overleg in Moskou

Rusland, Turkije en Iran streven naar vrede in Syrië, op hun voorwaarden

Rusland, Iran en Turkije willen de vredesonderhandelingen in Syrië nieuw leven inblazen. De ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie van de drie landen ondertekenden hiertoe dinsdag in Moskou een verklaring.

Die verklaring kwam een dag na de aanslag op de Russische ambassadeur in Turkije. De dader, een Turkse politieman, zou ambassadeur Andrej Karlov hebben neergeschoten uit woede over Moskou’s steun aan president Assad.

Volgens de Russische minister van Buitenlandse zaken Sergej Lavrov zijn Rusland, Iran en Turkije het eens geworden dat de strijd tegen terrorisme prioriteit heeft, en dat een machtswisseling in Syrië niet aan de orde is. Met hun verklaring zetten de drie landen de VS buitenspel bij de vredesonderhandelingen. Lavrov liet weten dat de drie openstaan voor samenwerking met anderen, maar wel onder hun leiding. De vredesonderhandelingen tussen Assads regime en de rebellen zouden wat betreft Rusland en Turkije moeten plaatsvinden in de Kazachse hoofdstad Astana.

Eerdere onderhandelingsrondes in Wenen en Genève tussen de Syrische regering en de HNC, waarin verschillende rebellengroepen zich verenigden, liepen telkens stuk.

Toch is onzeker of deze nieuwe poging succes zal hebben. Zo liet Turkije na het ondertekenen van de verklaring weten dat een eventueel bestand en een uitnodiging voor de vredesonderhandelingen niet van toepassing zullen zijn op terroristische groeperingen zoals IS, maar ook Hezbollah. Die groepering geniet de steun van Iran en Rusland, die vooralsnog ontwijkend reageerden op de Turkse uitlatingen.

Ook Rusland en Iran zijn het lang niet altijd eens, bleek tijdens een recente poging tot een staakt-het-vuren in Aleppo.

Verder is hoogst ongewis in hoeverre de rebellen, die bestaan uit groeperingen die variëren van de fundamentalistische Al-Qaeda-loot al-Nusra tot Koerdische vrijheidsstrijders, zullen luisteren naar Turkije.

    • Sam de Voogt