Recensie

Kleurrijke en sfeervolle Fliegende Holländer van de Reisopera

Opera De Reisopera brengt Wagners Der fliegende Holländer in een ideeënrijke enscenering. Orkestraal is de voorstelling goed, in de cast verrast vooral de sterke Holländer.

Foto Hans van den Bogaard

Volgens Nicholas Mansfield, intendant van de Nederlandse Reisopera, zingen zangers anders als ze samenwerken met dansers. Reden om ook in de laatste productie van dit seizoen, Wagners Der fliegende Holländer, zes dansers in te zetten. Overal aanwezig zijn ze: in Willy Wonka-achtige doodgraverspakken met touwhaar en hoge hoeden ogen ze als de lenige schaduwen van de tot eeuwig zwerven gedoemde Hollander zelf, en echoën zo het sensuele verlangen van Senta naar die legendarische vreemdeling (en alles waar hij voor staat). Waar zij maar is, zijn ook de dansende Hollanders; als schimmen staan, dansen of zitten ze tussen het echte leven en haar allesbeheersende droom.

Zo is direct duidelijk: regisseur Paul Carr nam Senta’s obsessieve kalverliefde tot uitgangspunt. Haar oog staart je al tijdens de ouverture hunkerend aan vanaf een metersgroot achterdoek, dat later ook met projecties van zee, lucht en bloed een sfeermaker is. En in de halo van haar eigen oplichtende iris gaat ze negen kwartier later mét haar Holländer fraai de eeuwigheid tegemoet.

Nihilistische engerd

Het lastige van regieconcepten: wat werkt op papier, werkt niet altijd op het toneel. Het decor van Gary McCann is simpel maar inventief, het uitgangspunt van regisseur Carr helder. Ook de tweede akte, met het beroemde spinsterskoor, werkt in de verrassende verplaatsing naar een trouwjurkatelier.

Bekijk hier een repetitie van deze scène o.l.v. dirigent Benjamin Levy:

Maar uiteindelijk moet je worden overtuigd door de onafwendbaarheid en de authenticiteit van Senta’s fascinatie voor de Holländer om te willen geloven dat ze brave Erik (Samuel Sakker) passeert, haar ja-woord gunt aan die eeuwenoude, nihilistische engerd en zelfs opteert voor een ‘Liebestod’ (lees: zelfmoord) om hem te verlossen en in de dood eeuwig bij hem te zijn.

Daar wringt iets in deze verder sfeervolle voorstelling, die het verhaal vertelt in één pauzeloze ruk. In de cruciale ontmoetingsscène tussen Senta en haar Holländer, reliëfrijk gezongen door de fraaie, lekker donkere bas-bariton Darren Jeffery als beste zanger van de voorstelling, blijft de verbijstering van de kennismaking te lang hangen, en mis je, nou ja, een zinnelijke vonk.

Borrelende zinnelijkheid

Aan de derde akte is verder hard getrokken. Kleurrijk oogt het dansende feestkoor, energiek (zoals steeds) en met heldere dictie gezongen door de (veelal) jonge zangers van Consensus Vocalis. Ook de Gunther von Hagens-achtige bodysuits waarin de dansers tenslotte Senta naar haar einde helpen, ogen fraai. Maar het geloof in de echtheid van deze liefde blijft te breekbaar, het helpt ook niet dat de in timbre fraaie Estse sopraan Aile Asszonyi steeds nogal ferm aanzet. Het goed spelende Noord Nederlands Orkest onder Benjamin Levy maakt subtieler (maar waar nodig zeker ook lekker schuimend en stuwend) duidelijk hoezeer ook deze vroege Wagner overborrelt van zinnelijkheid en ideeën.