Stockhausens ‘Licht’ in Holland Festival van 2019

Opera

Voor het eerst zal het merendeel van de muziek uit Karlheinz Stockhausens operacyclus in één productie worden opgevoerd.

Karlheinz Stockhausen. Foto Bernard Perrine

De opvoering van de gigantische opera-cyclus Licht van de Duitse componist Karlheinz Stockhausen (1928 - 2007) gaat door. Althans: van een selectie daaruit. De productie zal te zien zijn in Holland Festival 2019 in de Gashouder van de Westergasfabriek in Amsterdam. Het publiek krijgt verspreid over drie dagen zestien uur livemuziek en vijf uur elektronische muziek te horen. Oorspronkelijk bestaat de cyclus uit zeven delen, samen 29 uur muziek.

Het plan van artistiek directeur Pierre Audi van De Nationale Opera om voor het eerst alle delen Licht als eenheid op te voeren, werd al bijna een jaar geleden bekend. Sindsdien heeft hij samen met de erven-Stockhausen (Suzanne Stephens en Kathinka Pasveer) een concept uitgewerkt waarin een selectie muziek in een mise-en-espace van Audi zelf zal worden gepresenteerd. Audi noemt Licht „het meest radicale en utopische project in de geschiedenis van het muziektheater”. Voor het project werken De Nationale Opera, de Stockhausen Stiftung für Musik en het Holland Festival samen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Koninklijk Conservatorium. In 2017 en 2018 zullen al ‘previews’ worden gegeven tijdens het Opera Forward Festival.

Het Koninklijk Conservatorium start in 2017 met een tweejarige masteropleiding onder leiding van Kathinka Pasveer, waarin musici opgeleid worden in de uitvoeringspraktijk van de muziek van Licht. Pasveer werkte van 1982 tot zijn overlijden in 2007 met Stockhausen samen. „Van buitenaardse klankexplosies tot een zaal gevuld met verspreid opgestelde koren en ensembles. Allesomvattende elektronische klanken worden geprojecteerd met de nieuwste technieken”, zegt Renee Jonker, vormgever van de opleiding. „En naast het machtige geluid van helikopterwieken gemengd met de klanken van een strijkkwartet klinkt de klare zang van zeven jongenssopranen.”

    • Daan van Lent