Recensie

Poezensnoezigheid

Straatartiesten met een hond vertrouw je niet helemaal, net zomin als bedelaars met een baby. De Britse straatmuzikant James Bowen werd door het publiek genegeerd totdat hij zijn cyperse kat Bob in een tuigje meenam naar Covent Garden, Londen. Later werd Bob een onmisbaar accessoire bij het uitventen van straatkrant Big Issue.

Straatkat Bob bracht James krantenartikelen, YouTubefilmpjes en in 2012 een in dertig talen uitgebrachte bestseller, A Streetcat Named Bob. Rond de kleine rode mensenredder ontstond een cultus, compleet met kleurboeken voor kinderen. In 2010 voorzag de lokale krant Islington Times al een Hollywoodfilm: een verslaafde met mentale problemen die voor een gewonde straatkat gaat zorgen, en daarmee ook voor zichzelf. Bob viel namelijk James’ flatje in Tottenham binnen toen hij na tien jaar dakloosheid en heroïneverslaving in een methadonprogramma zat.

De trailer van A Street Cat Named Bob. De tekst gaat verder onder de video.

Een inspirerend verhaal dat nu inderdaad verfilmd is, zij het nogal fantasieloos door de Britse veteraan Roger Spottiswoode (Turner & Hooch, Tomorrow Never Dies). Bob zelf, en een zestal cyperse invallers, spelen de ongewoon trouwe, om het minste of geringste snorrende straatkat. Ook maatschappelijk werker Val gelooft in James, net als de aanbiddelijke ‘manic pixie girl’ Betty en ten slotte zijn afwezige vader, druk bezig aan zijn tweede leg.

Luke Treadaway hoeft als James Bowen, een geslagen hond met schuwe ogen, niet al te formidabele obstakels te overwinnen. Wat direct het probleem is van A Street Cat Called Bob: de film dreutelt wat voort bij gebrek aan werkelijk drama. Guitige shots vanuit Bobs perspectief verslappen de spanningsboog verder: voor poezensnoezigheid kan je beter op YouTube terecht. En wat zegt het nu precies over ons dat we al onze adoratie op een cyperse kat richten terwijl we een treurige, eenzame straatmuzikant laten creperen? Een mooie kerstgedachte.

    • Coen van Zwol