Irak

Reeks aan aanslagen in Mosul eist doden onder burgers, politie en hulpverleners

Bij drie zelfmoordaanslagen met autobommen in de Iraakse stad Mosul zijn donderdag vijftien burgers en acht politieagenten omgekomen. Dat heeft het Iraakse ministerie van Defensie bekendgemaakt. De aanslagen zijn door terreurgroep Islamitische Staat opgeëist.

Doelwit van de aanslagen was een marktplein in de wijk Gogjali, aan de uiterste oostgrens van de stad. Iraakse troepen heroverden de wijk begin november op IS, nadat het regeringsleger in oktober het offensief om Mosul was begonnen, met steun van de door de VS geleide coalitie. Mosul is de tweede stad van Irak en het laatste IS-bastion in het land. IS veroverde Mosul in de zomer van 2014.

Eerder op donderdag veroordeelden de Verenigde Naties de mortieraanslagen door IS in Mosul van dinsdag en woensdag, waarbij vier hulpverleners en zeven burgers omkwamen. Ook raakten veertig mensen gewond. Woensdag meldde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch voorts dat IS-strijders bewust burgerdoelen treffen in gebieden die zijn heroverd door het Iraakse leger. Inwoners van Mosul zijn daardoor in toenemende mate slachtoffer van aanslagen. Sinds half november kwamen negentien burgers om bij dergelijke aanslagen.

Volgens de VN staan zo’n 200.000 Iraakse burgers op het punt terug te keren naar hun huizen ten westen van Mosul.