Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

Hoe vijf straatjochies uit Rotterdam de populairste rappers van Nederland werden

Vijf jonge mannen uit Spangen zijn de meest beluisterde rappers van dit jaar. NRC zocht hen op in Rotterdam, Dordrecht en Slagharen. Over op tijd komen, einsteigen en leven in de Benelux.

Broederliefde, de populairste rapgroep van Nederland, is te laat. De jonge Rotterdammers – vier rappers en een dj – wilden afspreken bij Altijd in de Buurt, een licht café met veel planten, om de hoek van Rotterdam Centraal. Het café is van hun boeker Roger, die hun optredens regelt. Hij probeert ze op de afgesproken tijd te bellen.

Op een vrijdag in september stond de NOS hier voor de deur. Het Broederliefde-album Hard Work Pays Off 2 stond toen twaalf weken op de eerste plek in de Album Top 100. Die dag werden de nieuwe cijfers bekend. Als Broederliefde weer op 1 stond, zouden ze het dertien jaar oude record van Frans Bauer met zijn album Ons Geluk verbreken. Het lukte. ’s Avonds waren de vijf jonge artiesten met een glas champagne te zien op het journaal.

Die vrijdag in september „schreven ze geschiedenis”, zegt Melvin ‘Mella’ (22), zijn achternaam Silberie is in zijn nek getatoeëerd. Hij kwam als eerste binnen, samen met Javiensley ‘Sjaf’ Dams (21), de jongste van de groep. De online-luisteraars helpen mee aan dat record – ook streams tellen nu mee in de hitlijsten. Broederliefde werd dit jaar in Nederland het meest geluisterd op muziekdienst Spotify. 109 miljoen keer in totaal – dat is gemiddeld zes keer per Nederlander.

Maar Broederliefde is meer dan een streamingsucces. Hun muziek is niet alleen iets voor jonge, onbegrepen tieners of voor online. Ze stonden dit jaar op Pinkpop en Lowlands en geen televisieprogramma of radiostation waar de naam Broederliefde dit jaar niet viel. Deze maand werden ze genomineerd voor een Edison, de prestigieuze Nederlandse muziekprijs.

Door elkaar heen praten

Edson Cesar (23), de dj van de groep, en Jerzy ‘Jerr’ Rocha (22) houden hun winterjassen aan als ze gaan zitten. Emerson ‘Emms’ Akachar (24) schuift een paar minuten later ook aan. Ze bestellen rode en groene Fernandez-frisdrank en pancakes. Sjaf bestelt een Tony Chocolonely-chocomel. „Jij bent een zoete jongen”, zegt Mella. „Moet jij niets eten?”, zegt Edson.

Broederliefde is discussie, discussie, discussie. Na een vraagt begint één van hen te praten, valt er iemand bij, praat de eerste spreker door, gaat iedereen door elkaar heen, en valt het stil zonder dat er echt een antwoord is, maar vaak is er dan wel een andere conclusie. Bijvoorbeeld op de vraag wie de meest gedisciplineerde van het stel is.

Jerr: „Qua wat?” Mella: „Als we ge-dis-e, uh, ge…” Jerr: „Hahaha” Edson: „Niemand man.” En dan gaat alles door elkaar heen. „Dat ben ik, denk ik.” „Nee man. Niemand man. Jij ook niet, g.” „Mella heeft er ook last van, met op tijd komen.” Sjaf houdt zijn mond. „Als iedereen weer stil is, trekt hij pas zijn mond open”, zegt Edson. „Dat vind ik een sterke eigenschap. Niemand anders van ons kan dat.”

„Iedereen heeft wel een positief en een negatief punt”, zegt Emms. „Dat maakt deze groep”, zegt Mella. Emms is een harde werker, hij is van de overuren, zegt hij. „Hij rent die twee meter extra voor mij, waardoor we het samen halen”, zegt Mella. Emms: „En als hij laat komt, zit ik er voor hem.”

Jerr is er al snel niet meer bij. Hij bestudeert de menukaart, leest wat op zijn telefoon, smeert de rozentattoo die sinds vorige week de bovenkant van zijn linkerhand bedekt in met vaseline.

