Recensie

Lief cabaret van Pepijn Schoneveld

Pepijn Schoneveld maakt cabaret zonder harde grappen. Jammer dat zijn grappen af en toe wat navelstaarderig zijn.

Cabaretier Pepijn Schoneveld Foto Marco de Swart/ANP

Pepijn Schoneveld maakt lief cabaret. Je wist het niet, maar het bestaat, en het is bij de 31-jarige Schoneveld in goede handen. Hij vertelt dat hij niet kan ruiken, maar dat hij daardoor andere dingen weer goed kan. En noemt dan een seksuele activiteit. Dat is de hardste grap van zijn programma, dat als belangrijkste lijn zijn angsten, neuroses en gevoelens heeft.

Bij het syndroom van Kallman, de medische term bij niet kunnen ruiken, hoort verminderde aanmaak van testosteron, minder haargroei en een hoge stem. Schoneveld beent die tekorten met veel zelfspot uit, zoals wanneer hij op de sportschool bars wordt toegesproken. Maar hij heeft wel oerdriften, die leiden tot misverstanden met vrouwen en ongefundeerde jaloezie.

Schoneveld kan er smakelijk over vertellen, zoals over zijn pogingen zijn seksuele voorkeur te bepalen aan de hand van zijn gevoelens van opwinding bij Katrien en Donald Duck.

Maar gaandeweg wreekt zich dat de anekdotes over wie hij is zo navelstaarderig zijn. De monotonie doorbreekt hij met liedjes, gespeeld achter de piano, en dan hoor je dat hij net dat beetje testosteron mist. De beste van zijn lieve grapjes zijn de schijnbaar terzijde geplaatste opmerkingen. Die voorkomen ook dat het allemaal te bedacht en geconstrueerd gaat klinken.

Met het formuleren van opvattingen over de maatschappij heeft Schoneveld moeite. Dan gaat het van vriendelijk naar belegen. Lief cabaret is een fenomeen om te omarmen, maar hij mag meer in de wereld staan.