Een Indonesisch eethuisje, maar dan helemaal van nu

Foto Maurice Boyer

Ooit, toen blonde dames in roze leggings het straatbeeld bepaalden, noemden we de Kinkerstraat liefkozend ‘Kinkerboulevard’. Het volkse van de straat, die ondanks alle herinrichtingen maar niet chic wilde worden, bleek hardnekkig. Maar nu is het dan toch echt ‘upcoming’ geworden; met de komst van de Hallen en de opwaardering van alle woonwijken binnen de ring gaan de hipsters ook niet meer aan deze straat voorbij.

Een van de nieuwe plekken waar het gebeurt is café Amoi, een zusje (Amoi betekent ook jonger zusje) van het inmiddels gesloten Sarang Mas op het Rokin. Er wordt Indonesisch gekookt en dat schijnt ook door een paar tantes te gebeuren, maar verder valt het totaal niet te vergelijken met de vertrouwde Indonesische eethuisjes en toko’s die deze stad ooit rijk was.

Amoi is helemaal van nu. Je stapt binnen in een wereld van groene planten, rotan stoelen en kleurige tegels, er is een bar en een uitgebreide drankkaart met cocktails en gt’s, de bediening heeft het over shared dining en de muziek staat hard. Ook al voelen wij ons piepjong, we zijn ontegenzeglijk de oudste gasten en vragen of de muziek zachter kan. Ons verzoek wordt meteen ingewilligd, dat is nog eens fijn, nu kunnen we elkaar verstaan. We willen veel proeven en leggen dus het advies om twee gerechten per persoon te bestellen naast ons neer – dit wordt een lange avond heet eten.

Na wat lekkere emping belinjo (kroepoek van kemirienoten, 3,-), een smakelijk Indonesisch Bintang biertje (4,-) en een goed glas Verdejo (4,50) komt een parade aan herkenbare gerechten voorbij: lumpia bebek (loempia’s gevuld met eend met hoisinsaus, 8,-), satay kambing (saté geit of lam, 9,50), udang blado (garnaal in pittige tomatensaus, 10,-), daging rendang (gestoofd rundvlees, 11,-), gado-gado (8,50), nasi kuning (gele rijst, 4,50), bami goring (gebakken noedels, 4,50), spekkoek (4,50) en dadar gulung (pannenkoekjes met suiker en kokos, 4,50).

De porties, bedoeld om te delen, worden in modern aardewerk opgediend, alles is piekfijn verzorgd en ziet er wonderschoon uit. De loempia’s zijn fijn, zowel in afmeting als vulling, en smaken heerlijk. Ook de eend is sappig gebleven en de hoisinsaus geeft een extra shot smaak mee. De satay kambing is niet van geit maar van lam („Als de slager geen geit heeft, wordt het lam”) en is nog wat rosé, mooi mals en goed pittig. Het vlees dat Amoi serveert is trouwens niet per se halal, maar varkensvlees komt hier niet op tafel.

Dan komt de daging rendang, de ultieme testcase, en helaas is die niet helemaal naar wens. De smaak is uitstekend, maar het vlees is niet mals genoeg, we denken dat het te kort gestoofd heeft. Ook bij de garnalen voelen we wat teleurstelling: de schaaldieren zelf zijn prima en goed pittig, maar de tomaten zijn te grof gesneden en het gerecht is te gemakkelijk in elkaar gezet. De gado-gado kan ons wél bekoren. De taugé met boontjes en gekookt ei worden vaak koud opgediend en warm gemaakt door de hete pindasaus erover, maar gelukkig dienen ze bij Amoi het gerecht in z’n geheel warm op, fijn!

Dan is het tijd voor de toetjes: knalgroene flensjes met suiker en kokos, heerlijk en troostend, en spekkoek. Dat laatste is een arbeidsintensief gerecht; de koek moet laagje voor laagje worden opgebouwd. De Indonesische tante van Amoi maakte er een van dikke lagen met veel vanillesmaak en slechts in de verte die typische koekkruidensmaak – dit kan beter.

Er zijn zeker wel wat aandachtspunten voor Amoi: het eetcafé gedraagt zich begin van de avond te veel als een bar, terwijl de gasten dan vooral komen om te eten en te praten; en een paar gerechten zijn niet mooi in balans. Maar al met al bevalt deze moderne variant op een Indonesisch eethuisje ons prima. We komen zeker terug.