Cultuur

Interview

Interview

Foto Robin Utrecht/ANP

‘Nu moet ik herontdekken wie ik ben’

Sebastiaan Verschuren, zwemmer

Sebastiaan Verschuren (28) was net de beste sportman van Amsterdam geworden en stopte ermee. „Ik voel het niet meer.”

„Toen ik vorige maand voor het eerst weer in het water dook, dacht ik 500 meter lang steeds: waarom doe ik dit? Is er nog iets wat ik hiermee wil bereiken? Er kwamen geen antwoorden. Het was half negen ’s ochtends en er was bijna niemand in het zwembad. Een paar baantjes later zei ik tegen mezelf: ‘Man, doe normaal.’ Daarna ging het wel weer.”

„De maandag daarop kwam ik weer in zo’n negatieve gedachtenspiraal terecht: stel nou dat ik veertig uur in de week ga trainen, en dat ik wéér geen finale haal. Want zo is het wel een klein beetje geweest in mijn carrière: goede series, minder goede halve finale en daardoor geen finale. Ik moest lachen om mezelf. Toevallig kwam een vriend van me trainen, waardoor ik me weer goed vermaakte, en de training positief kon afsluiten.”

Ik doe nogal veel op gevoel. Ik had soms best wat meer mogen denken.

„Een week later hetzelfde patroon. Toen ik uit het zwembad klom, zei ik tegen Sander [Ganzevles, voormalig topzwemmer], die aan de badrand stond: ‘Het is klaar.’ Op dat moment begon mijn hele rechterarm te trillen, heel heftig. Dat werd nog heftiger toen ik het ook aan Mark [Faber, zijn coach] vertelde. Ik had zoiets nog nooit eerder gehad. Dit was het moment dat ik tegenover mezelf durfde toe te geven dat ik niet meer wilde zwemmen. Mijn vriendin, de rationele van ons twee, vroeg aan de telefoon of ik er goed over had nagedacht. Zij weet hoeveel het zwemmen voor me betekend heeft, ze kent me niet anders dan als zwemmer. We zouden een periode van ons leven afsluiten. Eerst dacht ik nog een jaar door te gaan. Een snellere 200 vrij moest kunnen. Maar ik heb er niet alles meer voor over. Dan moet je stoppen, dat is topsport. Ik zal moeten herontdekken wie ik ben, wij samen.”

“Na de 4×200 meter in Rio zei ik tegen mijn trainer dat ik ermee wilde stoppen. Maar dat heb ik wel vaker gezegd na een mindere race.”
De finale van de 100 meter vrije slag tijdens de Spelen van Londen (2012):

Eendagsvlieg

„Eén keer in mijn leven heb ik een 47’er gezwommen op de 100 meter vrije slag [Verschuren is met 47,88 nog altijd de tweede Nederlander aller tijden, achter Pieter van den Hoogenband]. Dat was op de Spelen van Londen, precies op het juiste moment, in een olympische finale [hij werd vijfde, achthonderdsten van brons]. Daarna heb ik alles geprobeerd om nog eens zo’n race te zwemmen. Ik wilde zo graag tegenover mezelf bewijzen dat ik geen eendagsvlieg was. Dat zat me twee jaar dwars.”

„Mijn prestatie in Londen snap ik nog steeds niet en daar zal ik vrede mee moeten leren hebben. Bij het aantikken verloor ik vijftienhonderdste. Dat kostte me brons. En mijn start was ook niet goed. Tijdens die race dacht ik weinig, het gaat veel te snel. Ik ben in het VU Medisch Centrum geweest om te laten checken hoe ik die race kon herhalen. Daar zagen ze met stroomstootjes wat ik al wist: mijn benen zijn niet zo explosief als de rest van de wereldtop. Misschien was alles eenmalig op zijn plek gevallen in Londen. Ik was er mooi wel vijfde van de wereld mee geworden.”

Tevredenheid is dodelijk voor een topsporter

„Toen ik afgelopen mei Europees kampioen werd op de 200 meter vrij, was dat misschien het moment dat ik besloot na Rio te stoppen. Jaren had ik hierop gewacht, ik vond dat ik deze titel echt had verdiend. Toen het eindelijk lukte [en nog twee keer op de estafette], was ik er wellicht iets te blij mee. Tevredenheid is dodelijk voor een topsporter.”

De gouden race op het EK:

„Martin [Truijens, zijn oud-trainer] had tijdens dat EK al ruzie met mensen van de bond [met technisch directeur Joop Alberda]. Daardoor hebben we toen niet samen van het hoogtepunt in mijn carrière kunnen genieten. Inmiddels wel degelijk. We zijn de afgelopen jaren ook vrienden geworden.

Liever niet naar Rio gegaan

„In Rio heb ik van die nare sfeer voor mijn races geen last gehad. Het werd een toernooi waarvoor ik drie maanden te vroeg had gepiekt. Toen ik klaar was, merkte ik dat het binnen de staf niet zo was als in Londen. Dat waren de beste weken uit mijn leven. Nu denk ik bijna: liever was ik niet naar Rio gegaan.”

„Ik heb daarna drie maanden vrij genomen en afgelopen maandag ben ik mijn sponsoren gaan mailen, mijn teamgenoten, relaties. Ik voelde me somber worden. Wist ik wel zeker dat ik wilde stoppen? Maar toen ik maandag sportman van het jaar werd in Amsterdam, heb ik de microfoon gepakt en ben ik gaan vertellen wat ik voel. Dit was het moment.”

„Nu is het niet stil, ik ben niet in ontkenning. Ik ben ex-zwemmer, en dat voelt raar. Maar voor het eerst ook heel fijn.”