Column

Pas op als politici in Wilders vijver vissen

Zogenaamd nette politici verpakken hun beledigingen aan het adres van moslims in mooie woorden, schrijft Lamyae Aharouay.

Een dag na de aanslag in Berlijn twitterde Geert Wilders een gefotoshopt werkje waarop de handen en kleding van Merkel besmeurd zijn met bloed, haar gezicht onder de spetters. Een paar tweets later een plaatje met zijn hoofdpunten om ons land weer veer veilig te krijgen. U kent het wel, grenzen dicht, de-islamiseren, alle stokpaardjes. Over de modus operandi van Wilders kun je veel zeggen. Maar dit is zeker: hij draait er niet om heen en dat levert hem wat op. Vergeet niet dat de PVV ooit begon als splinterpartij.

Al maakt Wilders de peilingen niet waar tijdens de verkiezingen, hij verloor immers alles sinds 2011, zijn boodschap heeft zich al verspreid door de Kamer. Wie een inkijkje wil in hoe een politicus de kiezer van Wilders wil verleiden zonder het er te dik op te leggen, moet letten op CDA-leider Buma. In eerste instantie een man van nette bewoordingen. Hij spreekt de beschaafde kiezer aan, de och-wat-een-ellende-allemaal-moet-dit-echt-zo-heb-elkaar-nou-toch-lief-kiezer. Dat is niet de groep die zich aangesproken voelt door een politicus die plat polariseert. En daar heeft Buma een oplossing voor gevonden.

In aanloop naar en tijdens het debat over de verbreding van de vrijheid van meningsuiting van vorige week had Buma één kernboodschap. Dit zei hij maandag bij Pauw: „Wij moeten iets kunnen zeggen over moslims of Marokkanen. Maar bedenk even dat je dan dus ook joden mag beledigen, dat je dan gehandicapten mag beledigen, dat je homo’s mag beledigen. (..) En weet je, dat wil ik helemaal niet.” En dit zei hij op Nu.nl: „Maar de huidige wet stamt uit de jaren dertig van de vorige eeuw met de bedoeling om met name joden te beschermen. Het lijkt wel alsof we nu, omdat sommigen van ons moslims willen beledigen, de vrijheid van meningsuiting willen verbreden. Maar dan vergeten we dat ook het recht ontstaat om joden, homo’s en gehandicapten te beledigen.”

Tijdens het Kamerdebat sprak hij soortgelijke woorden. Drie keer in een week. De eerste keer dacht ik dat hij het niet zo bedoelde. De tweede keer werd het wat ongemakkelijk. De derde keer viel het kwartje. In feite zegt hij: sommigen van ons willen moslims beledigen, maar vergeet niet dat dat ook betekent dat je dan joden, homo’s en gehandicapten moet kunnen beledigen en dat moeten we toch niet willen met zijn allen.

Maar dan netjes verpakt.

Iets vergelijkbaars. Een gesprek tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over de Turkse-Nederlanders die in de nacht van de couppoging de straat op gingen om hun steun aan Erdogan te betuigen.

Wilders: „Geen Turk er meer in.”

Zijlstra: „Ja, voorzitter, maar deze mensen zijn binnen.”

Wilders: „Ik heb ze niet binnengelaten.” (..)

Zijlstra: „Ze zijn hier meneer Wilders. En ik heb geen toverstokje, ik kan ze niet wegtoveren. En dus moeten we zorgen dat deze mensen gaan inzien dat hun toekomst hier ligt en niet blijven hangen in het verleden.”

Laat uw persoonlijke mening over Erdogan of sympathisanten van hem u niet verblinden, de kern is dat Zijlstra Nederlanders met de Turkse nationaliteit, of in zijn woorden: „die mensen”, zou wegtoveren als het kon.

Ik zou het graag willen vergelijken met sommige reacties op mijn columns. Al zou ik schrijven dat een cirkel rond is, dan nog zouden die gaan over mijn hoofddoek. Soms is dat een rechttoe-rechtaan belediging. Soms is dat een belediging, verpakt in mooie woorden zoals het de nette NRC-lezer betaamt. Maar weet u, een netjes verpakte drol is nog steeds een drol. En het begint steeds meer te stinken in de Kamer.

Lamyae Aharouay werkt als redacteur bij BNR. @Lamyae