Cultuur

Interview

Interview

‘Ik wil een aanhang die kan afzien’

NRC volgde Diederik Samsom in zaaltjes, scholen, bij debatten en op straat, tot en met de verloren strijd om het leiderschap van de PvdA. Waar ging het mis?

Foto Merlijn Doomernik

Verkiezingsdagen zijn de stilste dagen van de campagne – ook bij een lijsttrekkersstrijd. Je kunt als kandidaat alleen maar wachten op uitslag en hopen dat de uren zo snel mogelijk verstrijken.

Op vrijdag 9 december zit Diederik Samsom met zijn campagneteam in het Holiday Inn Hotel op station Amsterdam Sloterdijk. Vanaf daar kunnen ze binnen een paar minuten bij Podium Mozaïek zijn, waar de uitslag van de PvdA-lijsttrekkersverkiezing bekend gemaakt wordt.

Rond een uur of vier wandelt PvdA-voorzitter Hans Spekman de lobby binnen. In een vergaderzaaltje vertelt hij Samsom en zijn mensen zonder veel omhaal wat de uitslag is: hij heeft verloren, met 45,5 procent van de stemmen. Daarna steekt hij het plein over naar het Aristo Hotel, waar Lodewijk Asscher zit met zijn team.

Voelt Samsom teleurstelling? Natuurlijk. Maar de uitslag komt niet als een volslagen verrassing. Hij wist dat hij maar een kleine kans had. Wat hij al dacht, is bevestigd: het spook van de slechte peilingen blijkt onverslaanbaar.

Na een minuut of tien belt Samsom Asscher om hem te feliciteren. Hij zegt ook: „Je weet wat ik zo meteen bij de presentatie ga aankondigen.” De dag ervoor heeft hij Asscher verteld dat hij bij verlies niet alleen zal aftreden als fractievoorzitter, maar ook meteen zijn zetel op zal geven. In de auto belt hij premier Rutte.

Rond half vijf staat Samsom op het podium van Mozaïek, duidelijk geëmotioneerd. „Leiderschap is niet vanzelfsprekend”, zegt hij. „Ik heb gevochten als een leeuw. Nu stap ik met een diepe buiging van het podium.”

U moet u schamen

Een bovenzaaltje in Leiden, vierenhalve week eerder. Samsom spreekt zo’n vijftig PvdA-leden toe. Een zestiger op de achterste rij zit al enige tijd te popelen om het woord te krijgen. „Meneer Samsom, u vertegenwoordigt de arbeiders, toch?”

„Jazeker”, antwoordt Samsom.

„Ik heb 46 jaar gewerkt in de bouw. Nu heb ik straks een pensioengat. Ik kan nog een half jaartje leven op mijn spaarcentjes en daarna moet ik naar de gaarkeuken.” Hij zwaait met een brief. „Hoe gaat u dat repareren?”

Diederik Samsom houdt een verhaal over Haagse akkoorden en het flexibele pensioen dat de PvdA in het verkiezingsprogramma heeft staan. „Maar we compenseren ook nu al. Mag ik vragen hoe hoog uw aanvullend pensioen is?”

„Zestienhonderd euro per maand.”

„Dan hoort u bij de dertig procent beste pensioenen. Als we compenseren, doen we dat voor de mensen die het ’t hardst nodig hebben.”

„U moet u schamen. U en uw collega’s zorgen alleen goed voor uzelf.”

Samsom, scherp: „Het is gewoon niet waar wat u zegt.”

Foto Merlijn Doomernik

De bouwvakker staat op. „Ik heb me 46 jaar de pleuris gewerkt, terwijl jullie je zakken vullen.” Hij loopt naar de uitgang. „Heren, dames, goedenavond!”

Dit is Diederik Samsom: een politicus die altijd de discussie aangaat. Die altijd eerst wil uitvinden of stellingen juist en emoties terecht zijn – ook als dat leidt tot boosheid en ongemak. „Ik laat me graag terechtwijzen,” zegt hij tegen de zaal als de bouwvakker is vertrokken. „Maar wel graag op basis van feiten.”

