RIVM: sport op kunstgras met rubberkorrels is veilig

Na een uitzending van Zembla ontstond onrust of kunstgras veilig is. Het RIVM deed onderzoek en stelt sporters nu gerust.

ANP/Koen van Weel

Sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubberkorreltjes is veilig. Dat schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op dinsdag in een onderzoeksrapport. Volgens het onderzoek bevatten de rubberkorrels weliswaar giftige en kankerverwekkende stoffen, maar die komen slechts mondjesmaat vrij uit het materiaal. Daardoor is het schadelijke effect op de gezondheid „praktisch verwaarloosbaar”, aldus het RIVM.

Aanleiding voor het onderzoek is de maatschappelijke bezorgdheid die ontstond na een uitzending van het actualiteitenprogramma Zembla in oktober van dit jaar. Veel sportclubs besloten in de ophef die ontstond over mogelijke gezondheidseffecten voorlopig geen kinderen meer op de kunstgrasvelden te laten sporten. Er zijn meer dan 2.000 kunstgrasvelden met rubberkorrels in Nederland. Minister Schippers van VWS gaf het RIVM de opdracht meer duidelijkheid te verschaffen over de vermeende gezondheidsrisico’s.

Chemische stoffen

In rubberkorrels zitten veel verschillende chemische stoffen, waaronder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen, weekmakers (ftalaten) en bisfenol A (BPA). Maar omdat deze stoffen ‘opgesloten’ zitten in de korrels, komen ze slechts in zeer lage hoeveelheden vrij, constateert het RIVM. Dat maakt gezondheidsrisico’s verwaarloosbaar.

Het RIVM-rapport neemt ook de specifieke zorg weg dat rubberkorrels het risico op lymfeklierkanker verhogen. Dat verband werd gesuggereerd door Amy Griffin, een voelbalster die in het nationale team speelde van het Amerikaanse vrouwenvoetbal. Griffin heeft een lijst samengesteld van voetballers met lymfeklierkanker, waaronder veel keepers. Maar het RIVM schrijft nu dat de chemische stoffen die leukemie of lymfeklierkanker kunnen veroorzaken niet (benzeen, styreen en 1,3 butadieen) of in heel lage concentraties (mercaptobenzothiazol) in de rubberkorrels zitten. Het verband is ook niet aangetoond in internationale studies.
De rubberkorrels op Nederlandse velden voldoen ruimschoots aan de norm voor zogeheten technische mengsels, waarbij voor allerlei stoffen maximale gehaltes zijn voorgeschreven, concludeert het RIVM.

Maar omdat sporters, onder wie ook kinderen, relatief veel in contact komen met het rubber zouden die normen moeten worden bijgesteld „naar een waarde die dichter in de buurt ligt van de norm voor consumentenproducten”. Deze norm is veel strenger, met maximale waarden die 100 tot 1.000 keer lager liggen dan de mengselnorm. In februari komt de Europese autoriteit ECHA met een advies daarover