Steun voor Oekraïneverdrag in senaat blijft nog onzeker

Debat Tweede Kamer

Het kabinet is in de Eerste Kamer nog niet zeker van steun voor het EU-verdrag met Oekraïne, nu de SGP en ChristenUnie tegen blijven.

Een meerderheid voor het referendum in de senaat is mede afhankelijk van CDA'ers, die afwijken van de partijlijn. Pieter Omzigt maakte tijdens het debat duidelijk dat de Tweede Kamerfractie van het CDA niet voor zal stemmen. Foto: Bart Maat/ANP

De spanning over de toekomst van het Oekraïne-verdrag blijft onveranderd groot. Het kabinet heeft nog altijd geen zekerheid over voldoende parlementaire steun voor dit verdrag. Daarmee blijft onduidelijk of Nederland de eerder dit jaar bij een referendum verworpen overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne alsnog zal ratificeren.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer gaven ChristenUnie en SGP dinsdagavond te kennen dat zij tegen ondertekening blijven. Voor de stemverhouding in de Tweede Kamer maakt dit niet uit. Daar kan het kabinet rekenen op een meerderheid.

Maar in de Eerste Kamer waar de coalitie niet over een meerderheid beschikt, is dit niet het geval. Dit betekent dat de eindstrijd in de senaat gevoerd zal worden. Als de vijf senatoren van de twee kleine christelijke partijen het standpunt van hun Tweede Kamercollega’s overnemen is het kabinet afhankelijk van Eerste Kamerleden van het CDA die de officiële partijlijn willen negeren.

Tot nu toe hullen de CDA-senatoren zich in stilzwijgen. In de CDA-fractie bevinden zich enkele uitgesproken ‘Europeanen’ zoals oud-staatssecretaris Europese Zaken Ben Knapen, oud Europarlementariër Ria Oomen en oud werkgeverstopman Niek-Jan van Kesteren. Om in de Eerste Kamer een meerderheid te krijgen heeft het kabinet de stemmen van twee ‘dissidenten’ nodig.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer werd gesproken over de aanvullende verklaring waarover premier Rutte vorige week in de Europese Unie overeenstemming wist te bereiken. Hierin staat onder andere dat het verdrag geen automatische entree tot de EU is voor Oekraïne, geen veiligheidsgarantie betekent, Oekraïnse werknemers geen toegang tot de Europese arbeidsmarkt verleent, dat het niet zal leiden tot extra geld voor het land en van corruptiebestrijding een speerpunt maakt.

Premier Rutte kreeg hierover lof toegezwaaid door VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Maar de andere partijen bleven op het standpunt staan dat het verdrag niet kan worden geratificeerd, omdat dit in een referendum is afgewezen. Negeren van het referendum zal „de kloof met de burgers verdiepen” en de „breuklijnen in de samenleving vergroten”, zei ChristenUnie-fractievoorzitter Segers. CDA-woordvoerder Omtzigt deed de aanvullende verklaring die Rutte had weten te bereiken af als „een inlegvelletje”.

SGP-fractievoorzitter Van der Staaij waarschuwde dat met „de bijsluiter” niet aan de bezwaren van de nee-stemmers wordt tegemoet gekomen. „Als nu met een mooie bijsluiter het verdrag gewoon weer doorgaat, bevestigt dat precies de onvrede en het onbehagen over de voortdenderende Europese trein”.

Premier Rutte sprak in het debat nogmaals zijn teleurstelling uit over de afwijzende houding van het CDA, dat hij zei te beschouwen als een „staatdragende partij.”

De PVV diende zoals al eerder was aangekondigd een motie van wantrouwen in. Deze kreeg onvoldoende steun.