Is een topvoetballer een ordinaire graaier?

Van een contract van Johan Cruijff kan ik me herinneren dat hij 100.000 gulden verdiende. Dat was artikel 1 van het contract met Ajax. Artikel 2 was dat de speler niet rookte. Daar had Cruijff wat woorden doorgestreept en toegevoegd. Nu las de zin: de speler doet zijn best niet te roken.

Ook toen, een jaar of vijftig geleden, kon een ster zijn eisen stellen. Maar dit voorbeeld is jongensboekromantiek in vergelijking met de huidige gehaaide zakennormen van topspelers, fiscale en juridische adviseurs, brievenbusmaatschappijen, spelersmakelaars en clubs. Zij lijken wel graaiers.

Vanaf het eerste Football Leaks-artikel dringt de parallel met de top van het bedrijfsleven zich op. Topmanagers die zich moeten verdedigen over hun buitensporige verdiensten, willen nog weleens zeggen: ‘Kijk naar topvoetballers. Over die krankzinnige bedragen heeft niemand ’t.’ Klopt, zeggen critici van topbeloningen, want wat een voetballer doet, is zichtbaar. Scoren of niet. Winnen of niet. Wie niet presteert, ziet zijn verdiensten dalen en verliest marktwaarde. Omdat prestaties zo zichtbaar zijn.

Na Football Leaks moeten de bordjes verhangen worden. Ook een voetballer die niet presteert, kan nog steeds een topbeloning incasseren, blijkt uit de onthullingen. In het bedrijfsleven hebben wetgeving en gedragscodes topmanagers niet in heilige boontjes veranderd. Maar als bestuursvoorzitter Herna Verhagen van PostNL zich kennelijk schaamde voor een vertrekvergoeding van ongeveer 3 miljoen euro bij een overname door het Belgische Bpost, dan denk ik: terecht. Openheid werkt.

In het bedrijfsleven kun je voor elke prestatie wel een bonus verdienen. In de voetbalwereld verzinnen ze er nog wel eentje extra. Daar kan een speler ook twee keer vangen. Hij verdient salarissen, bonussen etc. op het veld. Maar hij kan ook alvast contractueel een deel van zijn toekomstige waarde claimen als hij verkocht wordt naar een volgende club. Hij is als het ware in dienst van zijn eigen bv en verdient top, maar hij verdient ook nog eens extra als aandeelhouder van zijn eigen bv als die aandelen verkocht worden. Dat kunnen de meeste topmannen niet.

Nergens is het contrast tussen vette contracten en armzalige toestanden zo schril als bij clubs in geldnood. PSV. FC Twente.

Vergelijk de reddingsacties bij die clubs met die van banken in 2008. Bij de banken dwong de overheid tot bonusbeperking. Maar Eindhoven gaf PSV een geldinjectie, terwijl de beloofde salarisbeperking een illusie bleek. De kosten zijn voor de publieke kas, de bonussen zijn onaantastbaar. En wethouder Staf Depla (PvdA) wil zich na de onthullingen niet in de discussie mengen.

Zijn reactie illustreert de verhoudingen in het topvoetbal. Clubs verwachten faciliteiten en steun. Gemeenten zijn willig. Voor Eindhoven speelt de concurrentie met de Randstad een rol. Dus kan de club een beroep doen op grote bedrijven en rijke ondernemers. Zij dragen bij aan een sportief-financieel-publieke infrastructuur met de club als onbetwiste ster.

Maar gemeenten geven toch niet alleen profclubs steun? Ook amateurvoetbal, zwembaden en culturele instellingen ontvangen subsidies. Zeker. Maar de suppoosten, badmeesters en de vrijwilligers in het amateurvoetbal ontvangen niet de ronkende bedragen van topvoetballers dankzij één-tweetjes die met belastinggeld mogelijk zijn gemaakt. Na Football Leaks geldt: profclubs en staatssteun, dat bekt niet lekker.

Menno Tamminga is redacteur en commentator van NRC. Hij schrijft columns over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga