Recensie

Bette Westera dicht Arme Rijk telkens naar bekend terrein toe

Vanaf vandaag bespreekt NRC elke week op de site een kinderboek. Vandaag trappen we af met het nieuwe boek van de winnaars van de Gouden Griffel 2015.

In de kinderpoëzie van Bette Westera is de tegeltjeswijsheid nooit ver weg. Haar ritmische kinderverzen schieten vaak raak, recht in de roos, en dat is soms zó raak dat het al te gemakkelijk voelt, als het intrappen van een open deur. Niet iedereen vindt dat erg: Westera is de laatste jaren een van de toonaangevende kinderdichters en haar doodsverzenbundel Doodgewoon won in 2015 de belangrijkste kinderboekenprijzen. Al was niet elk versje even poëtisch, ráák was het ontegenzeggelijk.

Arme Rijk maakt juist allerlei omwegen. Opnieuw is het een boek van het duo Westera en illustrator Sylvia Weve, die hun succespartnerschap vestigden met Aan de kant, ik ben je oma niet! (2012), een guitige en verfrissende ode aan de oudjes. Arme Rijk is geen dichtbundel maar een prentenboek, een verhaal in verzen met grote platen, van Weves kenmerkende gelaagde computeraquarellen in gedekte tinten.

Geestverruimende tekst

Omdat zijn moeder op sterven ligt en hij groot begint te worden, gaat de jonge Rijk de wereld in: ‘Hij was al hoger dan het gras / en dan het graan. Hij moest alleen nog worden wie hij was.’ Met een knapzak, een appel en een ei vertrekt hij, en begint aan een odyssee waar hij verzeild raakt in de ene omzwerving na de andere. Het is een geestverruimende tekst, bijvoorbeeld doordat de knapzak magische krachten heeft: stenen veranderen in goudstukken en terug, een lappenpop wordt een verloren prinsesje. Maar ook doordat Westera speelt met dubbelzinnig- en letterlijkheid (zie ook de titel) én met literair-mythische verwijzingen: ‘Stap in, ik vaar je over voor een appel en een ei’, zegt een veerman, waarna Rijk aan de dood moet denken.

(Bekijk hier enkele illustraties, de tekst gaat eronder verder.)

Zo schiet het verhaal alle kanten uit. Alleen al in het rijmschema, dat nu eens gekruist, dan weer gepaard rijmt en steeds ritmisch ingewikkeld is – een voorlezer mag wel flink oefenen, zoals blijkt uit de zielloze en stuitend aritmische voorlezing op de meegeleverde cd. Voor cadanskoningin Westera is die variatie opmerkelijk – misschien wilde ze haar zinnen met Rijk mee laten zwerven. Maar de tekst lijdt eronder: de zinnen schommelen, het verhaal rammelt.

Vertrouwd terrein

Westera lijkt ook niet helemaal op de grilligheid te vertrouwen, want plots zet ze juist weer heldere richtingaanwijzers neer: ‘Word snel wie je bent, maar geen haast, want je bent het allang’, zegt een wijze barones. Of: ‘Als ik bekende wegen neem, kom ik mezelf niet tegen, dacht Rijk, en dat moet wel als ik wil worden die ik ben.’ Dat is weliswaar een typische Westera-versie van een tegeltjeswijsheid, maar de boodschap blijft een waarheid als een koe. Dat geldt ook voor de lessen die Rijk tijdens zijn omzwervingen leert – dat rijkdom handig kan zijn, of juist een last, dat eenvoud niet armoedig is.

Dat is uiteindelijk het teleurstellende aan Arme Rijk: de spannende, grillige omwegen leiden naar al te vertrouwd terrein – en zelfs dat gebeurt letterlijk. Ouder geworden keert Rijk terug bij zijn moedertje, die dan haar laatste adem uitblaast, en vervolgens blijft Rijk in haar huisje wonen, terug bij af. ‘Dat was het dan, dacht Rijk. Een mooi besluit / van wat je noemt een rijk, eenvoudig leven.’ Oftewel: oost west, thuis best.