Turntweeling Lieke (links) en Sanne Wevers met hun vader en trainer Vincent Wevers, woensdag uitgeroepen tot coach van het jaar.

Foto Catrinus van der Veen

Hoe te pieken in die ene anderhalve minuut

Jarenlang vroeg de tweeling Sanne en Lieke Wevers zich af hoe ze samen de Olympische Spelen zouden kunnen bereiken. Dit jaar lukte het. Sanne haalde goud – en werd sportvrouw van het jaar.

‘Olof, zeg eens eerlijk, hoe heb jij als sporter de Olympische Spelen beleefd?” Sanne Wevers wilde drie weken voor vertrek naar Rio de Janeiro weten wat haar te wachten stond. Ervaringsdeskundige Olof van der Meulen, volleyballer van goud en zilver, was glashelder: hij vond er geen zak aan, hij had zich doodverveeld.

Sanne was oprecht verbaasd, evenals haar tweelingzus Lieke. Een paar uur eerder hadden de turnsters van hun bondscoach Gerben Wiersma een presentatie over de Spelen gekregen, ter voorbereiding op maar ook ter bescherming tegen de grootsheid van het evenement. Van hem hadden ze heel andere verhalen gehoord.

Olof van der Meulen, huismeester in de flat in Heerenveen waar de tweeling woont, dronk een middag koffie met hen op het terras van het café bij de trainingshal, waar balkspecialiste Sanne Wevers de basis voor olympisch goud legde. Sterke koffie natuurlijk, een dubbele espresso, want daar houden ze van.

Lees ook: De familie Wevers werd de grote winnaar van het sportgala

Eenmaal in Rio dachten de zusjes regelmatig terug aan de woorden van Van der Meulen. Sanne: „Uiteindelijk heeft het ons geholpen. De buitenwereld blaast de Spelen enorm op, zo van: nu moet je de wedstrijd van je leven turnen. Wij wilden een eerlijke mening. Wat gaan we tegenkomen? Is het leuk? Hoe groot is het werkelijk?”

Vijf maanden later, in hetzelfde café, blikken de veelvuldig giechelende zussen, wederom achter een dubbele espresso, terug op de Spelen. En als Van der Meulen langs loopt vergeten ze niet zijn rol bij hun grote succes te vermelden. Want groots waren de Spelen voor de turnsters, vooral vanwege Sannes olympische titel op balk, maar ook vanwege de unieke zevende plaats met het Nederlandse team in de landenwedstrijd en de twintigste plek van Lieke in de meerkampfinale.

De gouden oefening van Sanne Wevers:

Make-uppen in de kleedkamer

Ze zitten dicht tegen elkaar aan, bijna Siamees. Twee mensen, één gedachte maar vooral: één gevoel. Elke beweging, elke hint wordt herkend, tot aan het verhaal over de gouden medaille toe. Sanne won de meest begeerde plak, maar Lieke deelde in beleving en euforie – „zonder ook maar een procent van haar goud op te eisen”. „Ja, ik won een jaar eerder goud op balk op de Europese Spelen in Bakoe. Vind ik eigenlijk wel cool. Sanne de beste van de wereld en ik beste van Europa.”

Een voor een kijken ze terug op de dag van Sannes gouden balkoefening.

Lieke: „Die spanning, ver-schrik-ke-lijk. Gelukkig kon ik alles meemaken. ’s Ochtends samen ontbijten, met Sanne in de bus naar de hal, samen make-uppen in de kleedkamer om alles nog één keer door te spreken. Een magisch gevoel, dat we een finale op de Spelen echt met elkaar mochten meemaken. Tot ik Sanne moest loslaten, dat was het moeilijkste moment van de dag.

„Op de atletentribune waar je dan zit te kijken is de spanning het grootst. Omdat ik dan niets meer met Sanne kan delen, niets meer in handen heb. Ik was vooral nerveus voor de opsprong, het moeilijkste onderdeel van haar oefening. Weet je, heel gek, na afloop zei Sanne dat ze heel taakgericht te werk was gegaan. En zo heb ik haar oefening ook beleefd: nu dit, dan dat, dit, dat, dit, dat, ik dacht nergens anders aan. Niemand moet me op zo’n moment storen. Ik voelde wat Sanne voelt, heel bizar, zo dicht stond ik bij haar.”

