Column

Ingescheept en heropgebouwd in Berlijn

De Isjtarpoort (575 v. Chr.) was onderdeel van de muren van Babylon en werd begin twintigste eeuw opgegraven in Irak door de Duitser Robert Koldewey.

Een bezoek aan het Pergamon Museum in Berlijn is in deze dagen een verwarrende ervaring. Zo staat de prachtige Babylonische Isjtarpoort er, uit 575 voor Christus, net als de Aleppokamer, een mooie op hout geschilderde ruimte uit het Ottomaanse Rijk. Beide kunstschatten zouden niet meer hebben bestaan als Duitsers ze hadden laten staan op de plek waar ze waren gebouwd, in het huidige Irak en Syrië. Van de Aleppokamer is het zeker: het museum heeft er een foto bij gehangen van Aleppo nu. De plek van de kamer is compleet weggebombardeerd.

De roemruchte Midden-Oostencorrespondent Robert Fisk (79) gaf nog een extra dimensie aan de verwarring toen hij in het museum een Syrische zaalwachter tegenkwam. Die bewaakte kunstschatten die in eigen land werden vernietigd door troepen die hij was ontvlucht. Fisk schreef erover in een artikel met de kop: Does Aleppo prove that westerners should keep the world’s antiquities? Die kop schoot de archeologe Donna Yates in het verkeerde keelgat. Zij, een kenner in kunstsmokkel, twitterde: „Ik word al ziek als ik zo’n krantenkop zie.”

Ze is niet de enige archeologe die niet aan de ongemakkelijke gedachte wil dat talloze fysieke overblijfselen uit de bakermat van onze beschaving nog onder ons zijn – en dus te bezichtigen en te bestuderen – omdat onze voorouders die in koloniale tijden jatten, aftroggelden of inscheepten na het opgraven. Veel archeologen zitten op de lijn van de herkomstlanden, die de teruggave van kunstschatten eisen. Zo vroeg Irak in 2002 officieel aan Duitsland om de Isjtarpoort terug te geven.

De zaak is te ingewikkeld, vrees ik, voor walging, of enig zelfvoldaan gelijk. Want niet alleen Yates, ook haar tegenstanders kunnen niet om enkele ongemakkelijke feiten heen. Neem die veilige plek in Berlijn. In 1945 hebben de Britten het Pergamom genadeloos gebombardeerd. Talloze tempels, poorten en façades moesten helemaal opnieuw worden gereconstrueerd.

Daar staat tegenover dat de reconstructie die Saddam Hoessein van de Isjtarpoort had laten bouwen bij de vindplaats, inmiddels ook is vernietigd. Niet door IS, of andere islamitische beeldenstormers. Maar, om het nog ingewikkelder te maken, door de bombardementen van Engelsen en Amerikanen tijdens hun invasie van Irak. Voor cultureel erfgoed komt het gevaar van alle kanten – daar kan geen verontwaardiging tegenop.