Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

De eenzaamheid van de schrijver

Uit onbehagen over een collega-auteur uit dezelfde stal nam schrijver Jessica Durlacher het moeilijke besluit over te stappen naar een andere uitgeverij.

‘Ik vlieg vandaag voor vijf dagen naar Tel Aviv om mijn dochter te helpen verhuizen – zullen we elkaar spreken als ik terug ben? Laat maar weten, het zijn roerige tijden”, mailt Jessica Durlacher eind deze zomer. Kinderen die op kamers gaan in een stad enkele kilometers verderop is voor sommige ouders al lastig genoeg, maar wanneer twee kinderen van je in Tel Aviv gaan studeren is dat toch andere koek. Beiden zullen daar in ieder geval de komende drie jaar blijven: haar zoon Moos is er een studie begonnen waarin terreurbestrijding centraal staat, haar dochter Solomonica doet er liberal arts, beiden zitten op Engelstalige universiteiten.

Haar dochter is twee jaar geleden gedebuteerd met de roman Achter de regenboog, en wil zich nu verder ontwikkelen als schrijver. Bijna wekelijks krijgt haar moeder per mail passages van haar nieuwe roman binnen. „Ze schrijft heel snel en stuurt me soms pagina’s tekst op, schitterend en fantasy-achtig”, vertelt Jessica Durlacher wanneer we elkaar na die week ook daadwerkelijk treffen.

Het jaar 2016 was voor Durlacher niet alleen roerig, maar ook zoals ze het zelf noemt een ‘transitiejaar’. De film De held was de opening van de Nederlandse filmdagen. Ze was betrokken geweest bij de bewerking van haar roman De held tot script en ze was vaak aanwezig op de set. Daarnaast was er de verschijning van het boek Pleidooi voor radicalisering van publicist en activist Dyab Abou Jahjah bij De Bezige Bij, waardoor Durlacher besloot haar volgende roman niet meer bij De Bezige Bij onder te brengen, maar bij uitgeverij Hollands Diep.

De film kreeg in deze krant een negatieve recensie van Coen van Zwol. „Het wereldbeeld van Durlacher, ergens tussen Netanyahu en Wilders in, zal niet iedereen charmeren”, schreef hij onder meer.

Durlacher: „Het verbaasde me en deed me pijn dat mij een wereldbeeld in de schoenen werd geschoven dat ik helemaal niet heb. Ik kan het mis hebben, maar het leek er op alsof die recensent Leon [de Winter, haar echtgenoot] graag een sneer wilde geven. Maar Leon schrijft columns, ik niet. Leon is daarin volledig soeverein en eigen, en we verschillen over de meeste dingen vaak flink van mening. Dat kan toch, ook als je met elkaar getrouwd bent? Een huwelijk betekent toch niet dat je samen één stem hebt? Wat een krankzinnig patriarchale gedachte. Zo stom om ineens een politieke kleur opgeschilderd te krijgen – als je notabene alleen een mooi verhaal wilt vertellen.”

Ook het politieke karakter van de bespreking heeft Durlacher verbaasd, zegt ze. „Het verhaal van De held gaat over wraak… wraak op de geschiedenis van een vervolgde Joodse familie, wraak op onrecht dat de familie blijft achtervolgen. Het is een uitgewerkte fantasie. Maar Joodse wraak op een antisemiet – dat is niet zo’n populair thema, bleek uit die bespreking. Het is kennelijk vertrouwder en fijner als Joden zich als slachtoffers gedragen. Die slechte bespreking was des te vreemder, omdat de reacties op het boek indertijd unaniem positief waren. Zou dat komen omdat het vijf jaar later is, en de tijden veranderd zijn, of omdat er voor een film kennelijk andere regels gelden?”

Het woord ‘onveilig’

In het voorjaar werd bekend dat De Bezige Bij het pamflet van Abou Jahjah zou gaan uitgeven. Op Facebook werden foto’s verspreid waarop met champagne werd geproost op de contracten die Abou Jahjah met de uitgeverij had getekend. Theodor Holman vroeg zich in zijn column in Het Parool af of ze bij De Bezige Bij gek waren geworden. „De bijenkoningin eet haar kinderen op”, schreef hij. Het was de aanleiding voor protest van onder anderen Durlacher. Evenals Leon de Winter en bijvoorbeeld Marcel Möring sprak ze erover met de uitgeverij. En vroeg om een extra ledenvergadering die er eind mei ook kwam.

