Opinie

Ook in crisistijd beheersen Duitsers hun impulsen

Het is goed mogelijk dat de Duitse bevolking na de aanslag steun zoekt bij Mutti Merkel, in plaats van bij de nieuwe ordeverstoorders in de politiek, schrijft

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Duitsland is in het hart geraakt. Een aanslag in het centrum van Berlijn op de Kurfürstendamm bij de Gedächtniskirche, een van de belangrijkste ruïnes van de Tweede Wereldoorlog, een gedenkteken voor de vrede, heeft een grote symbolische betekenis in Duitsland. Het is ook een aanslag op een belangrijke Duitse traditie. De veiligheid van de kerstmarkten – als soft target – komt nog sterker onder druk te staan. De verleiding is groot om te denken dat dit een nieuw keerpunt is in de Duitse democratie. Aanslagen als die in Berlijn spelen immers het populisme in de kaart. De AfD-voorzitter van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, Marcus Pretzell, ging op Twitter meteen in de aanval. Hij vroeg hij zich af wanneer de huichelarij nu eindelijk ophoudt: „Het zijn Merkels doden.”

Het lijkt een patroon te worden. Bij iedere tegenslag voor Angela Merkel doemt het spookbeeld op van een overname van de rechts-populistische AfD, die met gemak de verkiezingen zou kunnen winnen. Eerder werd, ook in de Nederlandse pers, de noodklok geluid, bijvoorbeeld bij de opkomst van Pegida. Merkel beweerde in haar eindejaarstoespraak van 2014 dat de demonstranten te vaak vooroordelen, kou en haat in hun harten zouden meedragen. In de ogen van haar critici toonde ze geen oog te hebben voor de zorgen van de Duitse burgers.

Toen kwam de grote vluchtelingenstroom op gang, die Duitsland nauwelijks aan bleek te kunnen. Het einde van Merkel leek nabij. En ook de massa-aanrandingen in Keulen werden alom aangekondigd als een kantelpunt in de Duitse politiek. Nu vindt er een verschrikkelijke aanslag plaats die sterk doet denken aan de aanslag in Nice. De beelden spreken voor zich.

Toch is het de vraag wat nu de gevolgen zullen zijn van deze aanslag. Het is immers ook goed mogelijk dat de Duitse bevolking juist in deze crisissituatie steun zoekt bij Mutti Merkel, in plaats van bij de nieuwe ordeverstoorders in de politiek. Om dat te begrijpen moeten we vooral naar de Duitse verhoudingen kijken.

De aanslag op de kerstmarkt kwam niet onverwacht. De veiligheidsdiensten waarschuwen al veel langer voor een aanslag van moslimterroristen, die speciaal voor dit doel naar Duitsland zijn gereisd. Voor Duitsers waren aanslagen bovendien al langer realiteit. Zij hebben als geen ander meegeleefd met de aanslagen in Parijs. En deze zomer werd Duitsland opgeschrikt door een aantal kleinere aanslagen in München, Ansbach en Würzburg. Nieuw is het fenomeen helaas niet.

Zorgvuldig geplande provocaties

Hoewel de schrik enorm is, reageert de Duitse politiek zo besonnen (bedachtzaam) als mogelijk. Anders dan Donald Trump, die al heel snel sprak van een aanslag, en anders dan de Fransen, reageren de Duitsers traditioneel terughoudend op crises. Zo duurde het ook dit keer erg lang voordat bevestigd werd dat het om een aanslag ging. Bezoekers van de kerstmarkt bij de Gedächtniskirche werden opgeroepen om filmpjes van de aanslag niet op internet te plaatsen maar af te geven aan de politie.

Vooralsnog lijkt het erop dat ze hier gehoor aan hebben gegeven. Een typisch voorbeeld van Duitse stabiliteitspolitiek. Sinds de Tweede Wereldoorlog zetten Duitsers alle zeilen bij om de rust en orde te bewaren. „Keine Experimente” was de verkiezingsleus van Konrad Adenauer in 1957. Het is – ondanks de vluchtelingencrisis – ook de lijfspreuk van de huidige bondskanselier. En juist hier kan de rechts-populistische AfD haar hand overspelen.

Gesterkt door Trump kondigde de AfD vorige week al aan de verkiezingsstrijd in te gaan door doelgericht te provoceren. Met zorgvuldig geplande provocaties zullen thema’s worden aangesneden die de burger zorgen baart. Maar het is de vraag of die aanpak het goed doet bij de Duitse kiezer die in een tijd van crisis vooral houvast zoekt.

Bekijk ook de In beeld-serie: : Berlijn rouwt en ruimt op

Nie Wieder

Duitsers hebben sinds de Tweede Wereldoorlog weinig op met impulspolitiek. Het ‘nie wieder’ van na de Tweede Wereldoorlog vertaalt zich vooral in het zoeken naar stabiliteit en orde. Dat verklaart ook waarom de Duitse peilingen bepaald geen toto-uitslagen zijn. Van grote schommelingen of van een vertrouwensbreuk met de kiezer is tot nu toe geen sprake.

Inderdaad stond de CDU/CSU in de zomer van 2015, vlak voor het uitbreken van de vluchtelingencrisis, op een hoogtepunt in de peilingen, zo rond de 42 procent. En inderdaad zakte de steun tijdens de vluchtelingencrisis tot een minimum van 30 procent, maar dat is nog steeds een aanzienlijk percentage van de bevolking. En inderdaad betrok de AfD met veel tamtam een groot aantal deelstaatparlementen, maar landelijk behalen ze nu in de peilingen 11 procent. Ze moeten nog heel wat bijbenen willen ze aan de CDU/CSU tippen, die op 36 procent in de peilingen staat.

Van grotere betekenis is misschien wel dat zowel na het Brexit-referendum als de verkiezing van Trump de CDU/CSU een opleving van 3 procent in de peilingen beleefde. De Duitse middenpartijen zijn vooralsnog weerbaarder dan menigeen denkt.