Stak Peter Cushing als eerste ‘uncanny valley’ over?

Is Peter Cushing de eerste digitale zombie die ‘uncanny valley’ oversteekt? Zijn rol in Rogue One: A Star Wars Story is het gesprek van de week in de filmpers. Als Grand Moff Tarkin ging Cushing in 1977 met zijn Death Star ten onder in de eerste Star Wars-film. In ‘prequel’ Rogue One heeft hij veel meer tekst: niet Darth Vader, maar de Grand Moff is de hoofdschurk, de eindbaas.

Alleen: Peter Cushing overleed al in 1994. Hij wordt gespeeld door de 56-jarige Britse acteur Guy Henry; trucagehuis ILM bewerkte hem digitaal tot Cushing. Het oogde echt genoeg om deze Henry-Cushing als eerste dode – of halfdode? – acteur een dragende rol toe te vertrouwen.

Dat werd tijd. Na doorbraakfilm Jurassic Park in 1993, waarin digitale dinosauriërs het scherm deelden met echte mensen, leek de digitale acteur een kwestie van vijf jaar. Al snel danste een digitale Fred Astaire in een stofzuigercommercial, maar de digitale acteur sloop via babystapjes de film binnen. Via het motion capture-pak, Gollum, de digitale Tom Hanks in The Polar Express (2004), de blauwe reuzen van Avatar (2009).

Technische problemen als ‘dode ogen’ – pupillen die niet reageren op licht – werden overwonnen, toch oogde in 2015 een jonge versie van Arnold Schwarzenegger in Terminator: Genisys nog altijd alsof hij uit huishoudzeep was geboetseerd. Lang niet zo overtuigend als Grand Moff Tarkin in Rogue One althans, een grote sprong voorwaarts in digitale trucage. Al wil studio ILM het pas in januari over de techniek hebben: het moet de film Rogue One niet overschaduwen.

En ‘uncanny valley’? Dat is een term uit 1970, toen de Japanse professor Masahiro Mori de hypothese lanceerde dat de mens toenemende sympathie koestert voor een robot naarmate die menselijker oogt. Tot het punt waarop hij bijna menselijk is, maar net niet: dan voelen proefpersonen juist afkeer en walging. Als de robot helemaal identiek aan een mens wordt, groeit de sympathie weer.

‘Uncanny Valley’ is die dip in onze empathiecurve. Naar film vertaald: plastic ogende digitale acteurs wekken onbehagen en vervreemden ons zo van de film. Wat niet zo is bij Peter Cushing in Rogue One: na een kort moment van verbazing accepteer je hem. De Grand Moff overtuigt meer dan de 19-jarige prinses Leia Organa, die ook een cameo heeft – niet ‘belichaamd’ door de nu 60-jarige Carrie Fisher, maar door de Noorse actrice Ingvild Deila.

Best logisch dat horroricoon Peter Cushing de eerste dode acteur is die echt tot leven komt: als Victor Frankenstein bracht hij leven na de dood, als vampierjager Van Helsing worstelde hij talloze malen met de ondode Dracula. Al kan het best zo zijn dat we wel degelijk de afkeer en vervreemding van ‘uncanny valley’ voelen bij Grand Moff Tarkin, en dat hem juist tot zo’n griezelige schurk maakt in Rogue One. Pas als digitale acteurs met succes in een romkom spelen, zijn ze werkelijk doorgebroken.