Een ode aan de filmgeschiedenis

De film ‘La La Land’ is een musical over Los Angeles, over de Amerikaanse droom en volgens regisseur Damien Chazelle een moderne stadssymfonie.

Regisseur Damien Chazelle: „Ik was allergisch voor mensen die zomaar in zingen uitbarsten.” Nu denkt hij: „Fuck it, we gaan gewoon zingen.”

Los Angeles Plays Itself

La La Land verwijst niet alleen naar de gemoedstoestand van hoofdpersonen Mia en Seb, twee dromers die zowel binnen als buiten de werkelijkheid, in het heden als in het idyllische verleden van Hollywoods Gouden Jaren leven. Het is ook een koosnaampje voor droomfabriek Los Angeles zelf, de stad waar de film zich afspeelt.

Regisseur Damien Chazelle vertelde in interviews bij het maken van de film geïnspireerd te zijn geweest door de zogeheten „stadssymfonieën” uit de jaren twintig. In films als Manhattan, Berlin: Sinfonie der Großstadt en Man With a Movie Camera brachten hun regisseurs meestal in semi-documentairestijl een ode aan het leven in de grote stad: snel, modern, een plek waar mensen werken, uitgaan, en waar het geheel van straten en gebouwen, auto’s en machines nog het meest op een gigantisch muziekinstrument, een mechanisch organisme lijkt. De beroemdste stadssymfonie over Los Angeles is Los Angeles Plays Itself (2003) van Thom Andersen. In een collage van filmclips laat hij zien hoe de filmindustrie van Los Angeles een fictieve stad heeft gemaakt.

Mia en Seb wandelen, dwalen en dansen in La La Land door die mythische plaats die in werkelijkheid niet voetganger-vriendelijk is: het studioterrein van Warner Bros waar Mia in een coffeeshop werkt tegenover „een raam waar Ingrid Bergman in Casablanca doorheen heeft gekeken”. Het koppel danst in het Griffith Observatory, ook het toneel van een scène in James Deans Rebel Without a Cause, de film die ze later bekijken in het historische Rialto-theater. Ook het Los Angeles van La La Land is een fictieve stad: wie de wandelingen van Mia en Seb na wil lopen heeft een auto nodig.

Cinefiel

Niet alleen de locaties van de film zijn een liefdesbrief aan de filmgeschiedenis. Regisseur Damien Chazelle heeft zijn huiswerk gedaan. Hij is een supercinefiel. De film zit vol verwijzingen naar musicalklassiekers uit de Amerikaanse canon, zoals het ballet aan het einde van An American in Paris (1951), de tien minuten durende minifilmgeschiedenis in de Broadway Melody-sequentie van Singin’ in the Rain (1952) of een 13 minuten durende dansscène in detectivestijl in The Band Wagon (1953). Maar Chazelle noemt ook de invloed van Franse filmmuziek op de score die zijn vaste componist Justin Hurwitz schreef. Ook de Franse musicals van Jacques Demy, Les Parapluies de Cherbourg (1964), Les Demoiselles de Rochefort (1967) waren belangrijke inspiratiebronnen.

Die films met Catherine Deneuve zijn niet zomaar films: het zijn werelden met hun eigen wetten, waarin het fantastische nooit helemaal de ogen sluit voor de bittere realiteit van alledag. Chazelle prijst hun melodieën om hun mix van speelsheid en weemoed. De beste muziek heeft altijd een melancholische ondertoon.

Jazz

De 31-jarige Damien Chazelle heeft tot nu toe drie muziekfilms op zijn naam staan. Het meest bekend werd hij met Whiplash (2014), waarvoor hij vijf Oscarnominaties kreeg. Die semi-autobiografische film vertelt het verhaal van een ambitieuze drummer die in de ban raakt van een sadistische leraar. Chazelle wilde tot zijn achttiende ook jazz-drummer worden, en was even fanatiek als Andrew in Whiplash, al is hij er in interviews ook nogal laconiek over: „Op een gegeven moment besef je dat iets niet voor jou is weggelegd.”

Lees hier het dubbelinterview met Emma Stone en Ryan Gosling: Ryan Gosling: ‘Gelukkig zit muziek in mijn genen’

Net als Whiplash, en de jazzmusical Guy and Madeline on a Park Bench (2009) waarmee hij debuteerde, gaat ook La La Land over de vraag wat de offers en compromissen zijn die je bereid moet zijn voor de kunst te brengen. Het zijn ook films die zich kritisch verhouden tot de Amerikaanse droom van het maakbare talent. Niet iedereen die maar hard genoeg oefent wordt een ster.

Dat is ook het onderliggende narratief van veel Hollywood-scenario’s: de held krijgt wat hij wil als hij maar hard genoeg z’n best doet. Chazelle ondermijnt dat verhaal. In het hol van de leeuw. La La Land is een ingenieus voorbeeld van hoe je wél, zoals de Engelsen zeggen: „Can have your cake and eat it.”

Avant-gardistisch

Voor Chazelle is de musical een avant-gardistisch genre. In een interview met Vogue vertelt hij hoe hij vroeger net als iedereen musicals haatte: „Ik was allergisch voor mensen die zomaar in zingen uitbarsten.” Pas toen hij tijdens zijn filmstudie aan Harvard de avant-gardefilms van de jaren twintig en dertig ontdekte begon hij de musical te snappen. „Het was niet vervelend dat ze de actie stillegden om te zingen, het was geweldig: het voelde als bewust verzet, als deel van de avant-garde traditie die ook nooit de plot op de eerste plaats heeft gezet. Fuck it, we gaan gewoon zingen.”

Zijn eerste film Guy and Madeline on a Park Bench was heel rauw en realistisch, je zou het bijna een neorealistische jazzmusical kunnen noemen. Het gevolg van het feit dat Chazelle tijdens zijn opleiding vooral documentaires maakte. In La La Land gaat hij buiten de grenzen van het realisme. Je zou die technicolorwereld emotioneel realistisch kunnen noemen. In Vogue: „Kijk maar naar de films van Douglas Sirk of Powell en Pressburger. Zij gingen altijd verder dan het gewone realisme om bij een emotionele laag te komen. Ze waren zowel mainstream als avant-garde. Ze waren commercieel maar ook volkomen krankjorum.”