In het afgelopen jaar werkte Diederik Samsom vol overgave aan zijn herverkiezing als lijsttrekker. Het lukte niet: Lodewijk Asscher werd de nieuwe PvdA-leider. Twee weken geleden nam Samsom afscheid van de politiek.

Dit jaar ging ik regelmatig naar hem kijken. Op avonden met PvdA-leden. Bij de debatten met Asscher. Op werkbezoek in Rotterdam-Zuid en langs de deuren in Woerden.

Wat ik zag was een politicus die, dwars tegen de politieke mode in, bleef proberen kiezers te overtuigen met redelijkheid. Een politicus ook die iedere vorm van effectbejag meed. Uit Samsoms mond hoor je geen grote woorden maar kleine stapjes. „We hebben het weer een beetje beter.” „Er is wat meer geld.”

Je zou zeggen: dat moet werken. In deze tijd van grote woorden en polarisatie is er wel behoefte aan een beetje nuance en eerlijkheid. Aan een politicus die zegt: politiek is ploeteren en er bestaan geen makkelijke oplossingen. Die, als hij op een bijeenkomst in zijn woonplaats Leiden de vraag krijgt „hoe Leids” hij eigenlijk is, plompverloren antwoordt: „Ik voel me niet zo Leids. Ik zou liegen als ik zeg dat het anders is.”

Toch moet het eerlijke antwoord zijn: nee, het werkte niet. Althans, niet voldoende. De Samsom die ik aan het werk zag, was ontegenzeglijk in vorm. Hij had altijd energie. Hij was nieuwsgierig en had verstand van zaken – of het nu over zorg of onderwijs ging of over duurzaamheid. Soms was hij zelfs grappig.

Maar mensen overtuigen? Moeizaam.

Mijn vrienden lachen me uit

„Ik wil het met jullie hebben over het ontluikende optimisme.” Op een lome zondagmiddag in juni staat Samsom voor een zaal met PvdA-jongeren in Amsterdam. De Jonge Socialisten houden hun jaarlijkse congres, de dag ervoor is Rutte langs geweest. „Met hem wilden méér mensen op de foto dan met jou”, zegt een aanwezige na afloop tegen Samsom.

De sfeer is goed, maar over de PvdA zijn de Jonge Socialisten niet optimistisch. „Wat moet ik tegen mensen zeggen als ik op straat folders uitdeel?”, vraagt iemand aan Samsom. „Ik heb zó erg een visie gemist de afgelopen jaren.” Een ander: „Hoe wordt de PvdA weer sexy, cool en hip? Mijn vrienden lachen me uit als ik zeg dat ik bij de PvdA zit.”

Samsom antwoordt dat de PvdA zich altijd weer heeft weten te vernieuwen, ondanks alle kritiek. En dat gebrek aan hipheid? „Ik wil geen partij die van Ajax-supporters afhankelijk is. Twee wedstrijden verliezen en dan meteen weg. Ik wil een aanhang die kan afzien.”

Het verhaal dat Samsom vertelt, is dit: het gaat beter met Nederland. Er zijn weer banen, de huizenprijzen stijgen. Ga de straat op, naar een gemiddelde gemeente als Amersfoort of Deventer, en je hóórt het. „Tussen al het geschreeuw en gescheld snakken Nederlanders naar een beetje meer zelfvertrouwen en onderlinge verbondenheid.”

Dat is in juni. Vóór Nice, de Turkse coup, Brexit en Trump.

Na de zomer verandert Samsoms verhaal. Het gaat minder over wat er is bereikt en meer over wat nog moet gebeuren. „Te veel mensen voelen nog niet dat het beter gaat met Nederland”, zegt hij. „Die denken: de anderen gaan er vandoor met de welvaart.”

Samsom heeft een vast repertoire als hij leden toespreekt. De Nederlandse economie is een „haperende auto waar PvdA en VVD samen onder zijn gaan liggen”. Hij zegt vaak dat we in Nederland „met verhitte koppen tegenover elkaar” staan. Gaat het over kansen in het onderwijs, dan begint hij over de mbo-leraar elektrotechniek uit Amsterdam, die hem vertelde dat zijn leerlingen „niet meer aan de bak komen”.

