Rechtbank: politiemol moet in Nederland blijven

Aloys Oosterwijk /ANP

De rechtbank Oost-Brabant wijst het verzoek af van de van grootschalige corruptie verdachte politieagent Mark M. om te mogen uitrusten bij zijn schoonfamilie in Oekraïne.

De verdachte politiemol – van wie het voorarrest sinds juni is geschorst – vroeg de rechtbank gisteren op een regiezitting om teruggave van zijn paspoort zodat hij weer kan reizen. Hij wil bijkomen en „de stress bij zijn schoonfamilie dempen”, aldus zijn advocaat Jan-Hein Kuijpers. Justitie is daartegen omdat men vreest dat de verdachte dan niet terugkeert voor zijn proces, dat in mei begint. Volgens de rechtbank zijn de aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet van zodanig belang dat de schorsingsvoorwaarden voor M. zouden moeten worden herzien. Er staan voor de verdachte andere wegen open om contact op te nemen met zijn schoonouders in Oekraïne, oordelen de rechters.

De rechtbank heeft ook Kuipers’ verzoek afgewezen tot het horen van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD), de voormalig korpschef van de politie Gerard Bouman en de voormalig voorzitter van de centrale ondernemingsraad van de politie Frank Giltay. Bouman had M. „de rotste appel sinds tijden” genoemd. De rechtbank oordeelt dat het horen van deze personen niet van belang is voor het nemen van beslissingen in deze strafzaak. „De rechtbank laat zich nu nog niet uit of ze de uitingen in de media van de minister van Veiligheid en Justitie en de voormalig korpschef zal laten meewegen bij een eventuele strafoplegging.”

Ook het verzoek om de opleiders van de verdachte te horen, evenals de functionaris(sen) die werden gewaarschuwd door die opleiders, wordt in dit stadium van het onderzoek afgewezen. De verdediging heeft onvoldoende concreet onderbouwd wie dan zouden moeten worden gehoord en welke vragen dan zouden moeten worden gesteld.

Zwijgrecht

Wel mogen een paar andere collega’s van M. worden gehoord en ook twee undercoveragenten die M. in een dekmanteloperatie op Curaçao in september 2015 wisten te bewegen vertrouwelijke politie-inlichtingen te stelen. Volgens M. hebben die agenten de gebeurtenissen op de Antillen niet correct geverbaliseerd.

De rechtbank wees een verzoek van M. toe om een verklaring af te leggen over zijn sollicitatie, opleiding, tewerkstelling, accreditatie, geldleningen en zijn contacten met een vriend en de leden van het WOD (inlichtingendienst politie).

M. heeft zich tot nu toe steeds op zijn zwijgrecht beroepen. Voor het horen van alle getuigen verwijst de rechtbank de zaak naar de rechter-commissaris.