Column

Het is nog steeds een taboe

Drie minuten geleden kwam hij door de deur. Zijn haar is rossig, zijn lijf tenger. Eerder zat hij hier voor een splinter in zijn duim. Tijdens het douchen had hij een ijzersplinter in zijn duim gekregen. Het knutselen aan zijn vinger had een splinter opgeleverd. Ik mocht de splinter oogsten. Wij wisselden weinig woorden. Onze fascinatie ging uit naar de splinter. Dat zoiets kleins zo een ongemak kon veroorzaken. Vandaag geen splinter.

„Het gaat niet goed met me.” Zijn toon bijna optimistisch.

Zijn leven ligt overhoop. Kind van het ongeluk. Zijn ouders bij elkaar zonder dat ze dat willen zijn. Ze verwijten elkaar dat ze hem niet op het rechte pad hebben kunnen houden. Zijn drugsgebruik is al jaren problematisch, zijn studie begint er nu ook onder te lijden. Zijn ouders weten niet hoe hij zijn geld verdient. Hij verkoopt zijn lichaam nu al een paar jaar. Hij houdt van de spanning – het condoom willen zijn klanten vaak niet.

„Mijn ouders hadden een ander plaatje in hun hoofd. Ik ook”, zegt hij zuchtend. Hij is opgegroeid in de biblebelt. Nooit heeft hij zich er thuis gevoeld. Hij past er ook niet. Hij valt op mannen. Het is nog steeds een taboe, hij kan er niet over praten thuis. Ze doen alsof het niet bestaat. Alsof het een fout is die hersteld kan worden. Hij weet wie hij is, hij wordt alleen niet geaccepteerd. In zijn hoofd dwarrelt het wel eens. De drugs bieden uitkomst. Het dwarrelen verdwijnt dan.

De tijd raakt op de achtergrond. De gedachten smelten en hij voelt zich dan gelukkig.

Zijn gebruik is de laatste tijd buiten proporties. Zelfs voor zijn doen. In de middag weet hij niet wat hij in de ochtend heeft gedaan. Hij voelt zich verloren, al jaren. Zijn vrienden maken zich zorgen. Op aandringen van zijn vrienden zit hij nu hier.

„Kunt u mij beter maken en als u dat niet kan kunt u me dan uit mijn lijden verlossen?”, klinkt het nu uit zijn mond.

„Ik begrijp dat je je ellendig voelt”, probeer ik

„Ellendig is zacht uitgedrukt. Ik lijd, dat is wat anders”, zegt hij weer zuchtend.

Zijn blik gaat weer op oneindig. Hij kijkt maar ziet niets. Hij hoort wel maar luistert niet. De leegte in zijn ogen baart me zorgen. Onvoorspelbaar wat zijn volgende stap zal zijn.

Huisarts schrijft over zijn praktijk op Zuid.