Activisten pogen de stelende elite in Congo te verdrijven

Democratie Geweld regeert weer in Congo, waar president Kabila weigert te vertrekken. Correspondent Koert Lindijer ziet in Kinshasa hoe nieuwe burgergroepen met goed opgeleide jongeren opkomen, als parels van hoop in de blubber.

Vrouwen bidden buiten de Sint Raphael parochie in Kinshasa. Foto Eduardo Soteras/AFP

In deze mensenmassa die geen meter onbezet laat, grijpt een jongeman me ruw bij mijn shirt. „Wat moet je hier, ben je op zoek naar Filimbi?”, schreeuwt hij. Hij is een spion, een van de vele op de straten van de Congolese hoofdstad Kinshasa.

De burgergroep Filimbi die het vertrek eist van president Joseph Kabila, heeft ondanks het verbod op demonstraties een betoging in Masina gepland. Maar de geheimagenten zijn de actievoerders te snel af en beginnen hun te arresteren nog voor ze „Kabila moet oprotten” kunnen roepen. „We laten ons niet meer afschrikken door de repressie”, roept een wegrennende Filimbi-activist.

„We zijn bereid te sterven.”

De chaos regeert in Congo. Kabila sleept het land van de ene crisis naar de andere, met zijn weigering af te treden na het einde van zijn mandaat op 19 december. Congolezen bleven uit protest de afgelopen dagen massaal thuis en in verscheidene steden braken onlusten uit, waarbij volgens de VN 19 doden vielen.

Kinshasa is terug in 1997, bij de val van de notoire kleptocraat Mobutu Sese Seko toen een dictatuur van 32 jaar werd afgesloten. Ook toen werd het land met nauwelijks functionerende overheidsinstellingen overspoeld door gevaarlijke wanorde in de steden en door een mozaïek aan moordende milities op het platteland. Net als onder Mobutu organiseert de katholieke kerk een dialoog tussen Kabila en de oppositie, die daardoor nog verder versplintert.

Maar er zijn ook belangrijke verschillen met toen. Congo heeft nu een nieuwe grondwet, die het illegaal maakt voor Kabila om aan de macht te blijven. En er bestaat een ontkiemend alternatief voor de rovende politieke klasse in de vorm van Filimbi en Lucha: burgergroepen die door buitenparlementair verzet politici van zowel de regering als de oppositie het vuur aan de schenen willen leggen.

Tekst gaat verder na video:

Kogels in hoofd en borst

In de zijstraatjes heerst het dorpsleven. De grandioze boulevards in het centrum, omringd door van kleur verschietende gebouwen, zijn het terrein van de elite met zijn champagne, zalm en dure terreinwagens.

Op weinig plaatsen in Afrika manifesteert het verschil tussen arm en rijk zich zo schrijnend als in Kinshasa. Het land kent de meeste armoede van Afrika. Ruim tachtig procent van de tachtig miljoen Congolezen leeft van één euro per dag, de overgrote meerderheid zit zonder werk. Ambtenaren krijgen niet of nauwelijks betaald en de politie steelt. De agenten gaan in de file pal voor je auto staan, rukken aan je tassen en als je niet betaalt, rammen ze je in elkaar. Het is een dagelijks straatbeeld, onmogelijk om eraan te ontsnappen.

Een democratische machtsoverdracht vond nog nooit plaats in Congo

De politie bedrijft de meeste terreur. Tijdens onlusten op 21 september, de dag waarop verkiezingen hadden moeten plaatsvinden, sloegen agenten aan het plunderen. Als politie verklede leden van Kabila’s 15.000 man sterke presidentiële garde schoten met scherp op demonstranten, met als gevolg vijftig doden. „De slachtoffers kregen kogels in hun hoofd en borst, vrouwen werden in hun rug geschoten”, vertelt José Maria Aranaz van de mensenrechtenafdeling van de Verenigde Naties in Kinshasa.

„De meeste schending van de mensenrechten in Congo staat op het conto van leger en politie. De staat is meedogenloos, net als onder Mobutu.”