Foto ANP/Remko de Waal
Foto ANP/Remko de Waal
Broederliefde uit Rotterdam: Emerson ‘Emms’ Akachar, Jerzy ‘Jerr’ Rocha, Edson Cesar, Javiensley ‘Sjaf’ Dams en Melvin ‘Mella’ Silberie.
Foto Merlijn Doomernik

Opgroeien in Spangen

Ze groeiden op in de Rotterdamse wijk Spangen, een paar kilometer verderop. Daar zouden we eigenlijk afspreken – het idee van hun management. Broederliefde sprak dit jaar wel vaker met journalisten in hun oude buurt af. Ze vertelden over hoe ze daar opgroeiden omringd door criminaliteit. Dat ze zelf ook allemaal weleens een nacht in de cel zaten. Maar ook dat ze op een dag besloten dat ze afstand wilden nemen van negativiteit. En ze lieten zien hoeveel beter het nu met de buurt gaat.

Maar, zegt Sjaf, „dat lijkt me niet echt fijn voor ons beiden. Nu voeren we een doodnormaal gesprek, met eten en drinken erbij. In plaats van lopen. Koud. Iedereen schreeuwen.”

In hun muziek komt het verleden wel voorbij. In ‘Alles voor niets geweest’, het eerste nummer op hun album, rappen ze over de jongens die minder goed terechtkwamen. Over jongens die in hun buik zijn gestoken en neergeschoten. ‘Rare dingen gebeuren, rare dingen, er gebeurt te veel om me heen.’

Maar dat verleden speelt een bijrol. Hun muziek is vooral vrolijk en dansbaar. Ze rappen over feesten, vrouwen, het vieren van hun succes en het leven. Ze gebruiken woorden uit het Antilliaans, Marokkaans, Surinaams, Frans, Creools en woorden uit hun eigen taaltje. Edson, die steeds meer begint te praten, geeft een voorbeeld. Het Duitse einsteigen vervormden ze naar insteigen, gebruiken ze als ze vertrekken, zoals je volgens het woordenboek ook einsteigen gebruikt. „Maar je kunt het ook in andere vormen gebruiken. Meesteigen naar een feest. Uitsteigen als je weer weggaat.”

Uit het nummer ‘Insteigen’: ‘Insteigen, Schweinsteiger! / En we komen insteigen / Bad bitches aan de zijkant! / Comment tu t’appelles? / Ben je, ben je ready voor die aauhh.’

Soms denken mensen dat ze er in één keer waren, zegt Emms. Maar dat succes kwam in stapjes. Ze begonnen voor de lol. Traden op bij kleine feestjes en in buurthuizen. Vaak voor niets. Vier jaar geleden, in 2012 kwam ‘Maluku’, dat een hit werd op YouTube toen YouTubehits nog niet zoveel aanzien hadden. Met hun optredens begonnen ze geld te verdienen. De zalen werden groter. Opeens kregen ze 2.000 euro voor een show.

Broederliefde kwam op het juiste moment. Rapperscollectief New Wave maakte vorig jaar de weg vrij voor hiphop in de hitlijsten en op de radio, onder meer met de enorme hit ‘Drank en Drugs’. Zij bewezen met miljoenen streams en YouTube-views dat er een grote markt voor hun muziek was – een markt die door de mainstream media onopgemerkt was gebleven.

Wie van ons is gedisciplineerd? Niemand man

Het is vrijdagavond 11 november en vanavond staat Broederliefde op pop-podium Bibelot in Dordrecht. De zaal staat helemaal vol. Het optreden is de afsluiter van hun clubtour, elke zaal verkochten ze uit.

Voor de show hangen de jongens in de felverlichte opslag van het podium, omringd door een verzameling jeugdvrienden. Ze zitten in het rookhok maar niet iedereen rookt. Vlak voor optredens zitten de jongens van Broederliefde in hun eigen zone, zei iemand van hun platenlabel Top Notch een paar dagen voor het concert. Maar dat is niet waar, zegt Jerr. „We doen sowieso altijd waar we zin in hebben.”

In Dordrecht is de zaal gevuld met jonge meisjes. Ze slepen elkaar hand-in-hand door de zaal. Naar de bar, naar het toilet, en terug, richting het podium. Ze zitten aan hun haren of aan hun telefoon. De jongere kinderen worden begeleid door hun ouders.

Bij alle clubtour-shows waren veel jongeren, zegt Mella. „Zo leren die ouders ons ook kennen. Gaan ze zich in ons verdiepen.” Dan leren ze bijvoorbeeld dat hij een kind heeft, zegt hij – Mella heeft een zoon van vier jaar. En dat horen ze dan weer terug in zijn raps.

