OM moet contact met douane-informant Paul verantwoorden

Het gebruik van informant Paul in de zaak tegen de corrupte douanier Gerrit G. roept vragen op omdat hij banden zou hebben met een Colombiaans drugskartel.

Een rechtbanktekening van Gerrit G. (tweede van links) en andere verdachten tijdens de rechtszaak. Foto Aloys Oosterwijk/ANP

Het Openbaar Ministerie moet verantwoording afleggen over de contacten met een informant in de strafzaak rond de corrupte douanier Gerrit G. De informant, die het alias Paul gebruikt, is door een speciale dienst van de politie, het Team Criminele Inlichtingen, geholpen bij het opzetten van een afluisteroperatie van Gerrit G. Tegen de douanier heeft het OM zestien jaar celstraf geëist omdat hij tegen betaling voor drugshandelaren cocaïne door de haven in Rotterdam zou hebben gesluisd.

Het gegeven dat Paul als informant heeft gediend, en dat hij überhaupt als informant kon worden ingeschreven in een speciaal register, roept grote vragen op, omdat hij naar eigen zeggen een vertegenwoordiger is van een drugskartel uit Colombia. Het kartel zou nog miljoenen te goed hebben van een aantal medeverdachten van Gerrit G., die niet zouden hebben betaald voor partijen cocaïne die zijn onderschept. Het Openbaar Ministerie bepleitte eerder dat verder onderzoek naar de gang van zaken rond informant Paul niet nodig was. De rechtbank denkt daar dus anders over.

Lees ook over informant Paul: Paul uit Medellín heeft dubbele agenda

Ook advocaat Gerrit G. mag gegevens inzien

Justitie moet nu de onderzoeksrechter inzage geven in de contacten die de politie heeft gehad met Paul. De rechtbank heeft ook het OM opgedragen om Jan-Hein Kuijpers, de advocaat van Gerrit G., inzage te geven in de informatie die justitie nog heeft over de informant. Kuijpers claimde dat Paul heeft gewerkt voor een aantal verschillende buitenlandse opsporingsdiensten.

Het OM moet begin volgend jaar rapporteren of het mogelijk is Paul in Nederland te horen als getuige. Daarvoor is een vrijgeleide nodig, omdat de informant nog een straf moet uitzitten in Nederland. Op basis van de bevindingen zal de rechtbank beslissen of en hoe informant Paul als getuige gehoord zal worden.

Drugstransport

Daarnaast maakte de rechtbank bekend dat er meer informatie moet komen over de start van het onderzoek naar douanier Gerrit G. en zijn medeverdachten. Dat onderzoek begon nadat een transport van driehonderd kilo cocaïne uit Costa Rica op 9 december 2013 werd onderschept in de Rotterdamse haven. Onlangs is gebleken dat de Belgische justitie vrijwel meteen is geïnformeerd over dit transport.

Dat is relevant omdat vorig jaar in België een aantal verdachten is veroordeeld voor de smokkel van die driehonderd kilo cocaïne; een feit dat niet bekend was bij de rechtbank. Na verzoeken van de advocaten van de verdachten moet het OM nu de relevante delen uit dit Belgische onderzoek aan het dossier toevoegen. Dat zal leiden tot een forse vertraging. De behandeling van de rechtszaak is uitgesteld tot half februari 2017. In de tussentijd zullen nog wel een paar getuigen worden gehoord.

    • Jan Meeus