Hackwet

Tweede Kamer stemt in met wet hacken van verdachten

Opsporingsdiensten krijgen de bevoegdheid om apparaten van verdachten te hacken, als het aan de Tweede Kamer ligt. Een ruime Kamermeerderheid heeft dinsdag ingestemd met een wetsvoorstel van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) dat dit mogelijk maakt.

Onder de nieuwe wet mag de politie bij verdachten van ernstige criminaliteit alle apparaten hacken: computers en smartphones, en bijvoorbeeld ook een beveiligingscamera, navigatiesysteem of slim horloge. Onder meer VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie en SGP stemden voor. De partijen die met het wetsvoorstel instemden, hebben in de Eerste Kamer een nipte meerderheid van één zetel.

De politie mag bij het inbreken gebruikmaken van programmeerfouten en zwakheden in de software. Soms zijn die ‘lekken’ nog onbekend bij de leverancier van deze computerprogramma’s of apps. De Tweede Kamer eist wel dat het Openbaar Ministerie die onbekende lekken in principe direct meldt bij de fabrikant. Als justitie daarmee wil wachten – bijvoorbeeld omdat de software is geschreven door een criminele organisatie – is toestemming nodig van een onderzoeksrechter. Daarmee scherpt de Tweede Kamer de controle aan.

Het wetsvoorstel regelt ook dat opsporingsdiensten ‘lokpubers’ mogen gebruiken om kindermisbruik via internet op te sporen. Dat zijn rechercheurs die zich voordoen als minderjarigen. De Tweede Kamer voegde daar op initiatief van VVD en CDA een bevoegdheid aan toe: zo’n ‘lokpuber’ hoeft niet echt een mens te zijn, maar mag ook een virtuele creatie zijn. Hulporganisatie Terre des Hommes gebruikte enkele jaren geleden een virtuele lokpuber om duizenden mannen in chatrooms op te sporen.