‘In de politiek kun je echt iets veranderen’

Het moment van Pia Dijkstra

Op het nippertje kreeg D66-Kamerlid Pia Dijkstra haar initiatiefwetsvoorstel door de Tweede Kamer.

"Ík hoop dat ik na mijn dood eventueel nog mensen kan laten helpen.” Foto Merlijn Doomernik

Ze stonden in de met groen tapijt bedekte wandelgangen rondom de plenaire zaal, waar even later de stemming over de nieuwe donorregistratiewet zou zijn. 50Plus-lijsttrekker Henk Krol was tóch tegen, vertelde hij daar aan D66-Kamerlid Pia Dijkstra. Dat was schrikken, ze had op zijn voor-stem gerekend en wist dat het „kielekiele” zou worden. Met de kennis van nu lacht Pia Dijkstra erom. „Ik zei: nou, Henk! Wat doe je nou? Dan gaat de wet het niet halen!” Haar hoofd rust tegen de leuning van een ruime grijze fauteuil, ze slaat haar benen en armen over elkaar. „Zó spannend.” Dijkstra blikt terug in de werkkamer van haar Utrechtse herenhuis, met uitzicht over het in nevelen gehulde stadspark.

Op 13 september stemde de Tweede Kamer met de kleinst mogelijke meerderheid vóór het wetsvoorstel van Pia Dijkstra, dat een ‘actief donorregistratiesysteem’ moet regelen. Als het doorgaat, er moet nog gestemd worden in de Eerste Kamer, staan mensen die zich na meerdere oproepen niet hebben geregistreerd automatisch in het register met ‘geen bezwaar’ tegen het donorschap.

Dijkstra zat al in haar bankje, toen Krol plotseling op haar schouder tikte. Ze imiteert zijn fluistertoon: „‘Ik ga er toch voor’.” Had één van de andere voor-stemmers hem overgehaald? Dijkstra weet het niet precies. Andere speling van het lot: Kamerlid Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) zou tegen stemmen maar had de trein gemist. Was hij er wel geweest, was de uitslag 75-75 en zou de stemming herhaald zijn. Bij nog een gelijkspel zou de wet zijn verworpen. „Eerst dacht ik: ik had een grotere meerderheid gewild.” Maar als de wet met één stem tegen het net zo nipt niet had gehaald, was dát besef moeilijk geweest. „De uitslag weerspiegelt de werkelijkheid van hoe moeilijk deze kwestie ligt.”

Tijdens de bekendmaking van de stemming verraadden de gezichten van Dijkstra en D66-fractieleider Alexander Pechtold de moeizame weg die deze wet heeft afgelegd. Pechtolds mondhoeken trekken van emotie naar beneden. Hij omhelst Dijkstra, houdt zijn hand voor zijn ogen. Zij loopt naar het katheder en bedankt de aanwezigen met overslaande stem. „Ik denk aan al die patiënten op de wachtlijst.”

Bezig met wet sinds aantreden in 2010

Dijkstra is al met de wet aan het worstelen sinds ze in 2010 aantreedt als Kamerlid van D66 en onder meer gezondheidszorg in haar portefeuille kreeg – geen verrassing, in de tien jaar daarvoor had ze het medische televisieprogramma Vinger aan de pols gepresenteerd. Tijdens een interview in dat programma werd ze voor het eerst echt door de donorkwestie geraakt. In 2002 sprak ze een zestienjarig meisje met taaislijmziekte. „Zij had nieuwe longen nodig. Die waren er niet.” Na die uitzending heeft ze direct een donorcodicil ingevuld, haar vorige exemplaar was gerold. Dat „onze eigen Hans van Mierlo” een levertransplantatie kreeg, benadrukte voor haar nog eens het belang van donoren. „Hij zei: ‘Ik heb extra jaren cadeau gekregen’.”

Over de emotionele reactie van Pechtold en haarzelf zegt ze nu: „We waren zo verrast.” Het ligt niet voor de hand dat een wet die door een Kamerlid geïnitieerd wordt, door de Tweede Kamer wordt aangenomen. De meeste van de gemiddeld ruim twaalf initiatiefvoorstellen per jaar worden nooit wet. Het is een slepend proces. Spreken met ervaringsdeskundigen, overleggen met juridisch adviseurs, collega’s polsen, steeds aan de wettekst schaven.

