Recensie

Verloop van jaren: Remco Camperts universum en suite

Lange portretten van schrijvers en dichters zie je niet vaak meer bij de publieke omroep. Voor Remco Campert werd een uitzondering gemaakt.

‘Verloop Van Jaren - Dichter bij Remco Campert’ (VPRO).

Ach ja, die twintigste eeuw, wat is dat alweer lang geleden! Toen we de ene sigaret met de andere aanstaken, je naar Parijs moest voor het vie de bohème en het heel gewoon was dat de publieke omroep lange en doorwrochte televisieportretten van schrijvers en dichters liet maken.

Nu gebeurt dat nog maar bij hoge uitzondering, bijvoorbeeld om een monument op te richten voor de 87-jarige Remco Campert, de laatst overgebleven Vijftiger, die zijn voormalige bentgenoten (Schierbeek, Kouwenaar en vooral Lucebert) alleen nog in zijn dromen tegenkomt (en in gaaf archiefmateriaal).

Regisseur John Albert Jansen beheerst het oude métier van het creëren van poëtische beelden bij leven en werk van grote dichters, zoals hij bewees met films over onder meer Szymborska, Claus en Herta Müller. Het kost hem moeite om zendtijd en dus financiering te vinden voor nieuwe projecten, maar omdat iedereen Campert kent (en denkt te begrijpen) mocht Verloop van Jaren - Dichter bij Remco Campert (2DOC/VPRO) zelfs maar liefst 77 minuten duren. Zelden kwam Amsterdam-Zuid weemoediger in beeld, maar het is vooral de verkenning van een binnenwereld, een universum en suite.

Tekst gaat verder onder de video

Nog steeds dwingt Campert zichzelf om gedichten en columns te tikken op zijn oude machine, die zijn levens- en scrabblepartner Deborah vervolgens kopieert op de computer. Als het klaar is, blaast ze op een toeter en komt Remco kijken hoe het geworden is.

„Schrijven is leven. Als ik daarmee ophoud, dan ben ik er niet meer”, zegt hij. Hij weet maar al te goed dat hij in blessuretijd is terecht gekomen. Als hij zelfs moeite krijgt met het openen van het cellofaan van een nieuw pakje sigaretten, dan zegt hij dat het niet lang meer kan duren.

Het contact met de 21ste eeuw bestaat niet alleen uit contacten met bevriende jazzmuzikant Benjamin Herman (ze doen aan jazz & poetry, en draaien samen platen op 78 toeren) en een bezoek van jonge Belgen die zijn werk uitvoeren. Er is vooral continuïteit.

Zo de documentaire iets betoogt, dan is het dat de oude Campert net zo’n buitenstaander is als hij altijd geweest is. Volgens Deborah vertelde de dichter J.C. Bloem eens, na hem als kind te hebben geobserveerd: „Die jongen heeft niets en niemand nodig.” Zelf zegt hij: „Ik leef in een open cocon.”

Al verliest hij meestal met scrabble, de oude Campert tovert nog steeds met taal, ook als hij praat. Hij zegt sinds een paar jaar tot de liefde te zijn doorgedrongen, na talloze verliefdheden. Maar die liefde voor Deborah voelt voor haar soms als schuurpapier.

Het zijn stuk voor stuk rijke, zorgvuldig gestileerde observaties van Jansen, zo concreet en helder als die taal van Campert. De naar volledige autonomie hakende dichter noemt zichzelf „een ontsnappingskunstenaar”, net als zijn vader, aan wie hij de laatste tijd steeds meer denkt: „Het leven duurt wel lang. Althans mijn leven.”

We kijken nog eens naar het bladerdak boven de Jan Luykenstraat, naar de asbakken die allang weggegooid hadden moeten zijn, naar een plas water en de verstilde chaos van een werkkamer. Mooi hoor, zulke documentaires. Benieuwd hoe een 20-jarige ernaar zou kijken.