanten, daar kan geen verontwaardiging tegenop.