Cultuur

Interview

Interview

Foto Katrijn van Giel

Ik denk dat John beter bij m’n leeftijd past, zegt Johnny

Johnny Hoogerland

In België reed hij twee maanden geleden zijn laatste meters als beroepswielrenner. Johnny Hoogerland over zijn mooiste overwinning, de bolletjestrui en Frans prikkeldraad. „Die felheid was weg, eigenlijk al jaren.”

Het was mei en terwijl de Ronde van Italië van Nederland naar het land van herkomst trok, kneep Johnny Hoogerland (33) thuis aan zijn keukentafel in het Zeeuwse buurtschap Langeweegje een wolk honing in zijn koffie. „Vind ik lekker”, vertelde hij erbij, toen hij zich realiseerde dat het op z’n minst een opmerkelijk gebruik is.

Die ochtend had hij getraind zoals hij dat het liefst doet: moordende tempoblokken, in de regen en de wind. Afzien, zoals het een goede Zeeuw betaamt.

De namiddag reserveerde hij voor bankhangen, met de Giro op het grote scherm in de luxe uitbouw van zijn woonboerderij. Wellicht deed het hem verlangen naar de tijd dat hij nog op het hoogste niveau actief was, drie jaar geleden alweer, hoewel hij schouderophalend zei van niet, hij vond het al lang best dat hij nog van waarde kon zijn voor een team als Roompot-Oranje Peloton, „met jonge gasten die ik veel kan leren, hartstikke gaaf”.

In werkelijkheid had hij een dag eerder samen met zijn vriendin Gerda definitief besloten na dit jaar te stoppen met wielrennen. Maar het was nog te vroeg om dat aan de pers te vertellen. Het idee moest klaarblijkelijk nog inslijten.

Op de Redoute was hij het zat

Luik-Bastenaken-Luik, gewonnen door Wout Poels, was op 24 april achteraf het sleutelmoment geweest: „Toen ik lek reed op de Redoute was ik het zat. Ik had er het hele voorjaar alles voor gedaan. Zowat zes weken alleen in Spanje, twee weken in een hoogtetent, en nog hielp het niet. Ik was het gewoon kwijt. Die felheid was weg, eigenlijk al jaren. Zal ook wel met angst te maken hebben.”

Hoogerland zat fris gedoucht in een korte broek, waardoor het litteken dat zijn linkerknieholte ontsiert goed te zien was. Ongewild vestigde hij er ook de aandacht op. Hij krabde er veel aan en vertelde dat er bij vochtig en warm weer steevast een korstje ontstaat en het begint te irriteren. Het is een eeuwig souvenir uit de Tour de France die hem vijf jaar geleden in één klap wereldberoemd maakte, een cultheld in eigen land bovendien.

Beelden van dé val in het prikkeldraad:

Zeeuwen geven niet op

Wielerfans zagen in hem iets buitenaards. Want wie kon nog twaalf etappes fietsen in de zwaarste etappekoers ter wereld, met drieëndertig hechtingen in billen en kuiten, na een enorme buiteling in het prikkeldraad onderweg naar Saint-Flour, veroorzaakt door een auto van AIG, nota bene een Frans verzekeringsbedrijf? De onverzettelijke Zeeuw Johnny Hoogerland dus, die dat jaar in de vorm van zijn leven verkeerde. De bolletjestrui voor beste klimmer had hij heroverd terwijl de vellen erbij hingen, een heldendaad die een stalen kop vereiste: „Zeeuwen geven niet op’, zei hij die dag tegen eenieder die het horen wilde. En dat waren er nogal wat.

„Ik denk er nog vaak aan wat er zou zijn gebeurd als ik niet was gevallen”, zei hij bij een tweede ontmoeting in november, nu geflankeerd door zijn aanstaande en twee dochters, en gehuld in een colbertje, een zwart overhemd, strakke jeans. Hij kwam net van een vergadering met iemand van Roompot, waar hij aanbleef als ambassadeur. „Ik was zo gezond die Tour. Die hechtingen konden er voor de Champs-Elysées al uit, ik reed ’m uit met twee vingers in mijn neus. Alleen aanvallen lukte niet meer. Wie weet had ik de bollen wel naar huis gebracht. Zou kunnen.”

Zelf denk ik liever terug aan de goede momenten. Een NK winnen is zo mooi.

Zijn mooiste overwinning

Nu ligt zijn maillot à pois rouges ergens ingelijst op zolder, niet meer tevoorschijn gehaald na de verbouwing van zijn huis vorig jaar. Niks voor hem om al te veel achterom te kijken. „Helaas herinneren de meeste mensen mij van dat ongeluk. Zelf denk ik liever terug aan de goede momenten. Het NK van 2013 bijvoorbeeld, mijn mooiste overwinning.”

Hoogerland tijdens zijn mooiste overwinning: het NK van 2013. Vincent Jannink/ANP

Wat er op 23 juni van dat jaar in de heuvels van Kerkrade gebeurde, kon eigenlijk helemaal niet. Hij reed op de slotklim zomaar zijn medevluchter Sebastiaan Langeveld uit het wiel. „En ik fietste helemaal niet voor de winst. Ik hoorde dat Tom Dumoulin terugkwam tot vijftien seconden, dus ik gaf wat gas in de hoop dat ik tweede zou worden. Maar toen had ik ineens een gat.”

Aan de finish barstte Hoogerland in snikken uit. „Het was overdonderend. Een NK winnen is zo mooi. Je mag het hele jaar in een trui rijden. Ja, en ik kwam terug na een moeilijke periode.”

Knarsende botten, het was fout

Vier maanden eerder lag hij nog op de intensive care van een Spaans ziekenhuis met vijf afgebroken uitsteeksels in zijn onderrug, vijf gebroken ribben, een scheur in zijn lever en een geperforeerde long. Toen hij van de artsen hoorde wat de schade was, zakte zijn hartslag tot onder de twintig en moest hij aan het zuurstof. „Vind je het gek. Ik kon misschien wel nooit meer fietsen.”

Johnny Hoogerland in een ziekenhuisbed in Spanje, waar hij in 2013 tijdens een training werd geschept door een auto. Dat ongeluk heeft hem blijvend beschadigd. ANP

Opnieuw had een auto hem van de weg gereden, dit keer op een trainingskamp in Spanje. Hoogerland was zijn rit achter zijn vriendin op een scooter net begonnen toen een automobilist hem bij het afslaan over het hoofd zag. De klap tegen de zijkant was zo hard dat hij liggend op zijn rug wartaal begon uit te slaan. Gerda: „‘Ambulancia bitte’, zei hij. En: ‘Maak me wakker, ik moet nog koersen.’” Aan de knarsende botten kon ze horen dat het fout was.

„Iedereen denkt dat ik het in 2011 moeilijk had”, zei Hoogerland twee weken na zijn afscheidswedstrijd in oktober, de Nationale Sluitingsprijs Putte-Kapellen, waar hij 21ste werd. „Maar daar in Spanje is er echt iets bij me geknakt. Voortaan zat ik angstig op de fiets. Ik durfde me er in het peloton niet meer tussen te gooien, erin te vliegen.”

Een haptonoom hielp ook niet

Zijn ploeg Vacansoleil-DCM stopte er na 2013 mee en de cultheld belandde op een zijspoor, bij een Italiaanse formatie en daarna bij Team Roompot, in de herkansing. Daar was het de laatste jaren niet veel meer.

Hoogerland deed er de voorbije winter nog één keer alles aan om terug te komen op topniveau. Hij, de nuchterheid zelve, schakelde een haptonoom in, die hem „vreselijk veel pijn” deed maar hem met de nodige fysieke aanraking toch „een bevrijd gevoel” gaf. De inspanningstesten waren weer goed, maar in de wedstrijden ontbrak dat beetje extra. „Ik kon alleen nog maar volgen. En dat is niks voor mij.”

Na Luik-Bastenaken-Luik was zijn verzet gebroken. „Die avond ben ik met Gerda en nog wat anderen in Antwerpen een bak friet gaan eten. Toen vond ik het genoeg geweest. Ik zat er al maanden tegenaan te hikken. Ik neem wel een clublicentie, maar ik ga zeker geen topcompetitie rijden. Dat niveau is nog best hoog en daar heb ik geen zin meer in.”

Spierpijn van het hardlopen

De moeilijke momenten gaan komen, voorspelde Hoogerland, het ongemak hardop weglachend toen zijn jongste dochter (1) een soepstengel op de keukenvloer krakend aan gruzelementen trapte. „Het is nu november. Dat was altijd een rustige maand. Maar straks is het januari en dan ging ik altijd op trainingskamp. Dat wordt wennen.”

Hij fietst nog wel. Beetje aftrainen. Het NK tegenwindfietsen van 20 november had hij heus gewonnen als de wind niet in het voordeel van zijn tegenstanders was gaan waaien. „Ik reed me helemaal leeg. Normaal is dat genoeg. Zo goed ben ik nog wel”.

Nu heeft John – Johnny bedacht hij ooit zelf, „maar ik denk dat John wel beter bij mijn leeftijd past” – meer schik in hardlopen, en hij doet het niet onverdienstelijk. Op de laatste zaterdag van november hoefde hij bij de Zakloop van Nisse op de 7,5 kilometer maar vier lopers voor zich te dulden. Na een eerder loopje kon hij amper lopen van de spierpijn, proestte Gerda terwijl ze voordeed hoe hij destijds door het huis strompelde.

Op het dorp vragen ze hem al lid te worden van de atletiekvereniging. ‘Gisteren weer getraind’, appte hij begin december. ‘Op de club. Spierpijn valt wel mee.’ Hij stuurde foto’s mee van zijn sporthorloge. Zeven keer 800 meter stond er op het display. ‘En een hindernisbaan’.

Meester in het afzien, zoals het een goede Zeeuw betaamt. Zo wordt de wielrenner Johnny Hoogerland toch vooral herinnerd.