‘We moeten nu geen haat tonen’

Berlijn

Een dag na de aanslag in Berlijn pogen omstanders te begrijpen wat er gebeurde. „In welke wereld moeten onze kinderen leven?”

De plek van de aanslag in Berlijn was maandagnacht afgezet voor onderzoek. Foto Odd Andersen/AFP

De vrachtwagen die maandagavond over de kerstmarkt naast de Gedächtniskirche raasde, staat nog altijd op de plek waar hij tot stilstand kwam.

De federale politie is deze dinsdagochtend onder het oog van vele tientallen jounalisten, nieuwsgierigen en rouwende Berlijners bezig met een reconstructie. Mistig Berlijn is ontwaakt in de wetenschap dat de internationale terreur nu ook hier is aangekomen.

Vlak voor de politieafzetting zijn twee mannen bezig met het aansteken van waxinelichtjes. Ze hebben een geplastificeerd tekst neergelegd: „Only love can keep us together”, staat er.

Lees het laatste nieuws in ons liveblog

Jairo, een donkere man met een zwarte ijsmuts, zegt: „Je hebt zo’n gevoel van onmacht, je kunt er niets tegen doen. Tegelijkertijd denk ik, wij Berlijners moeten nu bij elkaar blijven zonder haat te tonen. Dat is wat de terroristen willen: dat we nu haat tonen. Dat is hun doel.”

De avond tevoren, anderhalf uur na de aanslag, liep hier een woedende Berlijner op een politieauto af. Woedend omdat de politie de aanslag niet had voorkomen, schreeuwde hij: „Belachelijk, mislukkelingen! Nú zijn jullie er pas. Maar niet tevoren.” Algemeen is nu die kritiek te horen, dat de kerstmarkt, een van de grootste van Berlijn, niet beter werd beveiligd.

Paniek

Bij de politieafzetting weigeren de meeste Berlijners beleefd commentaar te geven. Er staat ook een Frans gezin, vader, moeder en twee tienerdochters, afkomstig uit de buurt van Genève.

Zij waren gisterenavond tijdens de aanslag op de markt. Net als andere mensen hier willen zij niet met hun achternaam in de krant.

De moeder van het gezin, Emanuelle, vertelt van de paniek op het moment dat de truck kwam. „We stonden ongeveer driehonderd meter van de plek waar het gebeurde. Maar we hebben het niet gezien. Alleen dat iedereen plotseling begon te rennen. Toen we wilden kijken wat er aan de hand was, werden we door een politieagente tegengehouden.”

De vrouw krijgt tranen in haar ogen. „Het gebeurt in Frankrijk, en ook hier. Het is zo’n groot probleem. We zitten met vele vragen. In welke wereld moeten onze kinderen leven?”

Engeltje

De politie versleept de truck en iedereen moet even plaats maken als de oplegger met beschadigde zijkanten heen en weer wordt gemanoeuvreerd.

Frank, uit Nederland, staat erbij. Hij was gisteravond een uur voor de aanslag op de plek waar de vrachtwagen tot stilstand kwam. „Daar was zo’n wc. Ik zat hier gezellig glühwein te drinken dus daar ben ik een paar keer naartoe geweest.”

Hij wijst waar hij liep. „D’r zitten daar twee vrouwen die krentenbrood verkopen. En ik kwam met een van hen in gesprek omdat ik haar brood zo lekker vond.”

Toen begonnen de klokken van de Gedächtniskirche te beieren. „Gaan die altijd zo hard?, vroeg ik die vrouw. Ja, dat was zo, want er begon een dienst. Daar ben ik toen naartoe gegaan.” De vrachtwagen miste hem daardoor.

„Ik denk dat er een engeltje op mijn schouder zat.”