Een knap boek over bolle lenzen

Hervonden

Eindelijk is het boekje terecht dat regent en wetenschapper Johannes Hudde (1628-1704) schreef over optica.

Een astronoom bekijkt de nachtelijke hemel, op een kopergravure uit 1647 van Johan Hevelius (1611-1687). Foto Getty

Het mag het wetenschapshistorische broertje van de prestigieuze schilderijen van Marten en Oopjen zijn, een beetje beduimeld ziet deze verloren gewaande schat er wel uit. Op een kussentje in de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag ligt een boekje ter grootte van een reisgids, de perkamenten kaft grillig verkleurd door het handzweet van vroegere lezers.

Helemaal achterin, laat conservator Marieke van Delft zien, zitten de acht bladzijden waar Nederlandse wetenschapshistorici nogal opgewonden van raakten: het traktaat ‘Specilla circularia’ van de wiskundige, wetenschapper en bestuurder Johannes Hudde (1628-1704).

„Hudde werd in zijn tijd gezien als gelijke van Christiaan Huygens en Gottfried Leibniz”, zegt wetenschapshistoricus Rienk Vermij van de Universiteit van Oklahoma. Huddes bekendste publicaties gaan over pure wiskunde, maar hij was ook geïnteresseerd in toegepaste wetenschap.

Hudde publiceerde alleen nauwelijks, en alleen anoniem, en zijn wetenschappelijke carrière stokte toen hij in 1672 toetrad tot de vroedschap, het bestuur, van Amsterdam.

Als burgemeester paste hij wel wetenschappelijke inzichten toe. Zo nam hij het initiatief tot lozen en verversen van het vuile grachtenwater, en liet hij acht marmeren merkstenen voor de waterstanden inmetselen in Amsterdamse sluizen, voorloper van het Nieuw Amsterdams Peil. Een van deze stenen is nog te zien bij de Eenhoornsluis. Ook bepleitte hij de invoering van de brandspuit.

Een rijk en nuttig leven als homo universalis dus, maar nadelig voor de herinnering aan zijn wetenschappelijke werk was dat Hudde kinderloos stierf, en dat zijn papieren en omvangrijke bibliotheek zoekraakte. Zijn roem verbleekte.

In 1995 al publiceerde Vermij met Eisso Atzema een reconstructie van Huddes zoekgeraakte traktaat over lenzen, dat wel genoemd wordt door tijdgenoten als Huygens, maar waarvan alleen twee slordig overgeschreven versies waren overgeleverd.

Vermij: „Optica was hét vakgebied waar het toen gebeurde.” Met microscopen en telescopen werden onbekende werelden in kaart gebracht, en de breking van licht in geslepen glas was pure theoretische natuurkunde. „Descartes had wiskundig aangetoond welke lensvorm parallelle lichtstralen in één brandpunt laat samenkomen. Maar zulke lenzen zijn heel lastig om te slijpen. In de praktijk werkte iedereen met bolvormige lenzen. Nog altijd, trouwens.”

Specilla circularia betekent ‘ronde lenzen’. Hudde laat met wiskunde zien dat je ook daarmee een willekeurige scherpte kan bereiken, als je een deel van de lens afschermt. Vermij: „In de praktijk werd dat al gedaan, maar Hudde leverde de theoretische onderbouwing. Dat was toen een heel originele aanpak. Na onze publicatie dacht ik: misschien meldt zich wel nu iemand die dat traktaat in huis heeft. Maar het bleef twintig jaar stil.”

Pas vorig jaar dook het verloren gewaande traktaat op, verstopt achter in een boek over telescopen van Pierre Borel (ca. 1620-1671) uit het bezit van het wetenschap populariserende Royal Institution in Londen dat tot verkoop had besloten. Veilinghuis Christie’s ging het veilen en medewerkers tipten Vermij. Zijn reconstructie van de tekst bleek te kloppen. Van Delft van de KB ging vervolgens op zoek naar fondsen. „De Vereniging Vrienden van de KB heeft geholpen”, vertelt ze, „we hebben een Londense antiquaar ingeschakeld die het heeft bekeken, en uiteindelijk aangekocht.”

Wat de aankoop heeft gekost, maakt de KB niet bekend, maar de veilingcatalogus geeft een prijsindicatie tussen de 14.000 en 20.000 euro. „Er waren nog andere potentiële kopers, dus het was nog spannend”, zegt Van Delft. „Heel mooi dat het gelukt is”, zegt Vermij. „Natuurlijk hoort zoiets in Nederland.”

Het traktaat (in het Latijn) is online te bekijken op http://www.kb.nl/hudde
    • Bruno van Wayenburg