Wie bijna altijd voorbij komt, is de mevrouw met het hondje die hij sprak op straat in Den Haag. Ze stemde op „die blonde”, maar op Samsoms vraag of Wilders haar problemen zou gaan oplossen, antwoordde ze ontkennend.

„En wie moet dat dan wél doen?”

„Jullie natuurlijk!”

Samsoms methode in zijn optredens is altijd dezelfde: overtuigen met feiten en cijfers. Laten zien dat de verschillen helemaal niet zo groot zijn als ze lijken. „Volgens mij zijn we het eigenlijk eens”, zegt hij vaak tegen kritische vragenstellers.

Alleen: zijn potentiële kiezers willen liever geen nuances.

Campagne! Bij de Merwedebrug, in Tilburg, den Bosch en met de kinderen van Youssefs boksschool. #doorknokken

Een foto die is geplaatst door Diederik Samsom (@samsomdiederik) op

In oktober wordt dat duidelijk bij een bijeenkomst in Den Bosch. Op een vrijdagavond heeft zich een man of dertig verzameld in een schoolgebouw. Er zijn PvdA’ers, maar ook niet-leden.

Al gauw begint een vrouw in het publiek over het Nationaal Zorgfonds, een plan van de SP voor minder marktwerking in de zorg. Samsom heeft een paar weken eerder SP-leider Emile Roemer hard aangevallen op de financiële onderbouwing ervan.

„Waarom bent u tegen het Zorgfonds?”, vraagt de vrouw.

„Ik ben niet tegen het Zorgfonds”, zegt Samsom. „Ik ben alleen tegen goedkope praatjes over het Zorgfonds.”

„Ja, maar dat is politiek.”

„Wij willen ook het eigen risico afschaffen. Stond vandaag in de krant.”

„Door de belasting te verhogen zeker.”

„Zorg is niet gratis. Dat plan van de SP, daar klopt geen bal van.”

„Ja, dat zegt ú.”

En zo gaat het nog even door. Hij noemt de feiten, zij vaart op emoties en indrukken. Tot een andere aanwezige zegt: „Marktwerking in de zorg deugt gewoon niet. Het hoort bij de VVD, met wie u heeft samengewerkt.” Einde discussie.

Je bent een knappe kerel

Op straat probeert Samsom mensen niet te overtuigen. Daar luistert hij vooral, met af en toe een simpele vraag.

Hij doet het graag: langs de deuren gaan. Het is zijn manier om „de temperatuur in de samenleving” te meten.

En dus staat hij op een bloedhete augustusochtend in het Schilderskwartier, een ‘moeilijke’ wijk in Woerden. Ondanks de hitte heeft hij een zwart pak aan. Onder zijn arm een bos rode rozen.

Een tanige zeventiger in een T-shirt is van zijn fiets gestapt, hij heeft Samsom herkend. „Je bent een knappe kerel.”

„Heeft u wel eens gestemd?” vraagt Samsom.

„Niet zo vaak. Het maakt allemaal toch geen reet uit.”

„Daar kan ik wel inkomen.”

De mensen aan de deur en op straat reageren vriendelijk op Samsom. Iedereen neemt de tijd. Met de meesten gaat het inderdaad beter. Maar ze maken zich ook zorgen. Over de huurstijging. Over het werk van hun kinderen en kleinkinderen.

Zo ook de zeventiger in zijn T-shirt. „Mijn kleinzoon heeft nu weer en contract in de bouw voor een jaar”, zegt hij. „Daar is hij dan heel blij mee. Weet je, de rijken winnen toch altijd.”

„Daar proberen wij wat aan te doen!”

In de loop van de maanden begint er iets op te vallen. Als Samsom in gesprek gaat in het land, op straat en in zaaltjes, toont hij een ontwapenende drang tot zelfrelativering. Hij zegt dingen als: „Mijn karakter bijsturen is niet makkelijk.” Op werkbezoek op een middelbare school in Rotterdam-Zuid zegt hij: „Mijn medewerkers hebben een whatsapp-groepje zonder mij. Kunnen ze lekker op mij schelden.”

