Asielzoeker mag hoger beroep vaker hier afwachten

Asielzoekerscentrum Gilze en Rijen. Rick Nederstigt / ANP

Nederlandse asielzoekers mogen niet zomaar meer worden uitgezet nadat hun asielclaim is afgewezen door de rechtbank. De Raad van State oordeelt dat dit beleid in strijd is met de Europese mensenrechten. De hoogste bestuursrechter zei dinsdag in een vonnis dat staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) de huidige wet moet aanpassen.

In de Nederlandse wet is geregeld dat asielzoekers onder dwang mogen worden uitgezet zodra ze door een rechtbank in het ongelijk zijn gesteld in de behandeling van hun asielverzoek. Als ze daarna hoger beroep aantekenen bij de Raad van State, hebben ze momenteel niet het recht om die uitspraak in Nederland af te wachten. Ze worden in plaats daarvan al teruggestuurd naar hun land van herkomst.

Dat de Raad van State dit beleid afwijst is een bevestiging van een eerdere uitspraak van de hoogste Europese rechter. Het Europees Hof voor de Rechten van Mens (EHRM) oordeelde in juli dat de Nederlandse wet niet voldoet. Als asielzoekers „verdedigbaar” naar voren brengen dat ze onveilig zijn in hun land van herkomst, zo oordeelde het EHRM, hebben zij het recht om hun hoger beroep in Nederland af te wachten.

De uitspraak van de Raad van State betekent niet dat alle asielzoekers hun verblijf in Nederland nu kunnen oprekken. Als asielzoekers uit landen komen die Dijkhoff heeft aangewezen als ‘veilig’, beslist de Raad van State vaak snel – in kort geding – dat zij mogen worden teruggestuurd. Dat zal niet veranderen, omdat deze mensen doorgaans niet genoeg kunnen beargumenteren dat ze onveilig zijn in hun land van herkomst.