Broederliefde treedt op in de Arminiuskerk in Rotterdam tijdens de MTV Music Week. De Rotterdamse rapformatie heeft de MTV EMA voor Best Dutch Act in de wacht gesleept.
Foto ANP/Marten van Dijl
Broederliefde treedt op tijdens de tweede dag van de 24e editie van muziekfestival A Campingflight to Lowlands Paradise
Foto ANP/Ferdy Damman

Het moet van twee kanten komen

Een paar jaar geleden zag de toekomst van Broederliefde er heel anders uit. Sjaf deed een opleiding facilitymanagement, Edson een opleiding boekhouding. De rest was dichtbij een carrière als profvoetballer.

Emms wijst naar zichzelf. FC Dordrecht. Dan naar Jerr, FC Utrecht. Mella, FC Utrecht. „Ik had uhm”, zegt Emms, „moeite met op tijd komen”. „Wat nu nog steeds een beetje een probleem is. Ik gaf mijn medespelers en trainer de schuld. Ja, dat ging fout. Mentaliteit. Discipline.”

Jerr en Mella hadden dezelfde problemen bij FC Utrecht, zegt Emms, maar: „Ik heb mezelf zeer zeker ontwikkeld. Iedereen hier eigenlijk.”

Nu wordt hun vaak gevraagd hoe ze het voor elkaar hebben gekregen. Maar op de vraag is geen antwoord, zegt Emms. Hij neemt het vaakst het woord en licht sommige antwoorden van de rest nog toe. Emms kan zeggen hoe de dag eruit zag toen ze een nummer schreven. Met wie ze waren. Maar die Broederliefde-formule, waar hem zo vaak naar wordt gevraagd? Mella: „Sowieso, als je het iemand uit gaat leggen, hij gaat het sowieso niet begrijpen.” Bijvoorbeeld, uit het refrein van hun grootste hit Jungle: „Zeg me waar wil jij heen? / Als het aan mij ligt bewegen we nu / Afrika, terug in de jungle, we leven duur in de Benelux”

„Ja, het is eigenlijk wel een feit dat we nu leven in de Benelux toch”, zegt Emms, die met het woord kwam maar niet meer kan uitleggen hoe het ging. Achter de tekst zit wel een gedachte. „In Nederland moet je voor alles waar plezier achter zit betalen. Wil je naar de dierentuin? Betalen. Wc? Betalen. Niet dat je daar plezier bij hebt. Maar voor alles moet je betalen.”

Jerr: „In Afrika loop je naar buiten en ben je in de dierentuin, bij wijze van spreken.” Emms: „Ken je dieren zien, van een rots springen, ken je zwemmen. Voor zwemmen moet je hier ook betalen.”

„Maar aan de andere kant”, vervolgt Emms het gesprek over dat alles geld kost in Nederland. Jerr: „Dat is niet erg. Als mensen ons willen boeken, moet je ook betalen.” Emms: „Dat zeg ik. Het moet van twee kanten. Je kunt respect hebben voor ons. Dat wij zo hard hebben gewerkt. Daarom. Snap je.”

Jerr: „Het gaat om de gedachte erachter. Aan de andere kant van de oceaan leven mensen anders. Mijn moeder is in Kaapverdië geboren. Dan krijg je zoiets mee vanuit huis. Zij hebben ons die mentaliteit meegegeven: dat we geluk hebben.” Edson: „Al onze moeders zijn harde werkers.”

Dansen met zwarte Piet

Een week voor pakjesavond treedt de succesvolste rapgroep van Nederland op in attractiepark Slagharen. Broederliefde staat op een kleine podiumtrailer, er dansen zwarte pieten omheen. Het publiek heeft slordig zwart geschminkte gezichten en zit bij hun ouders op de schouder.

Je kunt zeggen: daar sta je dan als rapgroep, in een park dat beroemd is om de pony’s. Maar zo denkt Broederliefde niet. Ze dansen alsof ze op een festival staan. Ze zwaaien naar de kinderen. Sjaf glimlacht onafgebroken. Emms en Mella springen het publiek in. Na een paar nummers zeggen ze: „Applaus voor deze gezellige pieten”. „Doe je best op school!” „Alleen maar positiviteit.” „Fijne Sinterklaas!” „En Kerst!”

Sjaf heeft nog over zijn hoogtepunten van het jaar nagedacht. Eigenlijk vindt hij dat „al die punten” samenkomen in één hoogtepunt: dat ze volgend jaar in het Sparta-stadion optreden. „Ik denk dat niemand dit zo heeft meegemaakt”, zegt hij. „Dat je in een wijk woont met een stadion, waar je naar opkeek, stiekem naar binnen klom om voetbalwedstrijden te kijken. Je gaat muziek maken, je leven keert, je krijgt het idee daar een concert te geven en het lukt. Dat is geen bless meer. Het gaat dieper. Het is crazy. Bizar.”