Samsom presenteert zichzelf aan partijgenoten in Alkmaar. Foto Olivier Middendorp

Maar achter die zelfrelativering gaat een rotsvaste overtuiging schuil: dat Diederik Samsom, ondanks alles, de beste man is om de PvdA te leiden. Hij gelooft, zegt hij in iedere zaal, dat hij het mirakel van 2012 kan herhalen. Toen stond de PvdA vier weken voor de verkiezingen op 14 zetels in de peilingen, het werden er 38. „Als u mij tot lijsttrekker kiest, gaat u nog iets beleven in maart 2017.”

Samsom wil graag een lijsttrekkersverkiezing, zegt hij vanaf het voorjaar. Hij heeft een nieuw mandaat nodig als leider. Maar als Asscher zich in oktober als uitdager meldt, lijkt Samsom zich te bedenken. „Ik heb ook buikpijn van deze verkiezing”, zegt hij tegen PvdA’ers in Alkmaar. „Ik sta nu tegenover mijn maat met wie ik vier jaar alles samen heb gedaan.”

Samsom is dan al anderhalve maand door het land aan het reizen. Bijna iedere dag gaat hij wel naar een PvdA-afdeling – soms doet hij er vijf op een dag. Aan het eind van zijn tournee, meldt hij op Twitter, hebben hij en zijn team 6.765,4 kilometer afgelegd, 82 afdelingen bezocht en 2.420 mensen gesproken.

Half november is het eerste debat met Asscher, in een theatertje in de Haagse Schilderswijk. Samsom is beweeglijk, energiek en kent alle beleidsdetails. Maar wanneer Asscher hem aanvalt, lijkt hij overdonderd. De politicus die in zaaltjes altijd een antwoord paraat heeft, weet nu eventjes niet meer wat hij moet doen.

Als Asscher de kabinetsformatie omschrijft als „meteen een kamertje inhollen met Mark Rutte” en „kwartetten met onze waarden”, protesteert Samsom.

„Maar denk je dan dat je dat je de PvdA-leden hebt meegenomen tijdens de formatie?” vraagt Asscher.

„Nee”, antwoordt Samsom.

„Dan moet je dat ook niet zeggen.”

„Nu wordt het nasty.”

In de weken daarna weigert Samsom terug te slaan. Hij zegt dat hij de aanvallen betreurt en „niet chic” vindt. Het is een bewuste tactiek: blijven praten over de inhoud, niet over zijn uitdager. Want, zo luidt zijn vaste grapje: „Als ik vijf minuten over Lodewijk Asscher praat, gaan jullie allemaal op hem stemmen.”

In de loop van de debatten ontstaat een patroon. Samsom praat over zijn mbo-leraar elektrotechniek, Asscher over het gevaar van een „rechtse lente”. Samsom weigert toezeggingen te doen over linkse samenwerking, Asscher zegt dat hij met SP en GroenLinks zal gaan praten.

Samsom, met al zijn energie en doorzettingsvermogen, komt over als de minst strijdlustige van de twee.

Ovatie

Op dinsdag 13 december, vier dagen na zijn nederlaag, zit Samsom voor de laatste keer in zijn Kamerbankje. In zijn afscheidsspeech zit een zinnetje dat ik hem de afgelopen maanden vaak heb horen gebruiken: „Er is in dit klimaat van verharding en polarisatie geen tekort aan megafoons, er is een tekort aan nuance.” Hij spreekt het alleen niet zelf uit: het protocol gebiedt dat de Kamervoorzitter de afscheidswoorden van een Kamerlid voorleest. Samsom krijgt een staande ovatie van zijn collega’s.

Ook buiten de Tweede Kamer is de stemming ineens omgeslagen. Vier jaar lang waren de e-mails die Samsom kreeg niet bepaald om vrolijk van te worden. Na zijn nederlaag ontvangt hij meer dan duizend positieve mails. Op het schoolplein en in het café bedanken mensen hem voor zijn inzet. Hij wordt zelfs een keertje achterna gerend in de supermarkt.

Leuk allemaal, vindt hij, zelfs een beetje aandoenlijk. Maar waar waren al die mensen in de afgelopen jaren? Het is, zoals hij in kleine kring zegt, ironisch: van de politieke doden niets dan goeds.