Opinie

Laat priesters toch uit de kast komen

Onwaarachtigheid vervalst het contact met God, schrijft pastor . Homofobie is daarom schadelijk voor het geloof.
Illustratie Hajo

Vlak voor Kerstmis 2014 deed paus Franciscus met een toespraak veel stof opwaaien. Hij stelde daarin, met veel humor, de ziektes van de Romeinse curie, het centrale bestuursapparaat van de Katholieke Kerk, aan de kaak. Het meest spraakmakend in dit verband was wat de paus „spirituele alzheimer” noemde: het vergeten van het eigen verhaal met God.

Afgelopen juni publiceerde de Poolse priester Krzysztof Charamsa het boek La prima pietra (‘De eerste steen’). Hierin wordt duidelijk met welke tegenkrachten de paus te maken heeft. Twaalf jaar lang maakte Charamsa zelf deel uit van de curie als medewerker van de Congregatie voor de Geloofsleer, de centrale doctrinaire instantie van de kerk. In deze jaren maakte hij ook een bewustwordingsproces als homoseksuele man door. Daarmee veranderde zijn beleving van cultuur en werkwijze van de congregatie. In zijn boek verschijnt deze als een gemeenschap van celibataire mannen die onder de oppervlakte van zoetsappige vroomheid en poeslieve omgangsvormen in wezen bikkelhard en genadeloos zijn, onderling en voor derden.

Het aantreden van paus Franciscus maakte dat de congregatie schudde op haar grondvesten. „Kunnen jullie geen biertje met elkaar drinken”, had de nieuwe paus gezegd in reactie op door het hoofd van de congregatie voorgestelde maatregelen tegen een oude theoloog. Binnen de congregatie is sprake van regelrechte haat tegen paus Franciscus en van een antipauslobby, stelt Charamsa.

In de Verenigde Naties is het Vaticaan al langer bondgenoot van islamitische landen die homo’s ter dood brengen. In 2008 keerde het zich tegen een oproep van de VN tot mondiale beëindiging van de strafbaarstelling van homoseksualiteit. Men heeft veel affiniteit met figuren als de Russische president Poetin, met het reactionaire Polen en Afrikaanse landen, juist als het om homoseksualiteit gaat. Oosters-orthodoxe kerken die de ‘homoseksuele pest’ bestrijden, worden bewonderd als ‘gezond’. Dat er in Italië nauwelijks sprake is van een publiek homoleven is volgens Charamsa de prijs die Italianen betalen omdat ze het Vaticaan in huis hebben. Italië is een land dat volgens hem z’n coming-out nog moet beleven. Hij schat dat de helft van de geestelijkheid homo is. Tegelijk is de kerkelijke cultuur zeer homovijandig. In de nadagen van paus Benedictus XVI dook de term ‘gaylobby’ op. Maar de enige gaylobby in het Vaticaan, zegt hij, is die van homo’s die zich met alle macht tégen homoseksualiteit keren. Het pontificaat van Benedictus XVI karakteriseert hij als inhoudelijk zeer homovijandig maar met sterke homokwaliteit wat betreft zijn verschijningsvormen. Charamsa is door het zien van films en het lezen van boeken met homoseksuele thematiek en het bestuderen van serieuze studies op dit gebied anders tegen homoseksualiteit gaan aankijken. Hij ging inzien dat de kerkelijke argumenten ertegen zwak, betwistbaar en door de wetenschap achterhaald zijn. Vlak voor het begin van de synode over het gezin in oktober 2015 beleefde hij, geflankeerd door zijn Catalaanse vriend Eduard, publiekelijk zijn coming-out. Gevolg hiervan was dat hij met onmiddellijke ingang van al zijn kerkelijke functies ontheven werd.

Afgelopen zomer was hij in Amsterdam als gast van de EuroPride en heb ik hem persoonlijk leren kennen. Charamsa is een charismatische figuur. Hij trof mij als een extatisch blije man. Het is duidelijk dat er met zijn coming-out een grote last van zijn schouders gevallen is. Zijn analyses en opinies zijn scherp. Hij koestert niet langer de hoop dat de kerk kan worden bevrijd van haar demonen. In die zin heeft hij de kerk, paus Franciscus ten spijt, opgegeven. Veel (ex-)katholieken denken er precies zo over. Hoe de kerk omgaat met liefde en seksualiteit, speciaal ook homoseksualiteit, en met ménsen in dit verband, is naar mijn indruk dé grote bottleneck. Charamsa stelt: alles wat er binnen en vanuit de kerk eventueel ook aan goeds gebeurt wordt erdoor ontkracht en ongeloofwaardig gemaakt. Als priesters en bisschoppen niet op de eerste plaats eerlijk durven te zijn over zichzelf, met name wat de eventuele factor homoseksualiteit in hun leven betreft, dan zal de kerk mijns inziens, zeker in Nederland, nog marginaler worden. Onwaarachtigheid vervalst elk eigen verhaal met God en nekt de kerk.

Afgelopen maart publiceerde paus Franciscus zijn apostolische exhortatie Amoris laetitia (‘De vreugde van de liefde’). In het kielzog hiervan publiceerden Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, en de Leuvense moraaltheoloog Roger Burggraeve Mag ik? Sorry. Dank je – naar de drie zinnetjes die volgens de paus voor elk liefdes- en gezinsleven cruciaal zijn. De paus en een bisschop die duidelijk aan de weg timmeren, de weg van de Roomse kerk die in Nederland, het kerstkind ten spijt, op zoveel plekken lijkt dood te lopen. Dat deed Jezus’ weg destijds ook. Toch ging Hij en ging het door. En zo zal het ook nu gaan, hoe dan ook.