Verdeel en heers

De geschiedenis van terreur, uitbuiting en verdeel-en-heers politiek in Congo loopt van de Belgische koning Leopold II (1885-1908) naar Mobutu (1965-1997), vervolgens naar de invasie van Rwanda die Laurent Kabila aan de macht bracht, uitlopend in een continentale oorlog (1998-2002) waarbij negen Afrikaanse landen betrokken waren en honderdduizenden Congolezen stierven. Talrijke gewapende groepen die tijdens die oorlog ontstonden zijn nog steeds actief, in Oost-Congo alleen al enkele tientallen. Vaak fungeren ze als marionetten van politici en regeringsmilitairen om grondstoffen en invloed te verkrijgen. Ook roeren religieuze sektes zich steeds meer op gewelddadige wijze.

Bij afwezigheid van functionerende staatsinstellingen neemt de kerk al vele jaren zowel politieke als sociale verantwoordelijkheid in Congo. Foto Eduardo Soteras/AFP

Een democratische machtsoverdracht vond nog nooit plaats. Joseph Kabila nam de scepter over van zijn vermoorde vader. In 2002 sloten alle gewapende groepen na maandenlange onderhandelingen in het Zuid-Afrikaanse Sun City een vredesakkoord, dat relatieve rust en democratie bracht. Kabila won twee keer verkiezingen, in 2011 volgens de katholieke kerk en andere waarnemers door fraude. Congo is potentieel het rijkste land van Afrika, door zijn schat aan grondstoffen en vruchtbare landbouwgrond. De bevolking merkt daar weinig van. Onder Kabila vormde zich een mijnbouwmaffia die miljarden aan inkomsten steelt.

In deze schijnbaar hopeloze politieke situatie glinsteren Filimbi en Lucha als parels in de blubber. De paar honderd jonge, goed opgeleide activisten groeiden op na Mobutu. Ze gebruiken sociale media als WhatsApp en Facebook om de bevolking op de been te krijgen: voor politieke agitatie, maar ook voor schoonmaakacties in de sloppen. Uit angst voor spionnen spreken ze af in dure restaurants. „De mentaliteit van de Congolezen moet om, de massa moet weten hoe het systeem van uitbuiting werkt”, betoogt oprichter Carbone van Filimbi, die opereert onder een schuilnaam. Herhaardelijk werd hij gearresteerd, eens zat hij zeven maanden vast.

„We zetten een sociale beweging op om het cynisme te bestrijden, want Congolezen verloren hoop. We richten ons tegen de gehele politieke klasse, niet alleen tegen Kabila.”

Activisten van Filimbi en Lucha scandeerden onlangs tijdens een voetbalwedstrijd ‘Kabila moet oprotten’, waarna de staatstelevisie de uitzending opschortte. Of ze schrijven leuzen op bankbiljetten. „We willen een school voor activisten zijn, los van de politici die zich altijd laten omkopen”, vertelt Chris, een activist van Lucha die niet met zijn achternaam in de krant wil. „Wij dragen een nieuw soort panafrikanisme uit, een Afrikaanse solidariteit onder burgergroepen. In Burkina Faso en Senegal verdreven burgeractivisten zoals wij presidenten. We vormen een groter gevaar voor de heersende klasse dan de oppositie. Daarom noemt de overheid ons loopjongens van het Westen.”

Een soort elite

De burgeractivisten dragen inderdaad westerse waarden als democratie en mensenrechten uit en ze werkten vaak eerder bij westerse hulporganisaties. In een repressieve staat valt hun invloed moeilijk te peilen, maar tijdens de demonstraties de afgelopen dagen zeiden vele jongeren de eisen van Filimbi voor behoorlijk bestuur te steunen. Ze zwaaiden met de rode kaart voor Kabila en bliezen op fluitjes (Filimbi betekent fluitje).