In juli dacht Dijkstra: laten we die stemming gewoon doen, hup, nog voor het zomerreces. „Ik vreesde dat we het niet zouden halen, maar dan was dat maar een keer duidelijk. Anders blijven we er wéér jaren mee doorgaan.”

Dat plan veranderde toen ze vernam dat een aantal Kamerleden voor zou stemmen als de registratiemethode werd aangepast. „We hebben die kritiek verwerkt. Je ziet nu in het register het verschil tussen mensen die zich actief als donor hebben geregistreerd en mensen die geen bezwaar maken.”

Nog in de euforie over de stemming kwam ook een stortvloed aan „lelijke mails” op gang. Dijkstra zegt liever niet wat er in staat, maar het lijkt vast op de reacties op social media: „Aangezien u hersendood bent mag de overheid uw organen in beslag nemen”, twitterde iemand. Er volgde ook een digitaal volksverzetje: vijfduizend mensen die al geregistreerd stonden als donor, besloten zich alsnog te registreren als ‘geen donor’. Ruim twintigduizend mensen die niet ingeschreven stonden, lieten in de eerste weken na de stemming registreren dat zij geen donor wilden zijn.

Dijkstra heeft nooit zoveel reacties gekregen op haar werk, vertelt ze, zelfs niet toen zij voor het journaal de vrijlating van Nelson Mandela versloeg. „Dat mensen uit protest tegen de wetswijziging geen donor meer willen zijn, kan ik niet begrijpen. Ík heb me laten registreren omdat ik hoop dat ik na mijn dood eventueel nog mensen kan laten helpen.” Dijkstra schudt haar hoofd. Als die opstelling gezien moet worden als protest tegen het establishment, zoals ook een deel van de tegenstemmen bij het Oekraïnereferendum, vindt ze het een bezwaarlijke manier van verzet. „Mij heb je er niet mee, ík zit niet op een orgaan te wachten.” Jaarlijks staan ongeveer 1000 mensen op de wachtlijst.

Discussie over zelfbeschikkingsrecht

Critici vinden dat er met Dijkstra’ s wet getornd wordt aan het zelfbeschikkingsrecht, dat de Staat beslist over het lichaam. „Ik zie juist dat de zelfbeschikking groter wordt. Nu staan negen miljoen mensen niet geregistreerd, die laten de beslissing over aan nabestaanden.”

Het is gemakkelijk om online aan te geven dat je geen donor wilt zijn, benadrukt Dijkstra. „In België moet je naar het gemeentehuis.” Toch was de reactie op een soortgelijke wet daar minder negatief dan hier, zegt Dijkstra. „Dat was in de jaren tachtig.” Het grote verschil tussen toen en nu is volgens haar dat er kritischer naar de overheid wordt gekeken. „Opvattingen gaan op het internet een eigen leven leiden en krijgen de overhand op feiten.”

Logisch dat Dijkstra de behoefte voelt om uit te leggen waarom haar wet niet pulkt aan zelfbeschikking. Ze werkt aan nog een andere wet, die ervoor moet zorgen dat mensen boven de 75 zelf kunnen bepalen wanneer zij willen sterven als ze hun leven voltooid vinden. Dit is in haar ogen het toppunt van zelfbeschikking. De wet is in de beginfase, de eerste versie werd vorige week gepresenteerd, het kan jaren duren voordat er wordt gestemd – als dat al gebeurt.

Onlinecritici verwijten Dijkstra nu dat ze de af wil van ‘dure ouderen’. Net als bij de donorregistratiewet vraagt Dijkstra zich ook hier af: „Hoe krijg je verdorie je argumenten goed voor het voetlicht.”

Dijkstra brengt dit weekend grotendeels door in de ruime werkkamer thuis. Vorige week kreeg een griepvirus haar te pakken waardoor ze minder werkte. Er is nog veel te doen voor het kerstreces. Vragen beantwoorden van de Eerste Kamer over de donorregistratiewet, vragen beantwoorden van onder meer de pers over de levenseindewet. „Ik denk niet dat ik eerder werk heb gedaan met zoveel hoogte- en zoveel dieptepunten”, zegt Dijkstra. Het is het waard. „In de politiek kun je echt iets veranderen.”