Hoe de post een nationaal icoon werd

Essay Oranjegevoel Het was on-Nederlands, de politiek die PostNL te hulp schoot tegen de Belgen. Wij waren immers altijd de koopman, niet de dominee. Maar het Oranjegevoel is terug.

Illustratie Roel Venderbosch

Achteraf, ja achteraf had iedereen het voorspeld. Of al geweten. Achteraf was het duidelijk en verklaarbaar. Maar ik zag het niet aankomen. Toen CDA-partijleider Sybrand Buma in april begon over ‘gezonde vaderlandsliefde’ haalde ik m’n schouders op.

Toen minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) een potentiële overname van staatsbank ABN Amro door de Zweedse concurrent Nordea afwees, zag ik daar nog geen trend in.

Het begon me pas te dagen toen Lodewijk Asscher, ook PvdA, over „progressief patriottisme” begon. Links en vaderland, da’s lang geleden.

Toen viel het kwartje. Dat kwartje dat vroeger tussen een dubbeltje en een gulden in zat. De gulden is nostalgie, maar na dit jaar denk ik wel eens: het is zomaar de toekomst.

Wat is die trend? Leve het Oranjegevoel.

Lees ook dit opiniestuk van Lodewijk Asscher over ‘progressief patriottisme’: Stop met vernedering: de kiezer ervaart onrecht

Heel Holland vrijmarkt

Ons Oranjegevoel was altijd exclusief. Voor de échte Oranjes. Voor Koningsdag. Heel Holland vrijmarkt. En voor de surrogaat-oranjes, de topsporters. Dafne Schippers. Max Verstappen. Het Nederlands elftal. Chauvinisme, nationalisme, vaderlandsliefde – het zijn geen begrippen die je met Nederland en het bedrijfsleven associeert. Maar dat is aan het veranderen. Snel. En niet zo stilletjes.

Het herrijzend nationalisme is bij uitstek een internationaal fenomeen. De Engelsen kozen hun Brexit. De Amerikanen kozen hun Trump – Make America great again. Economisch nationalisme, zoals politieke bescherming van het nationale bedrijfsleven? Dat kwam er bij ons tot nu toe niet in.

De VOC-mentaliteit, toch?

Nederlandse politici en ondernemers zijn altijd aanhangers geweest van Europese eenwording en open grenzen. De VOC-mentaliteit, zeg maar. Nederland was altijd een land van multinationals. Shell, Philips, Unilever. Een familiebedrijf als SHV dat rijk werd in de steenkoolhandel.

Een land van export. Open grenzen zijn goed voor Schiphol. Goed voor de Rotterdamse haven. Goed voor ons industriële hart Eindhoven. Dus goed voor iedereen.

Nederlandse bedrijven kopen al decennia ondernemingen in het buitenland. Dus was het niet logisch om buitenlandse bedrijven hier te hinderen met extra nationalistische Nederlandse regels. Anderen doen dat wel, maar wij weten beter. We bewaken ons vrijhandels- en investeringsklimaat door ons net iets neutraler en kleiner voor te doen dan we in werkelijkheid zijn.

Nationalistische Nederlandse regels? Anderen doen dat wel, maar wij weten beter

Ons internationale karakter heeft ook schaduwkanten. Nederland staat hoog op ranglijstjes van de meest concurrerende economieën, zoals die van het World Economic Forum. Maar wij staan óók hoog bij de meest concurrerende belastingparadijzen, zoals op de ranglijst van Oxfam.

Veel koopman, weinig dominee. Zonder al te veel luidruchtige borstklopperij. Want dat schrikt maar af. Om te beginnen onze ooster- en zuiderburen, met wie wij de meeste handel drijven.

Pas op, de Belgen komen

En juist die buren ervaren nu als een van de eersten hoe het sentiment in Nederland omslaat. In België sloegen de politieke stoppen door na het echec dat ‘hun’ Bpost er niet in slaagde ‘onze’ PostNL te kopen. De mislukking was een politiek proces, klaagden Belgische belanghebbenden. Twee Nederlandse ministers, nota bene liberale ministers, Mark Rutte en Henk Kamp, verzetten zich tegen de overname van PostNL. Een bedrijf op de beurs, dat dus voor iedereen te koop is.

Het laatste en finale bod van Bpost van 5,75 euro was begin december maar liefst een euro meer dan de koers van PostNL. Toch vond de top van de Nederlandse post de politieke bezwaren zwaarder wegen. PostNL was bang dat het bedrijf na een overname door Bpost niet langer de wettelijk aangewezen postbezorger zou zijn en 876 miljoen euro omzet (2015) zou verliezen. Hadden de koopman en de dominee, die altijd symbool waren van het Nederlandse karakter, dan toch gezelschap gekregen van een politicus?

De Belgische vicepremier Alexander De Croo liet zijn gevoelens de vrije loop. PostNL wordt „gedwongen te handelen naar de grillen en de willen van de Nederlandse politiek”, fulmineerde hij. De Croo kon er niet over uit dat Nederlandse ministers de Belgische regering tot drie keer toe vroegen om de top van Bpost terug te fluiten. „Zo werkt dat niet in België. De raad van bestuur is autonoom.”

Lees ook de analyse van Menno Tamminga: Hoe Bpost fout op fout stapelde

Carlos calling

De verbijstering van De Croo is begrijpelijk. De omslag in het politieke sentiment in Nederland kwam ondanks de internationale trend toch nog onverwacht. Ja, er was politieke twijfel toen het Mexicaanse telefoonbedrijf América Móvil van miljardair Carlos Slim in 2013 een overnamebod wilde doen op KPN. Waren onze data en die van politie en veiligheidsdiensten wel veilig in buitenlandse handen?

Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) hield zich op de vlakte over de overname zelf, maar toen de Mexicanen hun bod hadden ingetrokken, beloofde hij wetgeving om nationale economische belangen beter te beschermen.

Maar haast leek niemand te hebben. Niet Kamp. Niet de Tweede Kamer. Tot het overnamebod op PostNL begin november onverwacht concreet werd. Kamp en minister-president Rutte lieten meteen weten: doe dit niet. Bpost was een bedrijf met de Belgische staat als grootaandeelhouder (51 procent). Wat moest een staatsbedrijf nu op onze postmarkt, waar de Néderlandse overheid juist geen aandeelhouder wil zijn?

De Tweede Kamer nam in een spoedvergadering verschillende moties aan om PostNL te beschermen.

Wat moest een staatsbedrijf nu op onze postmarkt, waar de Néderlandse overheid juist geen aandeelhouder wil zijn?

Post? Een icoon?

PostNL, dat was wel een verrassend nationaal icoon. Waarom moest dat Nederlands blijven?

PostNL is een grote werkgever, legde Kamp de Kamer uit. Met 49.000 mensen. Dat zijn, maar dat zei hij er niet bij, samen met hun partners en gezinsleden, tenminste twee Kamerzetels. En PostNL heeft ook een van de grootste pensioenfondsen. Best belangrijk. En dan was er die vermaledijde staatsinvloed bij Bpost.

Maar toch was dat geen overtuigende verklaring voor de politieke keuze om juist PostNL te beschermen. Waarom dan niet ook chipfabrikant NXP in Eindhoven en Nijmegen? NXP krijgt óók een nieuwe buitenlandse eigenaar, maar dat vindt Kamp prima. En daar hoor je Kamerleden wel over – maar alleen over het feit dat topman Rick Clemmer rond de 400 miljoen euro verdient door zijn aandelen en opties te verkopen.

Waarom dan wel PostNL beschermen? Het is geen winnaar als je kijkt naar hoe de economie en de klanten veranderen. Laat staan dat PostNL een voorbeeld is van het soort bedrijvigheid waarmee Nederland over tien of twintig jaar z’n geld verdient. PostNL staat niet symbool voor de kenniseconomie. Of de hightech maakindustrie.

(Tekst gaat door onder de slideshow)

Van APT tot PostNL: alle namen van het Nederlandse postbedrijf

Verliezer

In PostNL komen juist de verliezers samen van een paar van de meest ingrijpende veranderingen van de laatste vijftien jaar. Zoals de flexibilisering op de arbeidsmarkt: de vaste baan als postbode is verdwenen. Hij/zij is nu een bezorger in deeltijd.

PostNL is dankzij de voorkeuren van zijn klanten, van u en mij dus, de verliezer op de ‘communicatiemarkt’. Postvolumes krimpen dankzij mail en smartphones. De brief is iets exclusiefs geworden.

De teruggang voedt zijn eigen ondergang. Minder volumes, minder brievenbussen, geen maandagbezorging meer, hogere tarieven en de cyclus van krimp hervat zijn vernietigende werk.

Juist daarom, omdat PostNL een symbool is van verlies, van verloren gegane tijden en toestanden, is het zo aantrekkelijk om te knuffelen. De post is óók dat touwtje uit de brievenbus, waar Jan Terlouw aan herinnerde.

Meer dan nostalgie

Toen ik de Kamerdebatten over PostNL teruglas, begreep ik het steeds beter. In PostNL zit meer dan nostalgie. In PostNL zitten ook de nieuwe scheidslijnen in Nederland. De scheidslijnen tussen Randstad en rest van Nederland. Tussen kenniswerk en handenwerk. Tussen jongeren en de vergrijzing. Zoals: u zegt wel dat de economische crisis voorbij is, maar waar zijn de banen voor gewone mensen? En: u zegt wel dat er na een overname door Bpost niks verandert, maar dat postkantoor hebben ze ook al gesloten. En u zegt wel dat ik van een overname niks zal merken, maar ik moet nu al steeds verder lopen naar een brievenbus. En u zegt wel dat ze onze winsten niet naar België doorsluizen, maar dat zeiden ze toch ook toen Air France onze KLM kocht?

Achter die angsten en klachten zit een diepere tegenstelling. Een tegenstelling die van alle tijden is, maar die soms opeens ruwer verwoord en beleefd wordt. De tegenstelling tussen de (zaken)elite en de rest van de burgers.

Een toevallige ervaring van die tegenstelling, ter afsluiting. Geert Mak, de auteur, was in mijn woonplaats Zutphen om te vertellen over zijn bestseller over Jan Six. Dat ging, hoe kan het anders, ook over de elite in Six’ tijd, de Gouden Eeuw, over het regentendom dat daarna kwam en over de verhoudingen nu. Bijna terloops bracht Mak de ruim betaalde topmanagers van verzelfstandigde maatschappelijke organisaties ter sprake. Hij had er geen goed woord voor over. En hij haalde uit naar de leiding van de Nationale Politie die een chaotische reorganisatie achterliet met een ondernemingsraad die misschien wel was omgekocht.

Het publiek hapte even naar adem en begon luid te applaudisseren.

Dus je kunt zeggen: de elite in Den Haag en de top van de BV Nederland hebben een probleem. Je kunt ook zeggen: dat probleem is er, maar met de bescherming van PostNL heeft de politieke elite het probleem nog op tijd onderkend.