In Kinshasa overleef je door ubuntu, Afrikaanse solidariteit

Filimbi en Lucha koesteren alleen nog vertrouwen in de katholieke kerk, „want priesters laten zich niet omkopen”. Bij afwezigheid van functionerende staatsinstellingen neemt de kerk al vele jaren zowel politieke als sociale verantwoordelijkheid, ze bemiddelt in de politieke impasse en helpt de verpauperde Congolezen overleven. De parochie runt in de wijk Barumbi samen met de staat de basisschool Saint-Pierre. „De regering neemt haar verantwoordelijkheid niet, dus doet de kerk het werk”, vertelt pater Oliveira.

„De waardigheid van de mens moet worden hersteld in Congo. De armen hebben een leider nodig, want de situatie is nog nooit zo rampzalig geweest.”

De Saint Raphael Parochie in Kinshasa. Foto Eduardo Soteras/AFP

Er ligt een dode rat op het schoolplein, scholieren spelen naast ophopend afval. Een leraar betaald door de overheid spreekt over zijn „salaris van misère” van 100 euro per maand, onvoldoende om zijn eigen kinderen naar school te sturen. De in 1936 door een Belgische pater opgezette basisschool bestaat uit donkere klaslokalen met lekkende plafonds. De stank kondigt op grote afstand de toiletten aan; het schoolhoofd heeft geen geld voor reinigingsmiddelen. „Kinderen van wie de ouders het schoolgeld van 120 euro per trimester niet kunnen betalen, sturen we weg”, zegt hij. „Daarom tellen onze klassen slechts 15 kinderen. De meeste jongeren in Kinshasa gaan helemaal niet naar school, zij leven op straat als boeven”.” Hij lacht wrang:

„Zo zie je, als je hier op school zit, behoor je al tot een soort elite.”

Eerlijkheid is onmogelijk

En hoe overleef je dan in Kinshasa? Door ubuntu, Afrikaanse solidariteit. En door corruptie, ieder op zijn eigen manier. Een kleuter leert smeergeld kennen als zijn ouders steekpenningen betalen voor toegang in de peuterklas, op de basisschool en de universiteit moet hij schuiven voor goede rapportcijfers en als ambtenaar of werknemer leert hij net als zijn bazen geld af te persen.

Vader Mukendi werkte jarenlang bij de verzekeringsmaatschappij Sonas, zijn zoon Pierre heeft werk bij het Office Congolais de Controle, een staatsinstelling die kwaliteit en kwantiteit van goederen controleert. De baas van de verzekeringsmaatschappij stal het pensioen van de vader en kocht de rechter om bij wie hij gerechtigheid zocht. In een normale samenleving opereren een controlebureau voor goederen en een verzekeringsmaatschappij op basis van vertrouwen, een woord dat echter is verdwenen uit het Congolese vocabulaire.

„Eerlijkheid is onmogelijk”, verzucht de vader. Zoon Pierre knikt instemmend. „Ik werk bij het Office Congolais de Controle waar iedereen een baan aan de grens ambieert, want daar valt door de illegale export van grondstoffen het meest te verdienen voor een ambtenaar”, zegt de zoon. Hij heeft het vertrouwen in de restjes van de staat verloren.

„Als rechters en onze president boeven zijn, waarom zou ik hun gezag dan respecteren?”

Een bevolking hongerig voor politieke verandering en gefrustreerd door een gebrek aan sociaal-economische kansen. De combinatie van deze twee kan Congo opblazen, hoewel het land geen geschiedenis kent van revolutionair verzet. Ieder jaar loopt Kinshasa verder vol met 400.000 werkzoekende Congolezen. Ze leven als vluchtelingen, in optrekjes van karton en golfplaten. „Slechts drie miljoen Congolezen nemen deel aan de formele economie, de rest houdt zich staande door ubuntu”, zegt senator en ex-premier Adolphe Muzito.

„Die hordes werkeloze straatjongens vallen ons straks allemaal aan”

Hij voorspelt een, wat hij noemt, sociaal jihadisme. „Als dat schorem zich onder politieke demonstranten mengt, breekt de hel uit. Zij hebben geen vrees meer om te sterven.”