De Syriërs uit Aleppo worden geëvacueerd naar een Al-Qaeda-bolwerk

Syrië Met het vertrek uit Aleppo is het lijden van de burgers uit die stad nog niet voorbij. Het leven in Idlib, waar ze heen gaan, is zwaar.

Syriërs maken een sneeuwpop in Binnish, een voorstadje van Idlib. De hevige sneeuwval in Syrië vertraagde de evacuatie van Oost-Aleppo. Donderdagavond kon deze alsnog worden afgerond. Foto OMAR HAJ KADOUR

Donderdagavond is de allerlaatste bus met strijders en burgers uit Oost-Aleppo vertrokken. Volgens de Syrische staatstelevisie is de evacuatie daarmee afgerond en is Aleppo nu „helemaal vrij van terroristen”.

Eerder op de dag waren vierduizend strijders met behoud van hun lichte wapens in een konvooi van privévoertuigen vertrokken uit de laatste wijken van Aleppo die nog niet door het regeringsleger waren ingenomen.

Zware sneeuwval bemoeilijkte de gehele dag de operatie, en het is onduidelijk hoeveel mensen in Oost-Aleppo zijn achtergebleven. In totaal zijn circa 34.000 mensen geëvacueerd, zegt Krista Armstrong van het Rode Kruis, dat de evacuatie begeleidt.

De evacuatie is het resultaat van een door Rusland en Turkije uitonderhandeld akkoord. In het verleden konden rebellen al vaker met behoud van hun wapens vertrekken uit belegerde steden. Anders zouden zij ervoor kiezen om zich te blijven verzetten.

De evacués zijn niet het totaal van de burgerbevolking in Oost-Aleppo. Eerder waren al tienduizenden mensen voor de gevechten gevlucht naar regeringsgebied of naar de Koerdische enclave van Sheikh Maqsood.

Het Russische Centrum voor Verzoening van de Strijdende Partijen in Syrië zei op 12 december dat meer dan 100.000 burgers, onder wie 40.000 kinderen, naar regeringsgebied waren gevlucht. Dat suggereert dat er in Oost-Aleppo zo’n 150.000 mensen woonden toen het offensief begon, veel minder dan de 250.000 waarvan lang werd uitgegaan.

Andere evacuatie ging bijna mis

Waar al die mensen naartoe gaan is onduidelijk, zegt Rode Kruis-coördinator Armstrong. „We hebben ook geen zicht op de aantallen. Een deel wordt opgevangen in kampen maar anderen gaan bij familie logeren of ze trekken naar andere gebieden in Syrië.”

De evacuatie liep vertraging op doordat door Iran gesteunde shi’itische milities zich verzetten tegen het vertrek van de sunnitische strijders. Zij eisten dat tegelijk gewonde burgers in Fu’ah en Kefraya zouden worden geëvacueerd. Dat zijn overwegend shi’itsche stadjes in de provincie Idlib die sinds maart 2015 worden belegerd door extremistische rebellen, waaronder Fatah al-Sham, voorheen het Al-Qaeda-filiaal Jabhat al-Nusra.

Dit soort deals zijn gebruikelijk in Syrië. In september konden gewonde strijders en hun families uit Fu’ah en Kefraya vertrekken in ruil voor de evacuatie van sunnitische strijders en hun families in Zabadani.

Foto Mohamed al-Bakour/AFP
Foto Mohamed al-Bakour/AFP
Foto Mohamed al-Bakour/AFP
Syriërs lopen door de besneeuwde straten in Maaret al-Numan, in de Noordelijke provincie Idlib.
Foto Mohamed al-Bakour/AFP

Maar het liep deze week bijna mis toen Al-Qaeda-strijders bussen die naar Fu’ah en Kefraya waren gestuurd in brand staken. Inmiddels is ook die evacuatie opnieuw op gang gekomen. „De evacuatie is nog volop bezig maar het lijkt erop dat zo’n 1.500 mensen uit Fu’ah en Kefraya kunnen vertrekken. Zij worden in eerste instantie opgevangen in Aleppo”, zegt Armstrong.

Onder een repressiever regime

Met het vertrek uit Aleppo is het lijden van de burgerbevolking nog niet voorbij. Behalve de miljoenen Syrische vluchtelingen in het buitenland zijn binnen Syrië 6,5 miljoen mensen ontheemd. Alleen al de provincie Idlib, waar veel burgers uit Aleppo gaan belanden, telt 700.000 ontheemden. Vaak gaat het om evacués uit oppositiegebied in deals vergelijkbaar met de evacuatie van Aleppo.

Dat maakt het leven in Idlib, zeker in de hoofdstad, erg moeilijk. Persbureau AFP citeerde Abu Yazan al-Ramah, een rebel die in april uit Zabadani naar Idlib kwam. „Alles is duur. Veel basisbehoeften zijn óf niet te krijgen óf onbetaalbaar.”

De burgers uit Oost-Aleppo komen in Idlib ook in een veel repressievere omgeving terecht. In Oost-Aleppo was Fatah al-Sham slechts een van de vele gewapende groepen. In Idlib is Al-Qaeda aan de macht, samen met het eveneens extreme Ahrar al-Sham.

Vooral de media-activisten die heel actief waren in Aleppo gaan het in Idlib moeilijk krijgen. In Aleppo, zeggen Syrische activisten in een recent rapport van Amnesty International, werd vrijheid van meningsuiting getolereerd zolang er niet openlijk kritiek werd geuit op de gewapende groepen. In Idlib is dat niet het geval.

Foto Ghaith Omran/AFP
Foto Mohamed al-Bakour/AFP
De besneeuwde straten van Maaret al-Numan. Kinderen maken een sneeuwpop.
Foto Ghaith Omran/AFP

Toen burgers in Idlib in maart van een staakt-het-vuren profiteerden om tegen Assad te betogen greep Al-Qaeda hardhandig in. De extremisten pikten het niet dat de betogers met de vlag van de oppositie zwaaiden in plaats van met islamitische vlaggen.

Het Amnesty-rapport documenteert tal van ontvoeringen, zoals die van media-activist Fayez Daghim. Hij werd in maart opgepakt door Ahrar al-Sham nadat hij op Facebook kritiek had geuit op de corruptie met humanitaire hulp door de gewapende groepen. Hij is nog steeds vermist.

Issa, een 24-jarige activist, vertelde tegen Amnesty: „Onze levens worden geheel gecontroleerd door Jabhat al-Nusra en andere gewapende groepen. Zij beslissen wat wij wel of niet mogen zeggen. Wie kritiek heeft op hun beleid verdwijnt.”