Wet normering topinkomens goed nageleefd

In slechts zeventien gevallen werd een overtreding vastgesteld.

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) tijdens een eerder debat over het aan banden leggen van topinkomens in de (semi)publieke sector. Foto Lex van Lieshout / ANP

De Wet normering topinkomens (WNT) is de afgelopen jaren goed nageleefd, zo meldt het ministerie van Binnenlandse Zaken maandag. Het aantal te hoge vergoedingen in de (semi)publieke sector is afgenomen. In zeventien gevallen werden overtredingen vastgesteld, die door toezichthouders worden onderzocht.

In totaal ontving het ministerie de informatie over vergoedingen van 37.000 functionarissen van bijna 5.900 instellingen. Zij mogen niet meer verdienen dan een ministerssalaris: nu nog 179.000 euro, in 2017 verhoogd naar 181.000 euro.

Overgangsrecht

Toch ontvingen 1.224 leidinggevende topfunctionarissen en 109 toezichthoudende functionarissen een totale vergoeding die hoger was dan de vastgestelde norm. Dit heeft te maken met het zogeheten overgangsrecht, waardoor het inkomen pas vanaf 2017 tot maximaal een ministerssalaris wordt teruggebracht. Van echte misstanden was nauwelijks sprake, op de zeventien geconstateerde gevallen na.

Het ministerie verwacht dan ook de dalende trend zich ook in 2017 zal doorzetten. Volgens het overgangsrecht moeten dan de eerste zittende bestuurders ook terug in hun salaris. Ook werkt het ministerie aan een verbetering van de werking van de wet, schrijft minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) in de WNT-jaarraportage 2015 die vandaag naar de Kamer werd gestuurd.

De WNT ging op 1 januari 2013 in werking en werd in de twee daaropvolgende jaren aangepast en uitgebreid. De komende jaren zal het ministerie proberen de administratieve lasten van toezichthouders te verlagen. Ook worden mogelijkheden om naleving van de wet te ontwijken aangepakt.