Beperking opslag van data is tegenslag voor terreurbestrijders

Bewaarplicht In veel EU-landen moet door een uitspraak van het EU-Hof de zogenoemde bewaarplicht voor telecomproviders van tafel.

Koen van Weel/ANP

Twee dagen na de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg woensdag terreurbestrijders in Europa een ernstige beperking opgelegd. Na jaren procederen staat nu definitief vast dat het opslaan van telecomgegevens van alle burgers, om te kijken wie wanneer met wie communiceerde en vanaf welke locatie, niet is toegestaan.

In veel EU-landen betekent dit dat de zogenoemde bewaarplicht voor telecomproviders nu van tafel moet. In Nederland zette de rechtbank in Den Haag vorig jaar al een streep door deze massale gegevensopslag, na een kort geding dat was aangespannen door de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, journalistenvakbond NVJ, stichting Privacy First en telecomproviders. Op basis van een eerder Europees vonnis oordeelde de Haagse rechtbank destijds dat het opslaan van ieders data wél is toegestaan, maar alleen onder strikte voorwaarden. Zo zouden opsporingsdiensten alleen na toestemming van een rechter toegang tot de gegevens mogen krijgen. Omdat zulke restricties in de Nederlandse bewaarplicht ontbraken, moest die van tafel.

De advocaten spanden het kort geding destijds aan omdat hun beroepsgeheim onder druk zou komen te staan. De journalisten was het te doen om hun bronbescherming. Onbevoegden zouden bij telecomproviders in de enorme hoeveelheid bel- en internetdata kunnen opzoeken wie er met welke advocaat of journalist contact had gehad.

Afgelopen september diende minister van Justitie Ard van der Steur (VVD) een wetsvoorstel voor een nieuwe bewaarplicht in dat tegemoet moest komen aan de bezwaren van de Haagse rechtbank. Nu het Europees Hof heeft geoordeeld dat het opslaan van ieders data überhaupt niet is toegestaan, moet ook dit wetsvoorstel worden aangepast. Ook het nieuwe voorstel bepaalt namelijk dat alle belgegevens een jaar moeten worden bewaard en alle internetdata, inclusief gegevens over e-mailverkeer, een half jaar.

‘Constante surveillance’

Het EU-hof gaf met het vonnis van woensdag antwoord op vragen van Zweedse en Britse rechters. Volgens het Luxemburgse hof vormt het opslaan van verkeers- en locatiegegevens van alle telecomgebruikers een ernstige inbreuk op hun privacy. Dergelijke informatie zou net zo gevoelig zijn als de inhoud van de communicatie, die niet van iedereen wordt bewaard, omdat de data veel vertellen over iemands handel en wandel. De data-opslag zou tot een gevoel van „constante surveillance” kunnen leiden. Nationale wetgeving moet voortaan bepalen van welke groepen burgers data mogen worden vastgelegd. Dergelijke opslag kan slechts voor een beperkte periode, in een beperkt geografisch gebied, of alleen bij specifieke verdachte personen.

Otto Volgenant (Boekx Advocaten) voerde vorig jaar namens onder meer stichting Privacy First en de NVJ het kort geding bij de Haagse rechtbank. Hij stelt op basis van de nieuwe Europese uitspraak weer naar de rechter te stappen als het wetsvoorstel van minister Van der Steur toch wordt aangenomen. „Maar zover zal het niet komen. Minister Van der Steur zal goed naar deze uitspraak kijken en het huidige wetsvoorstel moeten aanpassen”, zegt Volgenant. Het ministerie van Veiligheid en Justitie liet donderdagochtend via een woordvoerder weten de uitspraak te bestuderen.

Specifieke woonwijk

Volgens Volgenant moet de overheid bij de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme voortaan per geval aan telecomproviders de opdracht geven om data te bewaren. „Stel je voor dat er informatie is dat er een aanslag dreigt op de TT in Assen. Dan zouden telecomproviders verplicht kunnen worden om de gegevens van mensen in dat gebied tijdelijk op te slaan”, zegt Volgenant. Ook het tijdelijk bewaren van telecomdata van burgers in een specifieke woonwijk, bij verdenking van zware criminaliteit, is volgens Volgenant waarschijnlijk toegestaan. Via ‘datamining’ in grote hoeveelheden telecomgegevens van alle burgers speuren naar verdachte patronen is met de uitspraak van het EU-hof definitief van de baan. Privacyvoorvechters wijzen er al vaak op dat plegers van terroristische daden meestal in het vizier zijn van opsporingsdiensten en dat betere verwerking van reeds bekende gegevens veel effectiever is in de strijd tegen terreur. Ook de Tunesische verdachte van de aanslag in Berlijn werd het voorbije jaar al enige maanden in de gaten gehouden door de Duitse opsporingsdiensten.

Lees ook: Wat weten we over de verdachte van de aanslag in Berlijn?
    • Wilmer Heck