Sanne: „Ik was heel zeker van mijn zaak. Omdat ik echt voor goud ging. Niets en niemand kon me tegenhouden, dat gevoel had ik sterk. Ik hoorde aan de reactie van het publiek dat mijn grote concurrent Simone Biles een foutje maakte. Dan kijk je toch even. Het gaf geen extra druk, omdat ik met elk scenario rekening had gehouden. Het gevoel dat het goed zat had ik nog niet bij de afsprong, een beetje bij het teruglopen.

Lees ook: Haar gouden oefening benaderde perfectie

De winnende score veroorzaakte intense opwinding. „Dat mijn plan gelukt was, zoiets. Ik dacht terug aan de filmpjes van de Spelen van 2008 en 2012, en hoe vaak Lieke en ik die hadden teruggekeken. Om te leren van de winnaars en de drang die we voelden om dát moment, die anderhalve minuut, onder controle te krijgen. Te kunnen presteren nadat het lampje op groen is gesprongen, de sleutel daartoe wilde ik vinden. Alles op een rijtje zetten, weten wat er gebeurt, dan heb je handvatten waarmee je verder kunt. Mede daardoor hebben Lieke en ik zulke vorderingen gemaakt, ging het elk toernooi beter en waren we aan het slot, op de Olympische Spelen, op ons best.”

Maar er was nog iets dat Sanne op maandag 15 augustus onverslaanbaar maakte. Ze had na de Olympische Spelen van Londen het besluit genomen zichzelf mentaal te scholen. „Omdat ik wist dat mijn olympische moment zou komen. Turnen is de sport van de herhalingen, zodat je geautomatiseerd kunt handelen. Als ik de mentale component onder controle wilde krijgen, moest ik ook dat aspect dagelijks oefenen. Aangezien ik het niet zag zitten elke dag naar de sportpsycholoog te gaan, heb ik mezelf in die materie geschoold. Met boeken, via internet, wat ik maar te weten kon komen. Mijn persoonlijkheid heb ik erdoor versterkt.”

Verhuizing

De voorgeschiedenis zit vol tegenslagen. Sanne was een jaar uit de roulatie wegens een schouderblessure, Lieke zelfs twee jaar door een gescheurde kruisband. Daar kwam in de aanloop naar de Spelen nog bij dat hun vader en coach bij hun club werd ontslagen wegens een meningsverschil, waarna ze niet meer in Almelo konden trainen en gedwongen waren te verhuizen van Oldenzaal naar Heerenveen. De turnsters hebben zich er nooit door laten ontmoedigen. En ze hebben het er liever niet over. Dat is het verleden, alleen de toekomst telt.

„Weet je,” zegt Sanne, „ongeacht het vakgebied, is de weg naar de top moeilijk. Je wilt het zó graag. We konden het onszelf niet aandoen om op te geven. We hadden een doel, daar gaan we heen, dat gaan we halen, wat er ook gebeurt. Lieke en ik wilden écht naar de Olympische Spelen, anders zou onze carrière niet klaar zijn geweest.

„We vroegen ons alleen lange tijd af: hoe komen we in godsnaam samen op de Spelen als er voor Nederland maar één plaats beschikbaar is. Daar hebben we veel over gesproken. Dat we ons rechtstreeks als team kwalificeerden met een achtste plaats op het WK in Glasgow, een jaar voor de Spelen, was mede daarom zo fantastisch. Ik krijg nog kippenvel als ik daaraan denk.”

Lieke: „ Alsof er een poort openging, zo van: we mógen eindelijk, terwijl we toen nog niet eens zeker waren van de teamsamenstelling. Die euforie, dat tegen alle verwachtingen in iets lukt, ongelooflijk. We hadden er al zo vaak met elkaar over gesproken. En op de dag van de teamfinale in Glasgow had ik mijn wens op een briefje geschreven en onder mijn kussen gelegd. Wat erop stond? Wat denk je: top acht natuurlijk.”

