NRC checkt: ‘Inkomensverschillen razendsnel gestegen’

Dat schreef Jesse Klaver, partijleider van GroenLinks, op de opiniepagina van NRC.

Foto Bart Maat/ANP

De aanleiding

Jesse Klaver, de partijleider van GroenLinks, waarschuwt voor groeiende ongelijkheid in Nederland. Afgelopen zaterdag hield hij een toespraak op het congres van zijn partij. Een bewerkte versie daarvan verscheen als opinie op NRC. Daarin stelde hij: „Het verschil in inkomen tussen de tien procent mensen met de hoogste inkomens en de tien procent met de laagste inkomens is razendsnel gestegen.” Die uitspraak gaan we verifiëren.

Waar is het op gebaseerd?

Jesse Klaver baseert zijn uitspraken op onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een belangrijk onafhankelijk adviesorgaan van het kabinet.

Er bestaan vele indicatoren van inkomensongelijkheid. De Gini-coëfficiënt, een getal tussen de 0 en de 1, is veelgebruikt omdat het die mate van ongelijkheid in slechts één cijfer uitdrukt. Een 0 betekent volledige gelijkheid waarbij iedereen hetzelfde verdient en een 1 volledige ongelijkheid waarbij slechts één persoon alles verdient.

Maar met deze indicator gaan ook veel nuances verloren. Het gaat juist om de uitersten bij inkomensongelijkheid en die gaan bij Gini te veel verloren, waardoor de norm volgens critici zelfs misleidend kan zijn.

Wiemer Salverda, emeritus hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid, is een van die critici én auteur namens de WRR van de stukken waarop Klaver zijn uitspraken baseert. Salverda noemt de Gini-coëfficiënt een „defecte maatstaf”. Hij kijkt zelf bij voorkeur naar de ontwikkeling tussen 10 procent hoogste en 10 procent laagste inkomens om ongelijkheid te toetsen. Uit zijn onderzoek blijkt inderdaad dat er grote verschillen in uitslagen kunnen zijn.

Terwijl de Gini-coëfficiënt tussen 1977 en 2011 slechts mondjesmaat stijgt – hetgeen op marginaal hogere ongelijkheid duidt – neemt de verhouding tussen hoogste en laagste inkomens met 33 procent toe ten gunste van de hoogste inkomens. Salverda spreekt wel van een ‘tektoniek van de verdeling’: onder een schijnbaar stabiel oppervlak kunnen sterke verschuivingen schuil gaan.

Maar de grotere kloof blijkt vooral in de jaren tachtig van de vorige eeuw te zijn geslagen. Toen zette de economische crisis de laagste inkomens op een achterstand die nooit meer werd ingelopen. Ook droeg een belastinghervorming – de belastingherziening-Oort uit 1990 – eenmalig bij aan grotere verschillen tussen de hoogste en laagste inkomens. Vanaf 1990 is de kloof veel minder hard gegroeid. De groei is nog wel gestaag, maar niet zo groot. Salverda laat telefonisch weten dat deze trend zich ook in 2011, 2012 en 2013 voortzette. Hij noemt het een „langzame maar structurele stijging”.

En, klopt het?

Jesse Klaver sprak van een inkomensverschil dat „razendsnel” is gestegen. Dat kan moeilijk gezegd worden van de laatste jaren. Bij de eindredactie van zijn artikel in NRC werd echter een nuance geschrapt. Klaver stelde dat de verschillen razendsnel zijn gestegen „vanaf het midden van de jaren tachtig”. In de bewerkte versie sneuvelde die toevoeging. Klavers toespraak is geënt op de sociaal-economische ontwikkelingen van de laatste dertig jaar.

Conclusie

De verschillen tussen de 10 procent mensen met de hoogste inkomens en de 10 procent met de laagste inkomens zijn de laatste jaren niet razendsnel gestegen. Klaver waarschuwde echter expliciet voor groeiende ongelijkheid in de laatste dertig jaar. Dat de kloof vooral ontstaan is in de jaren tachtig vertroebelt wellicht het beeld. Het is zelfs de vraag wat daar de politieke relevantie van is bij landelijke verkiezingen die minimaal om de vier jaar gehouden worden. Maar dat neemt niet weg dat Klavers uitspraak als waar kan worden bestempeld.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt