Interview

‘Bij toezicht is er altijd een risico. Wij nemen onszelf de maat’

Merel van Vroonhoven , voorzitter AFM

De AFM kreeg het afgelopen jaar veel kritiek. „Ik vind het belangrijk om ook met de risico’s van de toekomst bezig te zijn.”

Merel van Vroonhoven: „Je moet niet al je capaciteit inzetten om de problemen van het verleden op te lossen. Onze middelen zijn beperkt.” Foto Roger Cremers

Het was een bewogen jaar voor Merel van Vroonhoven, voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De toezichthouder voert onder haar leiding aanpassingen door om in de snel veranderende financiële wereld goed toezicht te kunnen blijven houden.

Buitenlandse partijen bieden steeds vaker en gemakkelijker, via internet, producten aan. Er zijn ook meer technologiebedrijven die financiële producten verkopen. Dat vraagt om een andere toezichtsaanpak, waarbij er bijvoorbeeld geavanceerde computersystemen worden ingezet om op internet te speuren naar kwaadwillende kredietverstrekkers. Ook is de AFM bezig om zijn werknemersbestand te wijzigen. Er zijn meer data-analisten en gedragspecialisten nodig, naast de ‘traditionele’ juristen en economen.

Tegelijkertijd kwam de AFM in opspraak vanwege falend toezicht op complexe financiële producten die banken verkochten aan mkb’ers, zogeheten rentederivaten. Er volgde een door de AFM ingesteld extern onderzoek met vernietigende kritiek: de AFM was op vrijwel alle fronten tekortgeschoten. Er waren te weinig mensen op het dossier gezet, die soms niet genoeg wisten van de materie.

En er was meer kritiek. Vorige week kwam een onafhankelijke commissie die onderzoek deed naar het omstreden toetsingenbeleid van de AFM en de andere financieel toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), met haar eindrapport. De AFM en DNB ‘screenen’ topbestuurders sinds 2012 op hun geschiktheid. Wie niet geschikt is, mag niet aan de slag. Er is kritiek in de financiële sector op dat beleid, onder andere omdat de toezichthouders regelgever, aanklager en rechter tegelijk zouden zijn. De commissie oordeelde onder meer dat de AFM en DNB een ‘externe adviseur’ moeten betrekken bij het proces om de zorgvuldigheid van de toetsingen beter te borgen.

Waarom denkt u dat de AFM nog geloofwaardig is ondanks het ernstige tekortschieten in de rentederivatenzaak?

„Primair is het de verantwoordelijkheid van banken om klanten passende producten te verkopen. Maar de AFM heeft onvoldoende streng en consistent toezicht gehouden. Wij hebben onderzoek laten doen naar wat er bij ons is misgegaan. We hebben daarna verbeteringen doorgevoerd, zodat het niet nog eens gebeurt.”

Als zoiets bij een bank was gebeurd met een toonaangevend, publicitair gevoelig onderwerp, dan zie je na een affaire nog weleens een bestuurder opstappen, soms onder druk van de toezichthouder.

„Ik kan daar niet over speculeren. Ik kan alleen zeggen dat ik het belangrijk vind om verantwoordelijkheid te nemen. Lessen trekken en zorgen dat het niet nog eens gebeurt. Dat hebben we gedaan.”

In de financiële sector klinkt kritiek dat de toezichthouder met twee maten meet.

„Ik heb die kritiek niet gehoord. Maar ik denk dat je elke casus op zichzelf moet beoordelen. Dat gebeurt ook bij financiële instellingen.”

Dan was er nog de kritiek op het toetsingenbeleid. Maakt de toezichthouder de macht die zij heeft wel waar?

„Ook dit onderzoek is onderdeel van onze strategie om onszelf regelmatig te toetsen. Bij toezicht is er altijd een risico: wie houdt toezicht op de toezichthouder? We nemen onszelf de maat. Ik zie de conclusies vooral als bevestiging dat het toetsingsinstrument heel goed is, maar nog beter kan.”

In een toespraak voor bestuurskundigen in de Eerste Kamer zei u dat de toezichthouder niet moet meebewegen met politieke belangen voor de korte termijn. Ervaart u politiek druk om bepaalde onderwerpen aan te pakken die u zelf misschien minder prioriteit zou geven?

„Dat is nu niet zo aan de orde, maar dat risico is er altijd. De politiek handelt in het belang van de maatschappij, maar soms ook in het wat meer kortetermijnbelang van de maatschappij. Ik vind het heel belangrijk om ook met de risico’s van de toekomst bezig te zijn. Je moet niet al je capaciteit inzetten om de problemen van het verleden op te lossen. Onze middelen zijn beperkt.”

Wat vindt u van de ‘bemoeienis’ van de minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem , met de sector en de toezichthouder? Hij stelt zich erg assertief op.

„Deze minister staat voor een eerlijke en transparante financiële sector. Dat hij bevlogen is voor de goede zaak is alleen maar goed. Wij kunnen onze rol onafhankelijk vervullen.”

U noemde in uw toespraak een schokkend voorbeeld van wat er op consumenten afkomt in die snel veranderende financiële wereld. U heeft het over een bedrijf uit Israël dat zeer riskante producten, binaire opties, in Europa verkoopt via een vergunning van de Cypriotische toezichthouder. Hoe groot is de dreiging voor consumenten?

„Als er meer aanbieders komen, bijvoorbeeld uit het buitenland, heeft de consument meer keus. Dankzij technologische vernieuwingen kunnen producten ook goedkoper worden. Maar het wordt consumenten heel gemakkelijk gemaakt ergens een vinkje te zetten dat ze de voorwaarden hebben gelezen. Partijen nemen niet altijd de verantwoordelijkheid om te kijken of hun producten wel bij de klant passen. Dat soort dingen vormt een grote bedreiging.

„Er is een riskant samenspel met de extreem lage rente. Op spaarrekeningen behalen consumenten weinig rendement. De verleiding om te zoeken naar alternatieve beleggingen is dus groot. Internationale samenwerking is daarom ontzettend belangrijk. Er moeten uniforme regels in Europa zijn en die moeten overal op dezelfde wijze worden toegepast. Dat gebeurt nu niet overal. Om in eigen land beleggende consumenten goed te kunnen beschermen, moet je over de grenzen kijken.”

U wijst op het naderende vertrek van de Britten uit de EU. Opkomend nationalisme is olie op het vuur in de snel veranderende financiële wereld?

„Als een van de belangrijkste toezichthouders op de kapitaalmarkten in Europa straks geen deel meer uitmaakt van Europa vind ik dat echt zonde. Het is van groot belang dat uniforme regels en uniforme uitvoering topprioriteit blijven. Als politici hun landen isoleren kunnen toezichthouders zich wel concentreren op hun eigen land, maar dat is geen oplossing voor een steeds internationaler productaanbod.”

Overal in Europa is het nationalisme in opkomst. Er komen in veel landen verkiezingen aan, ook in Nederland.

„Ik denk dat het belangrijk is voor ons allemaal om heel helder te maken wat de toegevoegde waarde is van Europese samenwerking voor Nederlandse burgers. Niet alleen risico’s gaan over grenzen heen, maar ook kansen trouwens. Samenwerking is nodig, met of zonder politieke steun. Maar politieke steun maakt het natuurlijk wel gemakkelijker.”

De AFM investeert fors in specialisten op het gebied van data-analyse en menselijk gedrag. Is het moeilijk om als semi-overheidsinstelling dat soort specialistisch personeel aan te trekken?

„Die mensen zijn schaars. Hoewel wij niet de hoofdprijs betalen, kunnen wij gelukkig nog steeds mensen vinden die bij ons willen werken. Zij willen graag bijdragen aan eerlijke en transparante financiële markten.”

Zou u meer beloningsruimte willen?

„Wij vinden het vooral belangrijk dat we de ruimte die we nu hebben houden. Wij kijken goed naar het maatschappelijke sentiment, maar je moet wel aantrekkelijk blijven en de arbeidsmarkt trekt aan.”

Vreest u dat er voor dit soort personeel straks ook beloningsplafonds worden ingevoerd door de politiek?

„Wij willen graag onze autonomie houden en dat kunnen we op dit moment goed doen. In de snel veranderende financiële wereld is dat des te belangrijker.”