Als het Nederlandse team in Glasgow buiten de top acht gebleven was, had het zich op het olympische testtoernooi in Rio de Janeiro moeten plaatsen. Sanne: „Pieken in april, dat zou killing zijn geweest. Dat zag ik totaal niet zitten, dan waren we afgebrand naar de Spelen gegaan. Lieke en ik dachten heel sterk: nú moeten we, het kan niet anders.”

Lees ook: Hoe de zusjes Wevers zich plaatsten voor de Spelen

Rafael Nadal

Op de Spelen werd het team zevende, de hoogste klassering ooit. Aan plaatsing voor de finale, met de beste acht landen, ging wederom zo’n euforisch moment vooraf, in de eetzaal van het olympisch dorp. Lieke: „We waren uitgeturnd en moesten wachten op Canada, dat in de laatste groep uitkwam. Uiteindelijk hadden zij aan twee goede brugoefeningen genoeg om ons te passeren. Wij dachten: dat gaan ze halen want ze hebben twee supergoede brugturnsters. Tot we in een tweet lazen dat de laatste Canadese turnster was gevallen en wij de finale mochten turnen. We werden helemaal gek, we sprongen en dansten. Op dat moment liep Rafael Nadal langs. Die moet wel gedacht hebben dat we niet wijs waren.”

Nu, terug op aarde, koppelen Sanne en Lieke het genot van de Olympische Spelen vooral aan het resultaat. „De prestatie maakt het mooi”, zegt Sanne. „Dan accepteer je ook de omstandigheden. Niet alles in Rio de Janeiro was goed geregeld. Je weet dat Brazilië geen Engeland of Japan is, waar alles tot in de puntjes wordt georganiseerd. Toen we arriveerden was de behuizing verre van oké. Geen keurig hotel, zoals we gewend zijn, maar een kaal appartementje. Het zij zo.”

Niet wakker geworden van Yuri

Van het wegsturen van mannenturner Yuri van Gelder wegens wangedrag hebben ze weinig gemerkt. Lachend: „Hij sliep niet in ons appartement en heeft ons niet wakker gemaakt.” Het ongemak zat voor Lieke vooral in de gigantische publiciteit die het incident kreeg. „Hij werd kort voor onze teamfinale naar huis gestuurd. Na afloop van die finale kreeg ik van de pers één vraag over onze prestatie en wel zes over Yuri. Nou, daar zit je echt niet op te wachten.” Verder willen de turnsters aan de affaire geen woord vuil maken.

Nee, dan Sannes gouden medaille een week later. Die maakte alles goed, en er ging een nieuwe wereld open – ze krijgt nu de gekste verzoeken. „Die schaar ken ik nu wel”, zegt ze grijnzend, verwijzend naar de vele openingsplechtigheden. „Het zijn zó veel aanvragen, dat maakt het moeilijk. En het kost veel energie omdat ik van nature nogal introvert ben. Het meest bijzonder? Mijn optreden tijdens een concert van Guus Meeuwis in Ziggo Dome. Een balkoefening op een podium terwijl er 16.000 mensen zingen, dansen en springen, dat zijn totaal andere omstandigheden dan ik gewend ben. Dat was supergaaf.”

Ze wil proberen wat actiever te worden op social media. „Ik ben daar zo slecht in; het zit gewoon niet in mijn systeem”, zegt ze. „Maar ik vind het wel belangrijk, vooral voor de vele fans die me willen volgen. Je wilt toch iets terugdoen.”

Tot nieuwjaar laten de zussen zich de feestelijkheden welgevallen. In januari gaat de knop weer op de turnstand. Ze gaan door, ook al zijn ze al 25 jaar, oud voor turnbegrippen. Ze vinden de sport nog te leuk om te stoppen, zonder zich overigens vast te leggen op een nieuwe olympiade. Eerst weer serieus turnen. Komt tijd, komt raad.

    • Henk Stouwdam