‘De bijenkoningin eet haar kinderen op’ werd ook de kop van het artikel in De Groene Amsterdammer waarin auteurs als Möring en Durlacher hun bezwaren uitten. „Uitgerekend deze uitgeverij, geworteld in het verzet tegen de nazi’s, gaat in zee met iemand die openlijk antizionistisch is en – minder grijpbaar – antisemitisch”, schreef Margreet Fogteloo in het weekblad. Durlacher merkte in het stuk op: „Iemand die het woord zionisten gebruikt voor Joden en zichzelf een fanatiek antizionist noemt, tja, hoe noem je zo iemand? Kennelijk is het sociaal aanvaardbaar geworden om je zo uit te laten in intellectuele kringen. Dat voelt erg onveilig, moet ik zeggen.”

Het woord ‘onveilig’ zou haar dit hele jaar blijven achtervolgen. Op 13 april verscheen in NRC het artikel ‘Rel bij Bezige Bij rond boek van Abou Jahjah’ van ondergetekende, waarin stond: ‘Durlacher is nog in gesprek met De Bezige Bij, en wil dat gesprek niet via de media voeren. Voor haar is onduidelijk waar Abou Jahjah voor staat in het debat. Ze herhaalt haar uitlatingen in De Groene Amsterdammer waarin ze zei: „Iemand die het woord zionisten gebruikt voor Joden en zichzelf een fanatiek antizionist noemt, tja, hoe noem je zo iemand.” Telefonisch vult ze aan dat „een stem als die van Abou Jahjah binnen de uitgeverij me een onveilig gevoel geeft”.’

Durlacher: „Het is in NRC nogal out of context geciteerd, alsof ik me bang zou voelen met die man in de buurt, waanzin… Het ging me erom dat de uitgeverij waar ik me altijd gewaardeerd en op mijn gemak had gevoeld duidelijk geen begrip had voor het onbehagen dat ik met mijn Joodse achtergrond (Durlachers vader overleefde Auschwitz, red.) voelde bij de keuze om iemand vol egards boekcontracten te geven wiens virulent antizionisme tijdens openbare gelegenheden het onder islamitische jongeren populaire antisemitisme aanwakkert. Iemand die ook de antisemitische uitlatingen van rapper Appa publiekelijk toejuicht. En die bovendien unverfroren de Holocaust probeert te relativeren. Als je vader als jongen drie jaar lang is gemarteld en je grootouders op gruwelijke wijze zijn vermoord, is dat pijnlijk.”

Het woord ‘onveiligheid’ werd breed opgepikt en Abou Jahjah legde ondertussen in verschillende kranten uit dat hij juíst bij een voormalige verzetsuitgeverij hoort, en dat iemand die de bezetting van Palestina steunt daar niet hoort. Kort daarop volgde de aankondiging van het vertrek van Durlacher en ook van Tommy Wieringa, die aangaf door de keuze van zijn uitgever voor deze auteur zijn volgende boek ergens anders uit te willen geven.

„Dat ik me met één woord, één uitspraak, zoveel reacties op de hals zou halen, vind ik nog steeds ongelooflijk”, zegt Durlacher. „Men deed alsof ik iemand de mond wilde snoeren, wat totale waanzin is. Iedereen mag schrijven wat hij/zij wil. De onveiligheid zat er voor mij in dat mijn eigen mensen mijn ongemak bij een keuze voor iemand die ik oprecht niet vertrouwde, niet bleken na te voelen. Dat zorgde voor vervreemding. Misschien dat ik dat woord beter had kunnen kiezen, achteraf, dan waren de reacties misschien minder fel geweest.”

Twee gehaakte pistooltjes

Alle kritiek maakte Durlacher eenzaam dit jaar. Nico Dijkshoorn schreef een column waarin hij haar wegzette als de bloemschikkende vrouw van Leon de Winter, een ander meende dat er sprake was van winst voor De Bezige Bij wanneer ze verlost zouden zijn van het schrijversechtpaar uit Bloemendaal. Aan Dijkshoorn stuurde Durlacher als antwoord een tweet met de cover van haar roman De held: twee gehaakte pistooltjes. „Gelukkig kan ik behalve bloemschikken ook heel goed haken”, typte ze erbij.

„Een gevoel van verlatenheid en deceptie heeft dit jaar overheerst, ja. Het heeft me ook afgehouden van mijn werk. En ik heb geleerd dat mensen van wie je vermoedt dat ze je steunen, zich niet durven uit te spreken. Sommige mensen met wie ik een goede band had zijn verder van me af komen te staan. Ik heb ook het idee dat ‘links’ nu waarden loslaat waarvan we vroeger dachten dat die bevochten waren, en heilig. En dan doel ik op bijvoorbeeld vrouwenrechten. De angst om stellig te zijn overheerst. Bij de discussie rondom Abou Jahjah merkte je dat ook: veel mensen zijn omzichtig in hun stellingname.”

Wanneer half november het pamflet daadwerkelijk verschijnt, wordt het matig ontvangen en in recensies als tamelijk onleesbaar weggezet (‘neomarxistische agitprop’, oordeelde de dienstdoende recensent in deze krant). In enkele interviews doet Abou Jahjah nog wel felle uitspraken en herhaalt hij nogmaals dat hij bij een verzetsuitgeverij helemaal op zijn plek is, maar verder blijft het tamelijk stil. „’t Is nu wel duidelijk wie dit is, toch?”, sms’t Durlacher. Op de dag van verschijning maakt haar echtgenoot bekend dat ook hij De Bezige Bij verruilt voor uitgeverij Hollands Diep – een beslissing die hij al veel eerder had genomen maar op die dag naar buiten wilde brengen.

Lezers met hun zwakke magen

Een week later houdt Jessica Durlacher een verhaal bij de Campert Stichting, tijdens een middag die in het teken staat van ‘De literaire getuige. Schrijven als getuigenis van een kampervaring’. Naast Judith Herzberg en Marcel Möring vertelt Durlacher een verhaal dat over haar vader gaat. Net als in de film De held, is dit deels een verhaal over zwijgen en schaamte, over hoe haar vader zijn verhaal niet kon vertellen tot hij van zijn psychiater de aanmoediging kreeg zijn verhalen op papier te zetten. Er kwam een kant naar voren bij haar vader die ze niet kende. Hij creëerde literatuur die enorme indruk maakte. „Als we het hebben over literatuur over de oorlog moet je denk ik vooral op zoek naar de ruimte tussen enerzijds de hartstocht van schrijvers, de getuigen van ongelooflijke en afzichtelijke situaties die hun verhaal wilden en willen doen omdat ze anders uiteen zouden barsten, en anderzijds de lezers met hun zwakke magen en hun keuzevrijheid in wat ze voor het slapengaan tot zich kunnen en willen nemen. Tussen die twee polen zit wat mij betreft de kern van wat we hier vandaag overdenken. De brug tussen schrijver en lezer, hoe ziet die eruit? Is dat de literatuur? Is dat stijl en vorm? Als verbeeldingskracht, stijl en vorm de dingen zijn die we onder literatuur verstaan is literatuur volgens mij inderdaad het enig mogelijke smeermiddel – bij die eenzame hofmakerij van een schrijver die zijn lezers in het kwaad wil inwijden.”

Een ander persoonlijk verhaal over de waarde van schrijven had ze een maand eerder gehouden tijdens de Frankfurter Buchmesse, waar Nederland en Vlaanderen eregast waren. In verband met de verschijning van de Duitse vertaling van Joost Zwagermans Het Duel vertelt ze over de vriendschap, de verwijdering die ze enkele jaren hadden gehad na een ruzie en het wederopbloeien van die vriendschap na haar terugkeer uit de Verenigde Staten een paar jaar geleden, waar ze in 2008 was gaan wonen. „Hij keert vaak terug in mijn dromen, jong en levendig. Wat zou hij de vertalingen naar het Duits prachtig hebben gevonden. Een versie van mijzelf is met Joost verdwenen”, laat ze haar toehoorders weten. Na afloop van het verhaal loopt er een oudere man op haar af. Alle boeken die van Durlacher in het Duits zijn vertaald en enkele Nederlandse, heeft hij meegenomen. Of ze die kan signeren, met als klap op de vuurpijl een grote glamourfoto van Durlacher. Een welkom warm onthaal, zonder discussie of vragen.

Aan het eind van 2016 zijn haar kinderen naar Tel Aviv vertrokken, de eerste plannen voor een nieuwe roman op papier gezet, zijn herdenkingen rond het overlijden van Joost Zwagerman achter de rug en is het gewraakte pamflet verschenen.

Voor mij is de houding van de uitgeverij van wezenlijk belang

Over dat laatste merkt ze nu op: is dit „leeggelopen ballonnetje” het waard geweest voor De Bezige Bij? Voor de uitgeverij kan ze die vraag niet beantwoorden, maar wel voor zichzelf: „Toch wel. Voor mij is de houding van de uitgeverij van wezenlijk belang. Het zijn de mensen aan wie ik het intiemste wat er is als eerste laat zien: mijn schrijfwerk. Mijn vrienden op de uitgeverij beschouw ik nog steeds als mijn vrienden, maar ik voel me op de uitgeverij zelf niet meer helemaal op mijn gemak. En… eenmaal in de trein van de openbaarheid beland, wordt rekkelijkheid je haast onmogelijk gemaakt. De weg terug ziet eruit als zo’n strook stalen tanden die ze soms op parkeerplaatsen uit het asfalt laten komen. Een no go… Waar ik me voor 2017 op verheug is het schrijven van een nieuw boek, iets nieuws maken, dat is uiteindelijk toch waar alles om gaat.”